Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2022-04-08
ECLI:NL:RBZWB:2022:1781
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,466 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/440 WIA
uitspraak van 8 april 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
gemachtigde: mr. B.F. Desloover,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 december 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 25 februari 2022. Eiseres is verschenen, vergezeld van haar vader en bijgestaan door haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.F.C.A.M. Weterings.
Overwegingen
Feiten
Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Eiseres is werkzaam geweest als activiteitenbegeleidster op een zorgboerderij voor 36 uur per week. Voor dat werk is zij uitgevallen vanwege psychische klachten en later ook lichamelijke klachten.
Op 12 maart 2020 heeft eiseres bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd.
Bij besluit van 27 juli 2020 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd per 5 juni 2020 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2. Omvang geschil
In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 5 juni 2020.
3. Wettelijk kader
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Van belang is dan ook:
- of eiseres medische beperkingen heeft en
- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
4. Medische beoordeling
Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
4.1
De verzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd en eiseres telefonisch gesproken op 19 juni 2020. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres is uitgevallen vanwege psychische klachten ten aanzien van hanteren van drukte en prikkels, passend bij een burn-out. Vervolgens ontstonden er fysieke klachten en is na onderzoek de diagnose MS gesteld. Eiseres werkt 12 uur (drie x vier uur) per week in aangepast werk bij haar werkgever (paarden trainen en individueel les geven). Daarnaast werkt zij ongeveer 20 uur per week als zelfstandig paardeninstructrice. Er is geen informatie van derden opgevraagd, omdat er voldoende informatie voorhanden is. Eiseres heeft volgens de verzekeringsarts verminderde functionele mogelijkheden als gevolg van ziekte of gebrek. De verwachting is dat de medische situatie voorlopig niet in belangrijke mate zal veranderen. De beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 19 juni 2020.
4.2
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien tijdens de hoorzitting van 30 oktober 2020 en het dossier bestudeerd, waaronder de door eiseres overgelegde medische informatie. Volgens de verzekeringsarts b&b heeft eiseres met name last van een overgevoeligheid voor prikkels, waarna vermoeidheid ontstaat. Dit kan nog het gevolg zijn van een hersenschudding in het verleden. In de door eiseres consistent beschreven klachten met betrekking tot de prikkels ziet de verzekeringsarts b&b aanleiding de FML aan te vullen. Verder is eiseres gevoelig voor langdurige blootstelling aan licht. Ook in die zin wordt de FML aangepast. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de FML van 16 november 2020. Als de arbeid voldoet aan de in deze FML beschreven belastbaarheid, dan wordt rekening gehouden met de energetische belasting van eiseres en is er geen medische reden voor de door eiseres geclaimde urenbeperking, zo stelt de verzekeringsarts b&b.
4.3
Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat met de aangepaste FML nog altijd onvoldoende recht is gedaan aan de aard en ernst van haar medische situatie en dat haar belastbaarheid is overschat. Ten onrechte is geen urenbeperking aangenomen. Vanwege de sterke behoefte aan rustmomenten is een achturige werkdag volgens eiseres niet mogelijk, ook niet in ideale werkomstandigheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een brief van neuroloog drs. [naam neuroloog] van 14 april 2021, een verklaring van werkgever [naam werkgever] (SAM-en) en een artikel over MS en cognitie overgelegd.
4.4
De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde psychische en fysieke klachten, met name haar overgevoeligheid voor prikkels. In bezwaar is om die reden de FML ook nog aangepast. Niet is gebleken dat de artsen daar onvoldoende rekening mee hebben gehouden.
De rechtbank begrijpt dat eiseres klachten en beperkingen ervaart. Volgens vaste rechtspraak is echter de subjectieve beleving en ervaring van klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin zijn vast te stellen. Alleen de beperkingen die uit medische stukken blijken en daarmee objectief zijn vast te stellen, kunnen daarom worden meegenomen in de beoordeling van de belastbaarheid van eiseres. Hoewel de rechtbank de door eiseres ervaren klachten niet wil bagatelliseren, kunnen deze klachten, indien zij niet zijn onderbouwd met medische informatie, niet leiden tot een verdere aanpassing van de FML.
Eiseres heeft een urenbeperking geclaimd uit energetisch en preventief oogpunt. In de Standaard “duurbelastbaarheid in arbeid” is bij de indicatie ‘stoornis in de energiehuishouding’ opgenomen dat de noodzaak voor extra recuperatieperiodes logisch moet volgen uit consistente en samenhangende onderzoeksbevindingen en de aard en ernst van het onderliggende medische beeld. Bij de indicatie ‘preventief’ is opgenomen dat sprake moet zijn van een aandoening waarvan bekend is dat ziekteverschijnselen kunnen optreden of verergeren bij toenemende duurbelasting en dat opgedane ervaringen uit het verleden hierbij altijd worden betrokken.
Eiseres heeft haar stelling, dat zij maximaal zes uur per dag kan werken en dat extra pauzes verdeeld over de dag noodzakelijk zijn ter voorkoming van overbelasting, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de brief van neuroloog [naam neuroloog] blijkt dat eiseres voor energiemanagement in 2019 is verwezen naar de revalidatiearts van Revant, dat zij daar is geweest voor advies en dat zij zelf rust en regelmaat aanhoudt. Uit de overgelegde stukken blijkt echter niet van een medische noodzaak voor extra recuperatieperiodes en evenmin dat eiseres medisch gezien onder prikkelarme omstandigheden maximaal zes uur per dag kan werken. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij inmiddels haar eigen invulling heeft kunnen geven aan de wijze waarop zij werkt, dat zij 12 uur voor een werkgever werkt en ongeveer 20 uur als zelfstandige.
Het UWV heeft gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden vastgesteld dat er geen medische reden is voor een urenbeperking.
5. Geschiktheid voor de functies
5.1
Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML van 16 november 2020, de primair geduide functies verworpen en vervangen door andere gelijksoortige gangbare functies met dezelfde Sbc-code.
Conclusie
De rechtbank concludeert dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen per 5 juni 2020. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
Er is geen reden een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 8 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Vergelijk Centrale Raad van Beroep 19 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3252.