Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-29
ECLI:NL:RBROT:2026:9314
Kort geding. Aanbesteding WMO- en leerlingenvervoer. Vorderingen strekkende tot heraanbesteding toegewezen. De beoordeling van de inschrijving van eiseres kent twee gebreken: de Gemeente heeft haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet gevolgd en de Gemeente legt eis 39 onjuist en onbegrijpelijk uit en interpreteert, mede in dat licht, de inschrijving van eiseres niet goed. De gebreken die samenhangen met eis 39 kunnen niet, althans onvoldoende worden hersteld door de inschrijving van eiseres (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Gevorderde dwangsommen afgewezen. Vordering om in te grijpen in een door de Gemeente gesloten overbruggingsovereenkomst ook afgewezen. RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/721051 / KG ZA 26-558 Vonnis in kort geding van 29 juli 2026 in de zaak van MUNCKHOF TAXI B.V. , gevestigd in Horst, eisende partij, advocaten: mrs. M.G.G. van Nisselroij en E.L.B. Geraedts, tegen GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL , zetelend in Capelle aan den IJssel, gedaagde partij, advocaten: mrs. P.B.J. van den Oord en N.J.R. van den Brink. Partijen worden hierna Munckhof en de Gemeente genoemd. 1 De zaak in het kort 1.1. De Gemeente heeft een Europese aanbesteding voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer gepubliceerd via TenderNed (de Opdracht). De Gemeente heeft het voornemen om de Opdracht te gunnen aan De Vier Gewesten B.V. (DVG). Munckhof kan zich niet vinden in dat voornemen. Zij stelt zich op het standpunt dat de Gemeente zich niet aan haar eigen beoordelingssystematiek heeft gehouden en haar inschrijving op één onderdeel onjuist heeft beoordeeld. Daarom vordert Munckhof – na wijziging van haar vorderingen en kort gezegd – primair dat de Gemeente wordt veroordeeld om een heraanbesteding voor de Opdracht te organiseren, subsidiair dat de Gemeente wordt veroordeeld om de inschrijving van Munckhof opnieuw te beoordelen en in alle gevallen dat het de Gemeente wordt verboden om uitvoering te geven aan een met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst, alles versterkt met dwangsommen. De Gemeente voert verweer. De voorzieningenrechter wijst de primaire vorderingen van Munckhof tot heraanbesteding toe en de vordering om de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan een met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst af. Deze oordelen worden hierna uitgelegd. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 10 juni 2026, met bijlagen 1 tot en met 13; de conclusie van antwoord, met bijlagen 1 tot en met 4; de akte wijziging en vermeerdering van eis; de mondelinge behandeling op 15 juli 2026; de pleitnotitie van mr. Nisselroij; de pleitnota van mr. Van den Brink. 2.2. De mondelinge behandeling in deze zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van de zaak met zaaknummer C/10/721268 / KG ZA 26-577, waarin vandaag ook vonnis wordt gewezen (met een vergelijkbare uitkomst). 3 Enkele feiten 3.1. De Gemeente heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het uitvoeren van WMO- en leerlingenvervoer (de Opdracht). Het gaat om een raamovereenkomst voor vijf jaar met een verlengingsmogelijkheid en een maximale waarde van € 29 miljoen. 3.2. In paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag (het Beschrijvend Document) staat het volgende: “ Uw inschrijving moet voldoen aan het programma van eisen in bijlage D. Voldoet u niet, dan nemen wij uw inschrijving niet verder in behandeling. ”. 3.3. In paragraaf 4.3 van de Offerteaanvraag staat dat de Opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de beste prijs-kwaliteitsverhouding. De inschrijvingen worden beoordeeld op de gunningscriteria kwaliteit en prijs. Het gunningscriterium kwaliteit is onderverdeeld in vijf subgunningscriteria (G1 tot en met G5), waarvoor in totaal zestig punten zijn te behalen. De meeste punten (twintig) zijn te behalen voor subgunningscriterium G3: Kwaliteitsplan personeel. Voor het gunningscriterium prijs zijn veertig punten te behalen. 