Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2022-09-22
ECLI:NL:RBZWB:2022:5537
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
867 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/4064
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2022 in de zaak tussen
[naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit [plaatsnaam] , eisers
en
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de brief van 13 juli 2022 waarin verweerder aangeeft geen nader onderzoek naar de zorgverlening van de overleden moeder van eiser te gaan doen.
Overwegingen
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de rechtbank kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen.
Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. De belanghebbende moet dan wel eerst bezwaar maken bij het bestuursorgaan tegen het besluit op grond van artikel 7.1 van de Awb.
Het begrip ‘besluit’ is gedefinieerd in artikel 1:3 van de Awb. Van een besluit is sprake als de beslissing van het bestuursorgaan een rechtsgevolg heeft voor de belanghebbende.
In de uitspraak van 8 december 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2753) heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) geoordeeld dat de mededeling van verweerder dat zij een melding zal onderzoeken, niet op rechtsgevolg is gericht, maar een aankondiging van een feitelijke handeling. De mededeling van verweerder dat geen nader onderzoek zal worden verricht, zoals in dit geval, is dus evenmin een besluit.
Dictum
De rechtbank zal het beroepschrift om diezelfde reden ook niet doorsturen naar verweerder om als bezwaarschrift in behandeling te nemen.
Omdat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het ingestelde beroep, zal het door eisers betaalde griffierecht worden teruggestort. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Eisers hebben verzocht om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Awb. Nu er geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb, kan de rechtbank ook geen schadevergoeding op grond van de Awb toekennen.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 22 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.