Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-26
ECLI:NL:RBROT:2026:4092
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,023 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4092 text/xml public 2026-05-04T11:35:19 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-26 C/10/712990 / JE RK 26-35 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4092 text/html public 2026-05-04T11:34:45 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4092 Rechtbank Rotterdam , 26-02-2026 / C/10/712990 / JE RK 26-35 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, en een verlening en verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/712990 / JE RK 26-35 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026; - het proces-verbaal van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] . 1.3. Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Spaans, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van K.S. van Wezel, tolk in de taal Spaans. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige 1] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een gesprek gevoerd met de kinderrechter in het bijzijn van zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2. [voornaam minderjarige 1] verblijft op een gesloten groep op een geheime locatie. 2.3. [voornaam minderjarige 2] verblijft op een open groep op een geheime locatie. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 8 maart 2026. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 8 maart 2026. 2.6. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2026 een machtiging verleend om [voornaam minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. [voornaam minderjarige 2] is doorgestroomd naar een groep waar hij langer kan blijven en waar het goed met hem gaat. Sinds de uithuisplaatsing is [voornaam minderjarige 2] veel vooruitgegaan. Hij kan zijn energie op de juiste manier kwijt en is goed gewend op de locatie waar hij verblijft. Vanuit deze basis wordt de komende periode verder gewerkt aan de benodigde hulpverlening, zoals de plas- & poeppoli. De GI probeert al enige periode contact te realiseren tussen de moeder en de kinderen. Tot op heden is er één videobelmoment tot stand gekomen. Dit moment verliep niet zoals gewenst en de kinderen hebben hier last van gehad. De moeder heeft de kinderen belast met pijnlijke uitspraken. De GI heeft de moeder een document gestuurd met het verzoek om in gesprek te gaan en af te spreken wat er nodig is om fysiek contact met de kinderen te realiseren. De moeder geeft aan dat zij dit document niet heeft ontvangen en is boos. Ook is de moeder slecht bereikbaar voor de GI en is het hierdoor moeilijk om tot een samenwerking te komen. Hierdoor heeft de GI nog geen toestemming van de moeder gekregen voor zaken die belangrijk zijn voor de kinderen, zoals de tandarts, zwemles, inschrijving op hun verblijfsplek en behandeling bij de plas- & poeppoli. Daarnaast is het van belang dat de moeder de kinderen emotionele toestemming geeft voor het verblijf op de plekken waar zij zitten. 4.2. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij graag ziet dat er andere jeugdbeschermers betrokken raken. De moeder kan het niet goed vinden met de huidige jeugdbeschermers en voelt zich niet gerespecteerd. Ook heeft de moeder het gevoel dat de huidige jeugdbeschermers haar niet alles vertellen over de kinderen. De moeder krijgt sociale bijstand en wordt geholpen bij het zoeken naar een woning. Zij hoopt snel weer een eigen woning te hebben, zodat de kinderen weer bij haar kunnen wonen. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn kwetsbare jongens die op jonge leeftijd al meerdere ingrijpende levensgebeurtenissen hebben meegemaakt. Daarnaast kampen beide jongens met persoonlijke problematiek. In juli 2025 zijn zij uit huis geplaatst wegens aanhoudende zorgen over de thuissituatie bij de moeder. De afgelopen periode is getracht om de benodigde hulpverlening in te zetten voor zowel de jongens als voor de moeder. Dit is slechts gedeeltelijk van de grond gekomen doordat de samenwerking tussen de moeder en de GI moeizaam verloopt. De moeder is niet altijd bereikbaar voor de GI en haar handtekening om belangrijke zaken voor de jongens te regelen blijft met regelmaat uit. Daarnaast is er al langere tijd geen fysieke omgang geweest tussen de moeder en de jongens. De kinderrechter heeft ter zitting benoemd en besproken dat het van belang is voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] dat zij de hulpverlening krijgen die zij nodig hebben. Dit heeft ertoe geleid dat de moeder tijdens de schorsing de door de GI overlegde documenten heeft doorgenomen en ondertekend, waarmee zij daarvoor toestemming heeft gegeven. De komende periode dient daarom de benodigde hulpverlening te worden opgestart. Langere betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om dit in goede banen te leiden en het verloop hiervan te monitoren. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan contactherstel tussen de moeder en de jongens. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4092 text/xml public 2026-05-04T11:35:19 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-26 C/10/712990 / JE RK 26-35 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4092 text/html public 2026-05-04T11:34:45 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4092 Rechtbank Rotterdam , 26-02-2026 / C/10/712990 / JE RK 26-35 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, en een verlening en verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/712990 / JE RK 26-35 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026; - het proces-verbaal van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] . 1.3. Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Spaans, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van K.S. van Wezel, tolk in de taal Spaans. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige 1] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een gesprek gevoerd met de kinderrechter in het bijzijn van zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2. [voornaam minderjarige 1] verblijft op een gesloten groep op een geheime locatie. 2.3. [voornaam minderjarige 2] verblijft op een open groep op een geheime locatie. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 8 maart 2026. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 8 maart 2026. 2.6. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2026 een machtiging verleend om [voornaam minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. [voornaam minderjarige 2] is doorgestroomd naar een groep waar hij langer kan blijven en waar het goed met hem gaat. Sinds de uithuisplaatsing is [voornaam minderjarige 2] veel vooruitgegaan. Hij kan zijn energie op de juiste manier kwijt en is goed gewend op de locatie waar hij verblijft. Vanuit deze basis wordt de komende periode verder gewerkt aan de benodigde hulpverlening, zoals de plas- & poeppoli. De GI probeert al enige periode contact te realiseren tussen de moeder en de kinderen. Tot op heden is er één videobelmoment tot stand gekomen. Dit moment verliep niet zoals gewenst en de kinderen hebben hier last van gehad. De moeder heeft de kinderen belast met pijnlijke uitspraken. De GI heeft de moeder een document gestuurd met het verzoek om in gesprek te gaan en af te spreken wat er nodig is om fysiek contact met de kinderen te realiseren. De moeder geeft aan dat zij dit document niet heeft ontvangen en is boos. Ook is de moeder slecht bereikbaar voor de GI en is het hierdoor moeilijk om tot een samenwerking te komen. Hierdoor heeft de GI nog geen toestemming van de moeder gekregen voor zaken die belangrijk zijn voor de kinderen, zoals de tandarts, zwemles, inschrijving op hun verblijfsplek en behandeling bij de plas- & poeppoli. Daarnaast is het van belang dat de moeder de kinderen emotionele toestemming geeft voor het verblijf op de plekken waar zij zitten. 4.2. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij graag ziet dat er andere jeugdbeschermers betrokken raken. De moeder kan het niet goed vinden met de huidige jeugdbeschermers en voelt zich niet gerespecteerd. Ook heeft de moeder het gevoel dat de huidige jeugdbeschermers haar niet alles vertellen over de kinderen. De moeder krijgt sociale bijstand en wordt geholpen bij het zoeken naar een woning. Zij hoopt snel weer een eigen woning te hebben, zodat de kinderen weer bij haar kunnen wonen. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn kwetsbare jongens die op jonge leeftijd al meerdere ingrijpende levensgebeurtenissen hebben meegemaakt. Daarnaast kampen beide jongens met persoonlijke problematiek. In juli 2025 zijn zij uit huis geplaatst wegens aanhoudende zorgen over de thuissituatie bij de moeder. De afgelopen periode is getracht om de benodigde hulpverlening in te zetten voor zowel de jongens als voor de moeder. Dit is slechts gedeeltelijk van de grond gekomen doordat de samenwerking tussen de moeder en de GI moeizaam verloopt. De moeder is niet altijd bereikbaar voor de GI en haar handtekening om belangrijke zaken voor de jongens te regelen blijft met regelmaat uit. Daarnaast is er al langere tijd geen fysieke omgang geweest tussen de moeder en de jongens. De kinderrechter heeft ter zitting benoemd en besproken dat het van belang is voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] dat zij de hulpverlening krijgen die zij nodig hebben. Dit heeft ertoe geleid dat de moeder tijdens de schorsing de door de GI overlegde documenten heeft doorgenomen en ondertekend, waarmee zij daarvoor toestemming heeft gegeven. De komende periode dient daarom de benodigde hulpverlening te worden opgestart. Langere betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om dit in goede banen te leiden en het verloop hiervan te monitoren. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan contactherstel tussen de moeder en de jongens. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. 5.4.