Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-27
ECLI:NL:RBROT:2026:4342
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,733 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4342 text/xml public 2026-04-14T15:26:11 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-27 ROT 23/2694 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4342 text/html public 2026-04-14T15:25:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4342 Rechtbank Rotterdam , 27-03-2026 / ROT 23/2694 Beroep niet tijdig. Niet-ontvankelijk, reeds beslist. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 23/2694 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen [eiser], uit Rotterdam, eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam , het college (gemachtigde: mr. R. Codrington). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022. In die uitspraak staat dat het college binnen twee weken opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in, omdat het college dat volgens hem niet heeft gedaan. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. In de uitspraak van 22 februari 2022 heeft de rechtbank zich uitgelaten over een zevental verzoeken van eiser om informatie en/of om inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Over eisers verzoeken van 25 mei 2021 (Suwinet en de belhistorie) heeft de rechtbank geoordeeld dat het college binnen twee weken na bekendmaking van haar uitspraak alsnog moet beslissen. Dit beroep niet tijdig ziet op deze twee verzoeken van 25 mei 2021. Eiser is van mening dat het college niet heeft voldaan aan het oordeel van de rechtbank, omdat nog niet is beslist op deze verzoeken. 3. Vast staat dat het college op 9 maart 2022 een tweetal besluiten heeft genomen naar aanleiding van eisers verzoeken van 25 mei 2021 over Suwinet en de belhistorie. Hiermee heeft het college alsnog op eisers verzoeken beslist en is voldaan aan de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022. Alles wat eiser aanvoert over deze besluiten van 9 maart 2022 als kritiek en tekortkoming (o.a. dat het slechts deelbesluiten zijn en dat informatie ontbreekt), kan hij in bezwaar en eventueel beroep aan de orde stellen. Dit heeft eiser ook gedaan. 4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het college heeft de eerder door de rechtbank opgelegde beslistermijn niet overschreden. Eiser krijgt daarom zijn griffierechten niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. ROT 21/4924 (ECLI:NL:RBROT:2022:1823).
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4342 text/xml public 2026-04-14T15:26:11 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-27 ROT 23/2694 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4342 text/html public 2026-04-14T15:25:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4342 Rechtbank Rotterdam , 27-03-2026 / ROT 23/2694 Beroep niet tijdig. Niet-ontvankelijk, reeds beslist. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 23/2694 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen [eiser], uit Rotterdam, eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam , het college (gemachtigde: mr. R. Codrington). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022. In die uitspraak staat dat het college binnen twee weken opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in, omdat het college dat volgens hem niet heeft gedaan. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. In de uitspraak van 22 februari 2022 heeft de rechtbank zich uitgelaten over een zevental verzoeken van eiser om informatie en/of om inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Over eisers verzoeken van 25 mei 2021 (Suwinet en de belhistorie) heeft de rechtbank geoordeeld dat het college binnen twee weken na bekendmaking van haar uitspraak alsnog moet beslissen. Dit beroep niet tijdig ziet op deze twee verzoeken van 25 mei 2021. Eiser is van mening dat het college niet heeft voldaan aan het oordeel van de rechtbank, omdat nog niet is beslist op deze verzoeken. 3. Vast staat dat het college op 9 maart 2022 een tweetal besluiten heeft genomen naar aanleiding van eisers verzoeken van 25 mei 2021 over Suwinet en de belhistorie. Hiermee heeft het college alsnog op eisers verzoeken beslist en is voldaan aan de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022. Alles wat eiser aanvoert over deze besluiten van 9 maart 2022 als kritiek en tekortkoming (o.a. dat het slechts deelbesluiten zijn en dat informatie ontbreekt), kan hij in bezwaar en eventueel beroep aan de orde stellen. Dit heeft eiser ook gedaan. 4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het college heeft de eerder door de rechtbank opgelegde beslistermijn niet overschreden. Eiser krijgt daarom zijn griffierechten niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. ROT 21/4924 (ECLI:NL:RBROT:2022:1823).