3.4. In de Offerteaanvraag is per gunningscriterium uiteengezet wat van een inschrijver wordt verwacht. Ten aanzien van subgunningscriterium G3 vermeldt de Offerteaanvraag het volgende: “ De Inschrijver beschrijft op welke wijze de Inschrijver borgt dat haar medewerkers ook van haar eventuele onderaannemers (ook indien de Inschrijver hier vooraf geen gebruik van denkt te gaan maken) nu en in de toekomst in staat zijn om de afgesproken kwaliteit, zoals opgenomen in het programma van eisen, te leveren. De inschrijver gaat in ieder geval in op: de inzet van vaste chauffeurs en de wijze waarop continuïteit voor vervoersgerechtigde of vervoersgerechtigde leerlingen wordt geborgd; op welke wijze de Inschrijver kennis van de doelgroep heeft en sociale vaardigheden van chauffeurs in de omgang met vervoersgerechtigden en vervoersgerechtigde leerlingen waarborgt. ”. 3.5. In paragraaf 4.4 van de Offerteaanvraag staat dat het beoordelingsteam onder andere let op de mate waarin de inschrijving concreet (smart: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden) beschreven is. 3.6. Het Programma van Eisen (bijlage D bij de Offerteaanvraag) vermeldt als eis 39 het volgende: “ Leerlingenvervoer: opdrachtnemer plant de ritten met een vaste chauffeur per route. De inzet van twee vaste chauffeurs, volgens een wekelijkse structuur is ook toegestaan. Dit betekent dat ook dat beide chauffeurs alvorens de inzet van het leerlingenvervoer plaatsvindt kennismaken met de vervoersgerechtigde leerling en zijn of haar ouder(s), verzorgers). In geval van ziekte van de chauffeur of anderszins afwezigheid informeert Opdrachtnemer terstond de ouder(s)/verzorger(s), en/of school. Opdrachtnemer kan zich niet beroepen op de onmogelijkheid om tijdig voldoende chauffeurs te werven. ”. 3.7. Het Programma van Eisen vermeldt als eis 64 – voor zover van belang – het volgende: “ Wmo- en leerlingenvervoer: opdrachtgever stelt een uitvoergarantie als essentiële eis. Deze uitvoergarantie houdt in dat iedere geplande rit ook daadwerkelijk en volledig wordt uitgevoerd. Opdrachtnemer kan een eenmaal geplande rit niet eenzijdig wijzigen, uitstellen of annuleren. (…) ”. 3.8. Het Programma van Eisen vermeldt als eis 140 – voor zover van belang – het volgende: “ (…) Een invallende chauffeur, vanwege ziekte of vakantie van de vaste chauffeur, dient zich voor te stellen aan ouders of verzorgers van de vervoersgerechtigde leerling, bij het ophalen van de vervoersgerechtigde leerling. ”. 3.9. Het Programma van Eisen vermeldt als eis 141 het volgende: “ Leerlingenvervoer: bij belangrijke wijzigingen in de ritplanningen en/of chauffeur gedurende het schooljaar worden de ouder(s)/verzorger(s) zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Bij tussentijdse wijziging naar een nieuwe vaste chauffeur dient deze nieuwe vaste chauffeur vooraf persoonlijk kennis te maken met ouder(s)/verzorger(s) en leerlingen (minimaal 3 dagen voorafgaand aan de start). Het is niet toegestaan kennismaking of doorgeven van wijzigingen op zondag te laten plaatsvinden. ”. 3.10. De inschrijving van Munckhof op subgunningscriterium G3 vermeldt – voor zover van belang – het volgende: “ (…) Ons doel is (…) om altijd vaste chauffeurs in te zetten in het leerlingenvervoer. (…) In het leerlingenvervoer zetten wij in [op] één vaste chauffeur op de route. Als het echt niet anders kan, twee of drie vaste chauffeurs op vaste dagen. (…) Vaste chauffeurs hebben vaste vervangers Ook bij tijdelijke vervanging. (…) In de praktijk ervaren we ook dat chauffeurs graag deeltijd werken op vaste dagen en/of dagdelen. Eén vaste chauffeur is daardoor niet altijd mogelijk. (…) We garanderen een vaste chauffeur voor vervoersgerechtigde leerlingen die onderwijs volgen in cluster 4 of als u dit expliciet opneemt in de vervoersopdracht. We garanderen twee vaste chauffeurs voor 95% van de routes naar scholen in clusters 1, 2 en 3. (…) ”. 