Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-20
ECLI:NL:RBROT:2026:4238
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,085 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4238 text/xml public 2026-05-06T08:57:38 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-20 12018937 RR FORM 25-148 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4238 text/html public 2026-05-06T08:57:09 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4238 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2026 / 12018937 RR FORM 25-148 Regelrechter. Aanneming van werk. Bewijsopdracht. Partijen zijn overeengekomen dat een muurtje moest worden verwijderd (Haviltex). Gedaagde moet bewijzen dat zij op tijd heeft gewaarschuwd de werkzaamheden niet uit te kunnen voeren. Kon gedaagde redelijkerwijs al eerder weten dat zij de overeengekomen werkzaamheden niet kon uitvoeren? RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12018937 RR FORM 25-148 datum uitspraak: 20 maart 2026 Vonnis van de regelrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, die zelf procedeert, tegen [gedaagde] B.V. , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , gedaagde, vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger] . De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde B.V.] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit). 1.2. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 16 december 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en de spreekaantekeningen van [eiser] ; de foto’s van de keuken voordat [gedaagde B.V.] de werkzaamheden heeft uitgevoerd. 1.3. Op 13 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiser] aanwezig met zijn partner mevrouw [partner] . Namens [gedaagde B.V.] is de heer [vertegenwoordiger] verschenen met zijn adviseur. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [eiser] heeft bij IKEA een keuken besteld. Via IKEA is [eiser] bij [gedaagde B.V.] terechtgekomen voor het inmeten en installeren van de keuken. Tijdens het inmeten heeft [eiser] aangegeven dat de roodomlijnde muur op onderstaande foto verwijderd moet worden. 2.2. In de offerte is opgenomen dat [gedaagde B.V.] een koofje weghaalt. Tijdens de werkzaamheden ter voorbereiding op de installatie van de keuken heeft [gedaagde B.V.] het muurtje niet verwijderd. Dit zou niet mogelijk zijn door leidingen en elektra die door het muurtje lopen. Hierdoor kon de keuken niet worden geplaatst zoals partijen zijn overeenkomen. De kast die achter het muurtje stond ingetekend, kan namelijk niet worden geopend door het muurtje dat is blijven staan. Als oplossing heeft [gedaagde B.V.] de keuken 25 centimeter naar rechts geplaatst en het werkblad en de achterwand korter gemaakt. Daarnaast is de kast die aan de rechterkant van het werkblad was ingetekend niet geplaatst om op die manier ruimte te winnen. [eiser] heeft aangegeven niet tevreden te zijn met deze oplossing en wil dat [gedaagde B.V.] alsnog het muurtje verwijdert en de keuken volgens afspraak en tekening installeert. [gedaagde B.V.] heeft gezegd dit niet te kunnen doen. [eiser] wil dan ook niet langer dat [gedaagde B.V.] het muurtje zelf verwijdert, maar dat [gedaagde B.V.] een schadevergoeding betaalt zodat hij een derde kan inschakelen om de muur te verwijderen en de keuken zoals overeengekomen te plaatsen. Ook wil hij dat [gedaagde B.V.] de kosten voor het betekenen van twee brieven betaald. 2.3. [gedaagde B.V.] betwist dat zij de muur moet verwijderen. Zij beargumenteert dat partijen niet zijn overeengekomen dat deze muur verwijderd moest worden, maar in plaats daarvan de op de foto blauwomlijnde koof. Deze kon volgens [gedaagde B.V.] echter ook niet verwijderd worden. Het muurtje is onderdeel van een constructie (een dragende muur) en bevat elektriciteitskabels en leidingen. [gedaagde B.V.] mag geen constructiewerkzaamheden uitvoeren en kan deze muur dan ook niet verwijderen. [gedaagde B.V.] vindt tot slot dat zij [eiser] al heeft gecompenseerd door € 686,75 aan hem terug te betalen. 