Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2022-06-17
ECLI:NL:RBZWB:2022:3328
Bestuursrecht
Wraking
810 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
verder ook te noemen verzoeker,
gemachtigde: [naam] , Stichting Sadakha Tilburg, gevestigd te Zeist,
verder ook te noemen: gemachtigde.
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met zaaknummer BRE 21/901 PW;
het wrakingsverzoek ontvangen op 30 mei 2022;
de brief van de griffie van 1 juni 2022.
2Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van “de leden van de rechtbank in, inzake bovenstaande procedure”.
3De ontvankelijkheid van het verzoek
3.1.
Het door verzoeker gedane wrakingsverzoek is op 30 mei 2022 door de wrakingskamer ontvangen. Op 1 juni 2022 is door de griffie een brief aan gemachtigde gestuurd waarin is verzocht aan te geven tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, omdat dit niet duidelijk volgt uit het gedane wrakingsverzoek. Gemachtigde is verzocht om binnen twee dagen na dagtekening van de brief hierop te reageren en zijn verzoek te specificeren. Van gemachtigde is geen reactie ontvangen. Het is de wrakingskamer dus niet duidelijk geworden tegen wie het wrakingsverzoek is gericht.
3.2.
Gelet op het voorgaande is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Immers een wrakingsverzoek dient zich te richten tot een specifieke rechter die een zaak behandelt. Daar is in dit geval geen sprake van. De wrakingskamer overweegt dat het verzoek eraan voorbij gaat dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in de feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Wraking van “de leden van de rechtbank” behoort niet tot de mogelijkheden (vgl. Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806).
3.3.
Omdat sprake is van kennelijk niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De rechtbank:
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
bepaalt dat de behandeling van de zaak waar het wrakingsverzoek betrekking op heeft zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven op 17 juni 2022 door mr. Peters, mr. Zander en mr. Van de Sande, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.