3.11. De voorlopige gunningsbeslissing van 10 april 2026 luidt: “ (…) U heeft meegedaan aan de aanbesteding WMO- en leerlingenvervoer, EU/2026.012. We ontvingen 7 offertes. Alle offertes zijn gecontroleerd en beoordeeld op geldigheid, eisen en prijs-kwaliteitverhouding. Uw offerte voldeed aan de eisen, maar had niet de beste prijs-kwaliteitverhouding. Daarom wordt de opdracht niet aan uw organisatie gegund. U behaalde 66.50 punten. De winnende offerte had 71.42 punten. In de bijlage staat een overzicht van uw score en die van de winnende partij. De opdracht wordt gegund aan: — de vier gewesten B.V. te Rijen (…) ”. In de bijlage van de voorlopige gunningsbeslissing staat een overzicht van de scores van Munckhof respectievelijk DVG, met daaronder een onderbouwing van de punten die Munckhof op de verschillende onderdelen van de aanbesteding heeft gescoord. Die onderbouwing luidt voor wat betreft de beoordeling van subgunningscriterium G3 – voor zover van belang – als volgt: “ G3 Kwaliteitsplan personeel - Niet voldaan aan een essentiële eis: inzet van vaste chauffeur + 1 vaste back-up (slechts 95% benoemd). - Afwijking van de eis wordt als niet toelaatbaar beoordeeld en vormt een significant risico voor continuïteit en kwaliteit. (…) ”. 3.12. De Gemeente heeft op 23 april 2026 en 22 mei 2026 desgevraagd een nadere toelichting op de gunningsbeslissing gegeven aan Munckhof; daarin is niet nader ingegaan op de scores van DVG. 4 De vorderingen 4.1. Munckhof vordert – na wijziging en vermeerdering – om bij vonnis, voor zover wettelijk mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing d.d. 10 april 2026, aan de gunningsbeslissing d.d. 23 april 2026 en aan de gunningsbeslissing d.d. 22 mei 2026, althans de Gemeente te verbieden om de Opdracht te gunnen aan DVG, althans de Gemeente te verbieden de Opdracht te gunnen aan een ander dan aan Munckhof; de Gemeente te gebieden de gunningsbeslissing d.d. 10 april 2026 en de gunningsbeslissing d.d. 23 april 2026 en 22 mei 2026 in te trekken en ingetrokken te houden; de Gemeente te gebieden binnen vijf dagen na het ten deze te wijzen vonnis de huidige aanbesteding in te trekken c.q. te staken en gestaakt te houden en voor zover de Gemeente de Opdracht nog wenst te vergeven, een heraanbesteding te organiseren, althans een nieuwe aanbestedingsprocedure uit te schrijven met inachtneming van het bepaalde in de toepasselijke aanbestedingsregelgeving; de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst, althans deze langer te laten voortduren dan 31 december 2026, althans dan een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum; subsidiair 5. de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing d.d. 10 april 2026, aan de gunningsbeslissing d.d. 23 april 2026 en aan de gunningsbeslissing d.d. 22 mei 2026, althans de Gemeente te verbieden om de Opdracht te gunnen aan DVG, althans de Gemeente te verbieden de Opdracht te gunnen aan een ander dan aan Munckhof; 6. de Gemeente te gebieden de gunningsbeslissing d.d. 10 april 2026 en de gunningsbeslissing d.d. 23 april 2026 en 22 mei 2026 in te trekken en ingetrokken te houden; 7. de Gemeente te gebieden over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Munckhof betreffende het subgunningscriterium G3 Kwaliteitsplan personeel door een nieuw beoordelingsteam, dat voldoet aan het bepaalde in paragraaf 4.4. van de offerteaanvraag WMO-en leerlingenvervoer 2026 EU/2026/012, althans over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Munckhof door het bestaande beoordelingsteam, althans over te gaan tot herbeoordeling van alle inschrijvingen betreffende in ieder geval het subgunningscriterium G3, althans de gehele inschrijvingen, door een nieuw beoordelingsteam, dat voldoet aan het bepaalde in paragraaf 4.4. van de offerteaanvraag WMO-en leerlingenvervoer 2026 EU/2026/012, althans over te gaan tot herbeoordeling van alle inschrijvingen, betreffende in ieder geval subgunningscriterium G3, althans de gehele inschrijvingen, door het bestaande beoordelingsteam, en met inachtneming van