2.4. De rechter gaat [gedaagde B.V.] een bewijsopdracht geven. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde B.V.] het muurtje verwijdert 2.5. De vraag die allereerst voorligt, is of partijen hebben afgesproken dat het muurtje in de keuken moet worden verwijderd door [gedaagde B.V.] . [eiser] vindt dat partijen hebben afgesproken dat het muurtje moet worden verwijderd, zodat in die hoek de koelkast kan worden geplaatst. [gedaagde B.V.] vindt dat met de post ‘koofje weghalen’ niet wordt bedoeld dat het muurtje moet worden verwijderd. Wat partijen overeen zijn gekomen, moet worden beoordeeld aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen hebben mogen afleiden en verwachten (Haviltex-maatstaf). 2.6. De rechter stelt vast dat partijen hebben afgesproken dat het muurtje verwijderd moest worden. Ondanks dat in de offerte staat dat de koof wordt weggehaald, blijkt wel voldoende duidelijk dat partijen hebben bedoeld om het muurtje in de keuken te verwijderen. Er is in die hoek namelijk een (koel)kast ingetekend die niet kan worden geopend als het muurtje zou blijven staan. Die tekeningen waren bij [gedaagde B.V.] bekend. Dat de inmeter van [gedaagde B.V.] wist dat het muurtje verwijderd moest worden, blijkt ook uit de e-mail van 10 maart 2025, waarin [gedaagde B.V.] het volgende aangeeft: ‘ de rood omlijnde koof, die heeft de inmeter in overleg met u en de installateur niet weggehaald. Dit doordat er leidingen/elektra achter deze muur zit. Hierdoor kunnen wij deze niet weghalen. Dit is tijdens het inmeten niet te zien, hier kan de inmeter dan ook niks aan doen. ’ Daarmee wordt impliciet aangegeven dat in eerste instantie ook [gedaagde B.V.] van mening was dat het muurtje door haar weggehaald moest worden. 2.7. Het argument van [gedaagde B.V.] dat de daadwerkelijke koof in de keuken verwijderd moest worden en hierover onduidelijkheid bestaat, gaat door de inhoud van dezelfde mail niet op. [gedaagde B.V.] zegt namelijk: ‘ De blauw omlijnde koof is van beton, deze kan om die reden niet worden weggehaald. De inmeter beschrijft ook richting Ikea dat er hierdoor een lagere kast moet komen, vooraf was er daarom al geen sprake van dat deze koof weg zou gaan. ’ Dit wordt bevestigd door de bouwtekening van de nieuwe keuken waar de koelkast door het behoud van de koof lager is ingetekend dan de kast direct ernaast. Als er dus al onduidelijkheid bestaat over de vraag of het muurtje of de koof verwijderd moet worden, dan is dit alleen voor [gedaagde B.V.] onduidelijk, omdat zij hierover in haar e-mails en tijdens de zitting verschillend over verklaart. Voor de inmeter lijkt het duidelijk te zijn geweest wat werd bedoeld met het weghalen van het koofje: het weghalen van het muurtje. 2.8. Door deze omstandigheden is het duidelijk dat met ‘koofje weghalen’ door partijen is bedoeld om de rood omlijnde muur te verwijderen. Partijen zijn het verwijderen van het muurtje dan ook overeengekomen. Heeft [gedaagde B.V.] op tijd gewaarschuwd? 2.9. De rechter begrijpt het verweer van [gedaagde B.V.] zo dat zij vindt dat het voor rekening van [eiser] moet blijven dat de keuken nu in afwijking van de tekening is geplaatst (artikel 7:760 lid 2 BW). [gedaagde B.V.] kan namelijk niet de keuken volgens de tekening plaatsen, omdat zij geen constructiewerkzaamheden mag uitvoeren en het muurtje dus niet mag verwijderen. Hierdoor moet de keuken ongeveer 25 centimeter naar rechts worden geplaatst. [gedaagde B.V.] heeft op 4 maart 2025 gewaarschuwd dat het muurtje niet wordt weggehaald en de keuken anders moet worden geïnstalleerd. Volgens [gedaagde B.V.] kon de inmeter dit niet eerder weten. De verantwoordelijkheid om het muurtje te verwijderen rust op [eiser] als [gedaagde B.V.] op tijd over het muurtje heeft gewaarschuwd. [eiser] vindt dat de waarschuwing van [gedaagde B.V.] te laat was. Hij zegt dat de inmeter tijdens de inmeetafspraak al had moeten zien dat [gedaagde B.V.] het muurtje niet kon verwijderen en dat hij de dupe is van het feit dat de inmeter dit toen niet heeft gezien. 