Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-05-08
ECLI:NL:RBROT:2026:5112
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,611 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5112 text/xml public 2026-05-19T16:56:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-08 11774798 CV EXPL 25-14707 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBROT:2026:1314 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5112 text/html public 2026-05-19T16:56:09 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5112 Rechtbank Rotterdam , 08-05-2026 / 11774798 CV EXPL 25-14707 Eindvonnis na tussenvonnis in ECLI:NL:RBROT:2026:1314 (vonnis van 6 februari 2026). Compensatie van proceskosten omdat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11774798 CV EXPL 25-14707 datum uitspraak: 8 mei 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [werknemer] (hierna: ‘werknemer’), woonplaats: [woonplaats] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. A.P.J.M. Verbeek, tegen Koninklijke Vopak N.V. (hierna: ‘werkgever’), vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. A. van Toledo. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het tussenvonnis van 6 februari 2026 en de daarin genoemde stukken; de akte van werkgever van 4 maart 2026, met bijlagen; de akte van werknemer van 1 april 2026. 2 De beoordeling 2.1. Werkgever is in het tussenvonnis van 6 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om in een akte in te gaan op de vraag welk bedrag zij nog aan werknemer moet betalen. In haar akte van 4 maart 2026 geeft werkgever aan dat dit om € 15.144,00 netto gaat en in zijn akte van 1 april 2026 zegt werknemer dat dit juist is. Werkgever wordt daarom veroordeeld om aan werknemer een bedrag van € 15.144,00 netto te betalen, met rente vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis. 2.2. Werkgever moet nog een bedrag aan werknemer betalen en is dus de partij die ongelijk krijgt. Het uitgangspunt is dat werkgever daarom de proceskosten moet betalen. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld, aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen (proces)kosten draagt, waaronder de incassokosten. 2.3. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt werkgever om € 15.144,00 aan werknemer te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald; 3.2. bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten, waaronder de incassokosten, betalen; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken. 686 Rb. Rotterdam 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1314
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5112 text/xml public 2026-05-19T16:56:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-08 11774798 CV EXPL 25-14707 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBROT:2026:1314 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5112 text/html public 2026-05-19T16:56:09 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5112 Rechtbank Rotterdam , 08-05-2026 / 11774798 CV EXPL 25-14707 Eindvonnis na tussenvonnis in ECLI:NL:RBROT:2026:1314 (vonnis van 6 februari 2026). Compensatie van proceskosten omdat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11774798 CV EXPL 25-14707 datum uitspraak: 8 mei 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [werknemer] (hierna: ‘werknemer’), woonplaats: [woonplaats] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. A.P.J.M. Verbeek, tegen Koninklijke Vopak N.V. (hierna: ‘werkgever’), vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. A. van Toledo. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het tussenvonnis van 6 februari 2026 en de daarin genoemde stukken; de akte van werkgever van 4 maart 2026, met bijlagen; de akte van werknemer van 1 april 2026. 2 De beoordeling 2.1. Werkgever is in het tussenvonnis van 6 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om in een akte in te gaan op de vraag welk bedrag zij nog aan werknemer moet betalen. In haar akte van 4 maart 2026 geeft werkgever aan dat dit om € 15.144,00 netto gaat en in zijn akte van 1 april 2026 zegt werknemer dat dit juist is. Werkgever wordt daarom veroordeeld om aan werknemer een bedrag van € 15.144,00 netto te betalen, met rente vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis. 2.2. Werkgever moet nog een bedrag aan werknemer betalen en is dus de partij die ongelijk krijgt. Het uitgangspunt is dat werkgever daarom de proceskosten moet betalen. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld, aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen (proces)kosten draagt, waaronder de incassokosten. 2.3. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt werkgever om € 15.144,00 aan werknemer te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald; 3.2. bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten, waaronder de incassokosten, betalen; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken. 686 Rb. Rotterdam 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1314