het ten deze te wijzen vonnis en op basis van die beoordeling een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen, waarbij aan Munckhof, dan wel aan alle inschrijvers een termijn voor effectieve rechtsbescherming wordt geboden zoals bedoeld in artikel 2.127 Aanbestedingswet; 8. de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de met DVG gesloten overbruggingsovereenkomst, althans deze langer te laten voortduren dan 3 maanden nadat de opdracht definitief is gegund aan de rechtmatige winnaar van de aanbesteding, althans dan een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum; meer subsidiair 9. althans en in ieder geval een zodanige voorziening te treffen, die recht doet aan de belangen van Munckhof; primair, subsidiair en meer subsidiair 10. dit alles op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte van een dag dat de Gemeente niet voldoet aan het ten deze te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom voor het geval de Gemeente niet aan het ten deze te wijzen vonnis zal voldoen; 10. de Gemeente te veroordelen in de proceskosten van Munckhof, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente hierover als de kosten niet binnen veertien dagen na de datum van het ten deze te wijzen vonnis zijn voldaan. 5 De beoordeling 5.1. De bezwaren van Munckhof tegen de beoordeling van haar inschrijving vallen in twee delen uiteen: bezwaren tegen het feit dat de Gemeente haar eigen spelregels over het niet in behandeling nemen van een inschrijving niet heeft gevolgd en bezwaren tegen de beoordeling van haar inschrijving ten aanzien van subgunningscriterium G3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze bezwaren terecht zijn en dat zij in samenhang bezien grond zijn voor een heraanbesteding. De Gemeente had de inschrijving van Munckhof niet in behandeling moeten nemen 5.2. Uit paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag volgt dat een inschrijving niet verder in behandeling wordt genomen als die inschrijving niet aan het Programma van Eisen voldoet. Eén van de eisen (nr. 39) uit het Programma van Eisen is dat de opdrachtnemer de ritten plant met een vaste chauffeur per route, waarbij de inzet van twee vaste chauffeurs – volgens een wekelijkse structuur – ook is toegestaan. Uit de voorlopige gunningsbeslissing blijkt dat de Gemeente van mening is dat de inschrijving van Munckhof niet aan deze eis voldoet. 5.3. Door de inschrijving van Munckhof vervolgens wel in behandeling te nemen en in de kwalitatieve beoordeling van de inschrijving te betrekken dat de inschrijving van Munckhof naar de mening van de Gemeente niet aan eis 39 voldoet, heeft de Gemeente haar eigen spelregels niet gevolgd. Als de Gemeente die spelregels wel had gevolgd, had zij de inschrijving van Munckhof niet in behandeling moeten nemen. Het verweer van de Gemeente dat zij het in dit geval disproportioneel vond om de inschrijving niet in behandeling te nemen en dat zij er daarom voor heeft gekozen om het niet voldoen aan eis 39 in de kwalitatieve beoordeling van de inschrijving van Munckhof te betrekken, snijdt geen hout. Paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag laat namelijk geen ruimte voor een proportionaliteitstoets. Er is geen sprake van een discretionaire bevoegdheid van de Gemeente om de inschrijving al dan niet buiten behandeling te stellen als niet aan het Programma van Eisen wordt voldaan. Door desondanks een proportionaliteitstoets aan te leggen, heeft de Gemeente in strijd met het transparantiebeginsel gehandeld. In dat verband is van belang dat andere belangstellenden mogelijk van inschrijving hebben afgezien, omdat zij niet zonder meer aan eis 39 konden voldoen. Zij hoefden er geen rekening mee te houden dat de Gemeente dit via een proportionaliteitscorrectie zou oplossen. De Gemeente stelt zich verder op het standpunt dat een inschrijver bij het indienen van de inschrijving verklaart te voldoen aan het Programma van Eisen en dat dit aan buiten behandelingstelling van de inschrijving van Munckhof in