Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-06-18
ECLI:NL:RBROT:2026:9551
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/719427 / KG ZA 26-452 Vonnis in kort geding van 18 juni 2026 in de zaak van STICHTING HAVENSTEDER , gevestigd te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: Havensteder, advocaat: mr. Y.F. Rijswijk, tegen VERENIGING VAN EIGENAREN [naam VvE 1] gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de VvE, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 27 mei 2026 met producties 1 tot en met 8;- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026. 2 De vorderingen 2.1. Havensteder vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 1. de VvE veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de noodzakelijke werkzaamheden aan haar dak uit te voeren, waaronder in ieder geval verstaan het vervangen van de dakpannen, het repareren dan wel dichtzetten van de loodvervanger zoals benoemd in het rapport van Hoogvliet van 12 maart 2026, op straffe van verbeurte van een dwangsom; 2. indien het maximum aan dwangsommen zoals gevorderd onder 1 is verbeurd, Havensteder te machtigen om alle gebreken aan het dak van de VvE op kosten van de VvE te verhelpen; 3. indien de VvE het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd en Havensteder wordt gemachtigd om op kosten van de VvE de werkzaamheden aan het dak van de VvE uit te voeren, de VvE te veroordelen om binnen één maand na toezending van de factuur die verband houdt met die werkzaamheden te betalen met een maximum van € 35.669,11, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de factuur tot het moment van volledige betaling; 4. de VvE veroordeelt om te dulden dat Havensteder de dakgoot, gelegen op de scheidingsmuur tussen het gebouw van gedaagde en het gebouw van de naastgelegen VvE waarin de woningen van Havensteder liggen, vervangt; 5. de VvE veroordeelt om binnen één maand na toezending de helft van de factuur voor het vervangen van de gedeelde dakgoot te betalen, met een maximum van € 1.250,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de factuur tot het moment van volledige betaling; 6. de VvE veroordeelt in de kosten van deze procedure. 3 De beoordeling Verstekverlening 3.1. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de VvE. De VvE is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij haar oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd. Spoedeisend belang 3.2. Het spoedeisend belang van Havensteder bij haar vorderingen voor de herstelwerkzaamheden volgt uit de aard van de vordering en hetgeen Havensteder heeft aangevoerd over de ernst van de gevolgen van de gebreken aan het dak van het gebouw van de VvE voor de woning van Havensteder. 3.3. Het spoedeisend belang ten aanzien van de geldvorderingen kan niet worden afgeleid uit het bestaan van een spoedeisend belang bij de hoofdvorderingen van Havensteder. Gelet echter op de omstandigheid dat de geldvorderingen van Havensteder voldoende aannemelijk zijn en dat voldoende aannemelijk is dat er een zeer laag restitutierisico bestaat heeft Havensteder ook een voldoende spoedeisend belang bij deze vorderingen. De vorderingen worden toegewezen maar zonder dwangsom 3.4. De vorderingen van Havensteder komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden om die reden toegewezen, zij het dat de gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Havensteder heeft een spoedeisend belang bij het op korte termijn (doen) uitvoeren van de gevorderde herstelwerkzaamheden. Maar de onder 1 gevorderde termijn van zeven dagen voor het uitgevoerd hebben van de werkzaamheden door de VvE, is geen realistische termijn, zoals Havensteder ter zitting erkende. De VvE zou vanwege de onrealistische termijn van zeven dagen om zelf de werkzaamheden te hebben verricht , bij een veroordeling als onder 1 gevorderd, altijd dwangsommen verbeuren. Daarmee zouden deze dwangsommen een punitief karakter hebben en dat gaat in tegen d