Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-05-06
ECLI:NL:RBROT:2026:5747
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,007 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5747 text/xml public 2026-05-20T16:13:11 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-06 71/281779-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5747 text/html public 2026-05-20T16:11:55 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5747 Rechtbank Rotterdam , 06-05-2026 / 71/281779-23 Mega StLouis. Integrale vrijspraak voor het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne wegens het ontbreken van wetenschap en daarmee de opzet van de verdachte op het drugsgerelateerde karakter van zijn werkzaamheden. Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 71/281779-23 Datum uitspraak: 6 mei 2026 Datum zitting: 18 en 20 maart 2026 en 6 mei 2026 Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Advocaat van de verdachte: mr. J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam. Officieren van justitie: mrs. S. Kubicz en J.J. Arends (hierna: de officier van justitie). Kern van het vonnis De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne. Leeswijzer De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – met anderen voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne heeft verricht. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De argumenten die tot deze beslissing hebben geleid staan in hoofdstuk 2. 1 Tenlastelegging De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in de bijlage. 2 Vrijspraak 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit in de periode van 25 en 26 oktober 2023. De verdachte was in de loods aanwezig ten tijde van de inval. Hij werd de dag daarvoor ingevlogen in Nederland en opgewacht door leden van de criminele organisatie, die voor hem onderdak hadden geregeld. Ook volgt zijn betrokkenheid uit het onderzoek van de telefoon die bij hem in beslag is genomen bij zijn aanhouding. Gelet op deze bevindingen kan het niet anders dan dat de verdachte opzet heeft gehad op voorbereidingshandelingen in verband met de handel in cocaïne. 2.2. Oordeel van de rechtbank Op 25 oktober 2023 werd de [medeverdachte 1] door de politie met zijn vrachtwagen gecontroleerd in de buurt van Amersfoort. De oplegger was leeg, wat niet overeenkwam met de informatie op de vrachtbrief. De [medeverdachte 1] verklaarde ter plaatse tegenover de politie dat hij zojuist 20 pallets met fruit had afgeleverd op de [adres 1] , dat door anderen zou worden bewerkt en dat hij enkele dagen later weer moest ophalen. Hij verklaarde dat hij wist dat de politie op zoek was naar verdovende middelen, maar dat dit niet het juiste moment was en dat hij de politie kon helpen door met hen samen te werken. Het zou gaan om grote hoeveelheden, 5.000 of 10.000 kilogram wit per keer, waarbij hij zei te vermoeden dat ‘ze’ daarmee cocaïne bedoelden. Hij refereerde hierbij aan een nieuwbericht dat de eigenaren van een partij van 7.000 kg cocaïne waren gepakt bij een fruithandel in Rotterdam of Ridderkerk. [medeverdachte 1] verklaarde ook dat hij voor de twee afgesproken ritten een vergoeding zou krijgen van ongeveer 80.000 euro. Naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte 1] heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de loods van [bedrijf 1] in Tynaarlo. Daarbij werd waargenomen dat er drie voertuigen wegreden bij de loods, waarin zich later de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] bleken te bevinden. In de loods werd een grote hoeveelheid bananen aangetroffen op pallets buiten de aanwezige koelcel. Verder werden drie bakwagens en een vrachtauto aangetroffen, alle zonder kentekenplaten en voorzien van een verborgen ruimte. In een van de verborgen ruimtes lag een tas met containerzegels en een vuurwapen. Deze bevindingen vormden de aanleiding voor het onderzoek 26StLouis. De telefoon van de verdachte [verdachte] is onderzocht. Daaruit blijkt dat hij samen met [medeverdachte 5] op 24 oktober 2023 vanuit Malaga naar Parijs is gevlogen en vervolgens met de trein naar Nederland is gekomen. Op beelden van NH Hotel Jan Tabak in Bussum is te zien dat de verdachte samen met [medeverdachte 5] rond 22:30 uur het hotel binnenloopt. Jan Tabak werd gebruikt als voornaamste ontmoetingsplek van de verdachten in het onderzoek 26StLouis. Op de beelden is ook de verdachte [medeverdachte 4] te zien, die met de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 5] meeloopt naar hun kamers. In de telefoon van de verdachte [verdachte] is een contactpersoon met de naam [naam 1] aangetroffen. In het onderzoek 26StLouis is de verdachte [medeverdachte 4] geïdentificeerd als de gebruiker van dit account. Daarnaast is op de telefoon een chatgesprek gevonden met het account [naam 2] (niet geïdentificeerd) dat is gevoerd op de dag van de inval in de loods. Daarin wordt gesproken over werkzaamheden en stickers. [naam 2] zegt dat hij wacht op een levering. In een gesprek met [naam 3] (niet geïdentificeerd) zegt de gebruiker van de telefoon dat ze een stempel en een stickerpistool nodig hebben. De verdachte heeft geen verklaring willen afleggen over zijn aanwezigheid in de loods en heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. Ten aanzien van acht medeverdachten heeft de rechtbank gelijktijdig met het onderhavige vonnis op basis van de bevindingen bij het onderzoek 26StLouis, mede in relatie tot een grote drugsvondst enkele dagen eerder in het onderzoek 26Rouen, bewezen verklaard dat zij zich in Tynaarlo bezighielden met voorbereidingshandelingen voor het invoeren, bewerken en vervaardigen van cocaïne. Het gegeven dat de verdachte [verdachte] ten tijde van de inval in de loods aanwezig was en kort daarvoor vanuit Malaga in Nederland was aangekomen, geeft in dat opzicht te denken en is – getoetst op het niveau van ernstige bezwaren – voor hem zonder meer belastend. Zonder concrete informatie om te kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap (moet hebben ge)had van het drugsgerelateerde karakter van de activiteiten in de loods, ontbreekt echter het wettig en overtuigend bewijs voor een veroordeling. In de loods is geen cocaïne aangetroffen, maar werd ten tijde van de inval alleen gewerkt aan het omstickeren van dozen met bananen, die – zo blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] – verder moesten worden bewerkt en pas enkele dagen later weer zouden worden opgehaald. Ook het onderzoek aan de telefoon van de verdachte en van de in beslag genomen (frisdrank)telefoons geeft onvoldoende uitsluitsel met betrekking tot de precieze rol van de verdachte bij de activiteiten in de loods. Omdat de wetenschap van, en daarmee het opzet van de verdachte op het drugsgerelateerde karakter van zijn werkzaamheden niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zal de rechtbank hem vrijspreken van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in cocaïne. 3 Voorlopige hechtenis De officier van justitie heeft de gevangenneming van de verdachte gevorderd. Omdat de rechtbank tot vrijspraak komt, wordt deze vordering afgewezen. 4 Beslissing De rechtbank: Vrijspraak verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij. Voorlopige hechtenis wijst af de vordering tot gevangenneming. 5 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, en mrs. P.C. Tuinenburg en J.C. Oord, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. L.R. van Zaanen en V.E. Scholtens, griffiers, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 mei 2026. De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5747 text/xml public 2026-05-20T16:13:11 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-06 71/281779-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5747 text/html public 2026-05-20T16:11:55 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5747 Rechtbank Rotterdam , 06-05-2026 / 71/281779-23 Mega StLouis. Integrale vrijspraak voor het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne wegens het ontbreken van wetenschap en daarmee de opzet van de verdachte op het drugsgerelateerde karakter van zijn werkzaamheden. Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 71/281779-23 Datum uitspraak: 6 mei 2026 Datum zitting: 18 en 20 maart 2026 en 6 mei 2026 Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Advocaat van de verdachte: mr. J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam. Officieren van justitie: mrs. S. Kubicz en J.J. Arends (hierna: de officier van justitie). Kern van het vonnis De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne. Leeswijzer De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – met anderen voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne heeft verricht. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De argumenten die tot deze beslissing hebben geleid staan in hoofdstuk 2. 1 Tenlastelegging De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in de bijlage. 2 Vrijspraak 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit in de periode van 25 en 26 oktober 2023. De verdachte was in de loods aanwezig ten tijde van de inval. Hij werd de dag daarvoor ingevlogen in Nederland en opgewacht door leden van de criminele organisatie, die voor hem onderdak hadden geregeld. Ook volgt zijn betrokkenheid uit het onderzoek van de telefoon die bij hem in beslag is genomen bij zijn aanhouding. Gelet op deze bevindingen kan het niet anders dan dat de verdachte opzet heeft gehad op voorbereidingshandelingen in verband met de handel in cocaïne. 