de weg zou staan. De voorzieningenrechter volgt de Gemeente niet in dit standpunt. Iedere inschrijver verklaart immers met het doen van een inschrijving dat zij aan het Programma van Eisen voldoet. Als dit zou betekenen dat een inschrijving niet meer ongeldig kan worden verklaard op het moment dat de Gemeente van mening is dat een inschrijving toch niet aan het Programma van Eisen voldoet, zou paragraaf 4.2 van de Offerteaanvraag een lege huls zijn en zou dus het oordeel over de geldigheid niet meer bij de Gemeente liggen, maar bij de inschrijver. Dat is een onbegrijpelijke uitleg van de aanbestedingsstukken. 5.4. Doordat de Gemeente haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet heeft gevolgd, bevat de aanbestedingsprocedure een gebrek. Dat gebrek kan niet worden hersteld door (een veroordeling tot) herbeoordeling. De voorzieningenrechter is namelijk ook van oordeel dat de Gemeente zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de inschrijving van Munckhof niet aan eis 39 van het Programma van Eisen voldoet. De inschrijving van Munckhof voldoet aan eis 39 5.5. Eis 39 van het Programma van Eisen houdt – voor zover van belang – in dat een opdrachtnemer de ritten inplant met een vaste chauffeur per route, waarbij de inzet van twee vaste chauffeurs, volgens een wekelijkse structuur, ook is toegestaan. Het gaat dus nadrukkelijk om het “inplannen” van de ritten met één vaste chauffeur of met twee vaste chauffeurs volgens een wekelijkse structuur. De inschrijving van Munckhof strookt in zoverre met deze eis, aangezien daarin staat: “ In het leerlingenvervoer zetten wij in [op] één vaste chauffeur op de route. ”. 5.6. Anders dan de Gemeente in de gunningsbeslissing van Munckhof schrijft, is op grond van eis 39 niet verplicht dat een inschrijver ook een vaste back-up chauffeur aanbiedt. In zoverre is de beoordeling van de inschrijving van Munckhof dus al langs een strengere lat gelegd dan eis 39 voorschrijft. Daar komt het volgende bij. 5.7. De Gemeente stelt zich op het standpunt dat Munckhof met haar inschrijving afwijkt van wat wel in eis 39 is voorgeschreven, in die zin dat Munckhof in haar inschrijving een scenario zou introduceren waarin onder omstandigheden drie vaste chauffeurs op vaste dagen op één route worden ingezet. Wat daarvan zij, dat is niet in strijd met eis 39, op grond van het volgende. Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat het in de praktijk feitelijk niet haalbaar is om iedere rit daadwerkelijk door één vaste chauffeur of twee vaste chauffeurs volgens een wekelijkse structuur uit te laten voeren. Er zijn immers situaties denkbaar waarin (één van) de vaste chauffeur(s) verhinderd is/zijn om de rit uit te voeren, bijvoorbeeld door vakantie, deeltijdwerken, ziekte, of een andere onvoorziene omstandigheid. Dat acht de Gemeente ook toelaatbaar, gelet op eis 140 en 141. In zo’n geval moet de rit worden uitgevoerd door een vervangende chauffeur. Voor die vervangende chauffeur geldt weliswaar een aantal regels, maar er hoeft geen vaste vervanger te worden aangeboden. Niet in te zien valt echter waarom het inzetten van een vaste vervanger in strijd zou zijn met eis 39. Munckhof zet in op een vaste chauffeur per route en zij garandeert een vaste chauffeur voor alle ritten van leerlingen in cluster 4. Daarnaast garandeert Munckhof twee vaste chauffeurs voor 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3. De voorzieningenrechter begrijpt dit laatste aldus, dat Munckhof in het geval van afwezigheid van (één van) de vaste chauffeur(s) voor 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 een vaste vervangende chauffeur inzet. Daarmee biedt Munckhof dus juist meer dan eis 39 voorschrijft, want die eis schrijft geen vaste vervangende chauffeur voor. Gelet op de ratio van die eis, dat het voor de leerlingen belangrijk is om zoveel mogelijk gereden te worden door bekende chauffeurs, moet deze aanpak positief gewaardeerd worden. Voor wat betreft de overige 5% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 