Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-21
ECLI:NL:RBROT:2026:4688
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
1,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4688 text/xml public 2026-05-13T14:17:53 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-21 ROT 26/2858 (hersteluitspraak) Uitspraak Voorlopige voorziening NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4688 text/html public 2026-05-13T14:17:25 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4688 Rechtbank Rotterdam , 21-04-2026 / ROT 26/2858 (hersteluitspraak) Hersteluitspraak. Zie voor de uitspraak ECLI:NL:RBROT:2026:4574. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/2858 (hersteluitspraak) uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 april 2026 ter verbetering van de uitspraak van 20 april 2026 in de zaak tussen [naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: [naam gemachtigde] ). Beoordeling door de voorzieningenrechter De voorzieningenrechter is gebleken dat de uitspraak van 20 april 2026 een kennelijke verschrijving bevat die zich leent voor eenvoudig herstel. In de uitspraak is per abuis een zin weggevallen aan het einde van rechtsoverweging 4. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om de uitspraak als volgt aan te passen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit geen gevolgen heeft voor de conclusie en het dictum van de uitspraak van 20 april 2026. Beslissing De voorzieningenrechter verbetert haar uitspraak van 20 april 2026 als volgt. Aan het einde van rechtsoverweging 4 wordt de volgende zin toegevoegd: Na de zitting heeft de voorzieningenrechter overigens kennis genomen van het herzieningsbesluit van de gemeente Rotterdam van 10 april 2026, omdat verzoekster dit besluit per e-mailbericht van 17 april 2026 aan de rechtbank heeft toegestuurd. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4688 text/xml public 2026-05-13T14:17:53 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-21 ROT 26/2858 (hersteluitspraak) Uitspraak Voorlopige voorziening NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4688 text/html public 2026-05-13T14:17:25 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4688 Rechtbank Rotterdam , 21-04-2026 / ROT 26/2858 (hersteluitspraak) Hersteluitspraak. Zie voor de uitspraak ECLI:NL:RBROT:2026:4574. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/2858 (hersteluitspraak) uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 april 2026 ter verbetering van de uitspraak van 20 april 2026 in de zaak tussen [naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: [naam gemachtigde] ). Beoordeling door de voorzieningenrechter De voorzieningenrechter is gebleken dat de uitspraak van 20 april 2026 een kennelijke verschrijving bevat die zich leent voor eenvoudig herstel. In de uitspraak is per abuis een zin weggevallen aan het einde van rechtsoverweging 4. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om de uitspraak als volgt aan te passen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit geen gevolgen heeft voor de conclusie en het dictum van de uitspraak van 20 april 2026. Beslissing De voorzieningenrechter verbetert haar uitspraak van 20 april 2026 als volgt. Aan het einde van rechtsoverweging 4 wordt de volgende zin toegevoegd: Na de zitting heeft de voorzieningenrechter overigens kennis genomen van het herzieningsbesluit van de gemeente Rotterdam van 10 april 2026, omdat verzoekster dit besluit per e-mailbericht van 17 april 2026 aan de rechtbank heeft toegestuurd. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.