2.2. Oordeel van de rechtbank Op 25 oktober 2023 werd de [medeverdachte 1] door de politie met zijn vrachtwagen gecontroleerd in de buurt van Amersfoort. De oplegger was leeg, wat niet overeenkwam met de informatie op de vrachtbrief. De [medeverdachte 1] verklaarde ter plaatse tegenover de politie dat hij zojuist 20 pallets met fruit had afgeleverd op de [adres 1] , dat door anderen zou worden bewerkt en dat hij enkele dagen later weer moest ophalen. Hij verklaarde dat hij wist dat de politie op zoek was naar verdovende middelen, maar dat dit niet het juiste moment was en dat hij de politie kon helpen door met hen samen te werken. Het zou gaan om grote hoeveelheden, 5.000 of 10.000 kilogram wit per keer, waarbij hij zei te vermoeden dat ‘ze’ daarmee cocaïne bedoelden. Hij refereerde hierbij aan een nieuwbericht dat de eigenaren van een partij van 7.000 kg cocaïne waren gepakt bij een fruithandel in Rotterdam of Ridderkerk. [medeverdachte 1] verklaarde ook dat hij voor de twee afgesproken ritten een vergoeding zou krijgen van ongeveer 80.000 euro. Naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte 1] heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de loods van [bedrijf 1] in Tynaarlo. Daarbij werd waargenomen dat er drie voertuigen wegreden bij de loods, waarin zich later de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] bleken te bevinden. In de loods werd een grote hoeveelheid bananen aangetroffen op pallets buiten de aanwezige koelcel. Verder werden drie bakwagens en een vrachtauto aangetroffen, alle zonder kentekenplaten en voorzien van een verborgen ruimte. In een van de verborgen ruimtes lag een tas met containerzegels en een vuurwapen. Deze bevindingen vormden de aanleiding voor het onderzoek 26StLouis. De telefoon van de verdachte [verdachte] is onderzocht. Daaruit blijkt dat hij samen met [medeverdachte 5] op 24 oktober 2023 vanuit Malaga naar Parijs is gevlogen en vervolgens met de trein naar Nederland is gekomen. Op beelden van NH Hotel Jan Tabak in Bussum is te zien dat de verdachte samen met [medeverdachte 5] rond 22:30 uur het hotel binnenloopt. Jan Tabak werd gebruikt als voornaamste ontmoetingsplek van de verdachten in het onderzoek 26StLouis. Op de beelden is ook de verdachte [medeverdachte 4] te zien, die met de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 5] meeloopt naar hun kamers. In de telefoon van de verdachte [verdachte] is een contactpersoon met de naam [naam 1] aangetroffen. In het onderzoek 26StLouis is de verdachte [medeverdachte 4] geïdentificeerd als de gebruiker van dit account. Daarnaast is op de telefoon een chatgesprek gevonden met het account [naam 2] (niet geïdentificeerd) dat is gevoerd op de dag van de inval in de loods. Daarin wordt gesproken over werkzaamheden en stickers. [naam 2] zegt dat hij wacht op een levering. In een gesprek met [naam 3] (niet geïdentificeerd) zegt de gebruiker van de telefoon dat ze een stempel en een stickerpistool nodig hebben. De verdachte heeft geen verklaring willen afleggen over zijn aanwezigheid in de loods en heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. Ten aanzien van acht medeverdachten heeft de rechtbank gelijktijdig met het onderhavige vonnis op basis van de bevindingen bij het onderzoek 26StLouis, mede in relatie tot een grote drugsvondst enkele dagen eerder in het onderzoek 26Rouen, bewezen verklaard dat zij zich in Tynaarlo bezighielden met voorbereidingshandelingen voor het invoeren, bewerken en vervaardigen van cocaïne. Het gegeven dat de verdachte [verdachte] ten tijde van de inval in de loods aanwezig was en kort daarvoor vanuit Malaga in Nederland was aangekomen, geeft in dat opzicht te denken en is – getoetst op het niveau van ernstige bezwaren – voor hem zonder meer belastend. Zonder concrete informatie om te kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap (moet hebben ge)had van het drugsgerelateerde karakter van de activiteiten in de loods, ontbreekt echter het wettig en overtuigend bewijs voor een veroordeling. In de loods is geen cocaïne aangetroffen, maar werd ten tijde van de inval alleen gewerkt aan het omstickeren van dozen met bananen, die – zo blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] – verder moesten worden bewerkt en pas enkele dagen later weer zouden worden opgehaald. Ook het onderzoek aan de telefoon van de verdachte en van de in beslag genomen (frisdrank)telefoons geeft onvoldoende uitsluitsel met betrekking tot de precieze rol van de verdachte bij de activiteiten in de loods. Omdat de wetenschap van, en daarmee het opzet van de verdachte op het drugsgerelateerde karakter van zijn werkzaamheden niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zal de rechtbank hem vrijspreken van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in cocaïne. 3 Voorlopige hechtenis De officier van justitie heeft de gevangenneming van de verdachte gevorderd. Omdat de rechtbank tot vrijspraak komt, wordt deze vordering afgewezen. 4 Beslissing De rechtbank: Vrijspraak verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij. Voorlopige hechtenis wijst af de vordering tot gevangenneming. 5 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, en mrs. P.C. Tuinenburg en J.C. Oord, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. L.R. van Zaanen en V.E. Scholtens, griffiers, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 mei 2026. De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.