wordt, in het geval dat (één van) de vaste chauffeur(s) afwezig is/zijn, kennelijk een wisselende vervangende chauffeur ingezet. Dat is niet in strijd met eis 39 of enige andere eis uit het Programma van Eisen. De verwijzing van de Gemeente naar de garantie die de inschrijver moet geven dat alle ritten daadwerkelijk worden gereden (eis 64), staat hier los van. Kennelijk heeft de commissie de inschrijving van Munckhof zo gelezen dat zij zich het recht voorbehoudt om tot 5% van de ritten in het geheel niet te rijden (het structureel inbouwen van een 5% uitvalpercentage, zoals de Gemeente dat verwoordt). Voor die interpretatie biedt de inschrijving echter geen redelijk aanknopingspunt. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de vraag hoogstens hoe Munckhof kan garanderen dat alle ritten van alle leerlingen van cluster 4 door één vaste chauffeur worden gereden en hoe die toezegging zich verhoudt tot de door de Gemeente geëiste SMART-uitwerking van de inschrijving, waarvan de “R” voor Realistisch staat. Dat is echter niet het bezwaar van de Gemeente . Het getuigt verder van realisme dat Munckhof voor “slechts” 95% van de ritten van leerlingen in clusters 1, 2 en 3 garandeert twee vaste chauffeurs in te zetten. Een dergelijke inschatting c.q. kwantificering is niet in strijd met eis 39 en sorteert ook niet voor op een afwijking van die eis. Daarnaast is het kwantificeren van de inschrijving ook juist in lijn met de door de Gemeente geëiste SMART-uitwerking (de “M” staat immers voor Meetbaar). De voorzieningenrechter ziet niet in hoe Munckhof haar inschrijving op een andere wijze meetbaar had kunnen maken. 5.8. Daar komt bij dat de gunningsbeslissing niets vermeldt over de tweede bullet point van subgunningscriterium G3, terwijl dit een substantieel deel van dat subgunningscriterium betreft en dit de indruk wekt dat aan de inschrijving van Munckhof op dat punt – ten onrechte, want Munckhof heeft onweersproken gesteld dat de Gemeente op dat punt tevreden was met de inschrijving van Munckhof – geen punten zijn toegekend. De Opdracht moet opnieuw worden aanbesteed 5.9. De beoordeling van de inschrijving van Munckhof kent dus twee gebreken: de Gemeente heeft haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet gevolgd en de Gemeente legt eis 39 onjuist en onbegrijpelijk uit (zodat het niet stellen van vragen daarover niet relevant is) en interpreteert, mede in dat licht, de inschrijving van Munckhof niet goed. 5.10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gebreken die samenhangen met eis 39 niet, althans onvoldoende kunnen worden hersteld door de inschrijving van Munckhof (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Dit geldt te meer doordat ze betrekking hebben op de beoordeling op het zwaarst wegende subgunningscriterium G3. Bovendien valt voor de voorzieningenrechter (en Munckhof) niet te controleren of de Gemeente andere inschrijvingen die naar haar mening niet aan het Programma van Eisen voldoen op grond van een proportionaliteitstoets toch – ten onrechte – inhoudelijk heeft beoordeeld. Er rest dan ook meer één uitkomst: de Gemeente zal de Opdracht opnieuw moeten aanbesteden in het geval dat zij de Opdracht nog steeds wil vergunnen. Gelet daarop worden de vorderingen 1. tot en met 3. toegewezen op de manier zoals hierna in de beslissing staat vermeld. Daarbij wordt opgemerkt dat slechts sprake is van één gunningsbeslissing, namelijk die van 10 april 2026. De nadere toelichtingen op die gunningsbeslissing zijn niet aan te merken als afzonderlijke gunningsbeslissingen en Munckhof heeft die kennelijk ook, terecht, niet zo opgevat. 5.11. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan deze beslissingen één of meerdere dwangsommen te verbinden. De Gemeente is een overheidsorgaan en overheidsorganen plegen rechterlijke uitspraken na te komen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de Gemeente deze uitspraak niet zal nakomen. De voorzieningenrechter grijpt niet in de overbruggingsovereenkomst in 5.12.