2.10.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4238 text/xml public 2026-05-06T08:57:38 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-20 12018937 RR FORM 25-148 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4238 text/html public 2026-05-06T08:57:09 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4238 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2026 / 12018937 RR FORM 25-148 Regelrechter. Aanneming van werk. Bewijsopdracht. Partijen zijn overeengekomen dat een muurtje moest worden verwijderd (Haviltex). Gedaagde moet bewijzen dat zij op tijd heeft gewaarschuwd de werkzaamheden niet uit te kunnen voeren. Kon gedaagde redelijkerwijs al eerder weten dat zij de overeengekomen werkzaamheden niet kon uitvoeren? RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12018937 RR FORM 25-148 datum uitspraak: 20 maart 2026 Vonnis van de regelrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, die zelf procedeert, tegen [gedaagde] B.V. , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , gedaagde, vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger] . De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde B.V.] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit). 1.2. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 16 december 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en de spreekaantekeningen van [eiser] ; de foto’s van de keuken voordat [gedaagde B.V.] de werkzaamheden heeft uitgevoerd. 1.3. Op 13 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiser] aanwezig met zijn partner mevrouw [partner] . Namens [gedaagde B.V.] is de heer [vertegenwoordiger] verschenen met zijn adviseur. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [eiser] heeft bij IKEA een keuken besteld. Via IKEA is [eiser] bij [gedaagde B.V.] terechtgekomen voor het inmeten en installeren van de keuken. Tijdens het inmeten heeft [eiser] aangegeven dat de roodomlijnde muur op onderstaande foto verwijderd moet worden. 2.2. In de offerte is opgenomen dat [gedaagde B.V.] een koofje weghaalt. Tijdens de werkzaamheden ter voorbereiding op de installatie van de keuken heeft [gedaagde B.V.] het muurtje niet verwijderd. Dit zou niet mogelijk zijn door leidingen en elektra die door het muurtje lopen. Hierdoor kon de keuken niet worden geplaatst zoals partijen zijn overeenkomen. De kast die achter het muurtje stond ingetekend, kan namelijk niet worden geopend door het muurtje dat is blijven staan. Als oplossing heeft [gedaagde B.V.] de keuken 25 centimeter naar rechts geplaatst en het werkblad en de achterwand korter gemaakt. Daarnaast is de kast die aan de rechterkant van het werkblad was ingetekend niet geplaatst om op die manier ruimte te winnen. [eiser] heeft aangegeven niet tevreden te zijn met deze oplossing en wil dat [gedaagde B.V.] alsnog het muurtje verwijdert en de keuken volgens afspraak en tekening installeert. [gedaagde B.V.] heeft gezegd dit niet te kunnen doen. [eiser] wil dan ook niet langer dat [gedaagde B.V.] het muurtje zelf verwijdert, maar dat [gedaagde B.V.] een schadevergoeding betaalt zodat hij een derde kan inschakelen om de muur te verwijderen en de keuken zoals overeengekomen te plaatsen. Ook wil hij dat [gedaagde B.V.] de kosten voor het betekenen van twee brieven betaald. 2.3. [gedaagde B.V.] betwist dat zij de muur moet verwijderen. Zij beargumenteert dat partijen niet zijn overeengekomen dat deze muur verwijderd moest worden, maar in plaats daarvan de op de foto blauwomlijnde koof. Deze kon volgens [gedaagde B.V.] echter ook niet verwijderd worden. Het muurtje is onderdeel van een constructie (een dragende muur) en bevat elektriciteitskabels en leidingen. [gedaagde B.V.] mag geen constructiewerkzaamheden uitvoeren en kan deze muur dan ook niet verwijderen. [gedaagde B.V.] vindt tot slot dat zij [eiser] al heeft gecompenseerd door € 686,75 aan hem terug te betalen. 2.4. De rechter gaat [gedaagde B.V.] een bewijsopdracht geven. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde B.V.] het muurtje verwijdert 2.5. De vraag die allereerst voorligt, is of partijen hebben afgesproken dat het muurtje in de keuken moet worden verwijderd door [gedaagde B.V.] . [eiser] vindt dat partijen hebben afgesproken dat het muurtje moet worden verwijderd, zodat in die hoek de koelkast kan worden geplaatst. [gedaagde B.V.] vindt dat met de post ‘koofje weghalen’ niet wordt bedoeld dat het muurtje moet worden verwijderd. Wat partijen overeen zijn gekomen, moet worden beoordeeld aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen hebben mogen afleiden en verwachten (Haviltex-maatstaf). 2.6. De rechter stelt vast dat partijen hebben afgesproken dat het muurtje verwijderd moest worden. Ondanks dat in de offerte staat dat de koof wordt weggehaald, blijkt wel voldoende duidelijk dat partijen hebben bedoeld om het muurtje in de keuken te verwijderen. Er is in die hoek namelijk een (koel)kast ingetekend die niet kan worden geopend als het muurtje zou blijven staan. Die tekeningen waren bij [gedaagde B.V.] bekend. Dat de inmeter van [gedaagde B.V.] wist dat het muurtje verwijderd moest worden, blijkt ook uit de e-mail van 10 maart 2025, waarin [gedaagde B.V.] het volgende aangeeft: ‘ de rood omlijnde koof, die heeft de inmeter in overleg met u en de installateur niet weggehaald. Dit doordat er leidingen/elektra achter deze muur zit. Hierdoor kunnen wij deze niet weghalen. Dit is tijdens het inmeten niet te zien, hier kan de inmeter dan ook niks aan doen. ’ Daarmee wordt impliciet aangegeven dat in eerste instantie ook [gedaagde B.V.] van mening was dat het muurtje door haar weggehaald moest worden. 2.7. Het argument van [gedaagde B.V.] dat de daadwerkelijke koof in de keuken verwijderd moest worden en hierover onduidelijkheid bestaat, gaat door de inhoud van dezelfde mail niet op. [gedaagde B.V.] zegt namelijk: ‘ De blauw omlijnde koof is van beton, deze kan om die reden niet worden weggehaald. De inmeter beschrijft ook richting Ikea dat er hierdoor een lagere kast moet komen, vooraf was er daarom al geen sprake van dat deze koof weg zou gaan. ’ Dit wordt bevestigd door de bouwtekening van de nieuwe keuken waar de koelkast door het behoud van de koof lager is ingetekend dan de kast direct ernaast. Als er dus al onduidelijkheid bestaat over de vraag of het muurtje of de koof verwijderd moet worden, dan is dit alleen voor [gedaagde B.V.] onduidelijk, omdat zij hierover in haar e-mails en tijdens de zitting verschillend over verklaart. Voor de inmeter lijkt het duidelijk te zijn geweest wat werd bedoeld met het weghalen van het koofje: het weghalen van het muurtje. 2.8. Door deze omstandigheden is het duidelijk dat met ‘koofje weghalen’ door partijen is bedoeld om de rood omlijnde muur te verwijderen. Partijen zijn het verwijderen van het muurtje dan ook overeengekomen. Heeft [gedaagde B.V.] op tijd gewaarschuwd? 2.9. De rechter begrijpt het verweer van [gedaagde B.V.] zo dat zij vindt dat het voor rekening van [eiser] moet blijven dat de keuken nu in afwijking van de tekening is geplaatst (artikel 7:760 lid 2 BW). [gedaagde B.V.] kan namelijk niet de keuken volgens de tekening plaatsen, omdat zij geen constructiewerkzaamheden mag uitvoeren en het muurtje dus niet mag verwijderen. Hierdoor moet de keuken ongeveer 25 centimeter naar rechts worden geplaatst. [gedaagde B.V.] heeft op 4 maart 2025 gewaarschuwd dat het muurtje niet wordt weggehaald en de keuken anders moet worden geïnstalleerd. Volgens [gedaagde B.V.] kon de inmeter dit niet eerder weten. De verantwoordelijkheid om het muurtje te verwijderen rust op [eiser] als [gedaagde B.V.] op tijd over het muurtje heeft gewaarschuwd. [eiser] vindt dat de waarschuwing van [gedaagde B.V.] te laat was. Hij zegt dat de inmeter tijdens de inmeetafspraak al had moeten zien dat [gedaagde B.V.] het muurtje niet kon verwijderen en dat hij de dupe is van het feit dat de inmeter dit toen niet heeft gezien. 2.10.