Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-17
ECLI:NL:RBROT:2026:4087
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,912 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4087 text/xml public 2026-05-04T14:31:55 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-17 C/10/713184 / JE RK 26-61 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4087 text/html public 2026-05-04T14:30:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4087 Rechtbank Rotterdam , 17-02-2026 / C/10/713184 / JE RK 26-61 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/713184 / JE RK 26-61 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. A.C. van ’t Hek, kantoorhoudende in Dordrecht, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026; - het aanvullende stuk van de Raad, ontvangen op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht, hierna: de GI, [persoon B] en [persoon C] . 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige] heeft ervoor gekozen om een e-mail te sturen. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De ouders en [voornaam minderjarige] hebben ontzettend veel meegemaakt. De Raad gunt dit gezin een betrokken jeugdbeschermer die ervoor zorgt dat dingen vanaf nu soepeler lopen. De ervaring die de ouders hebben met Sterk Papendrecht is niet positief. De ouders zijn bang geweest dat [voornaam minderjarige] uit huis werd geplaatst. Dit is niet de bedoeling. Het doel van de ondertoezichtstelling is dat de juiste hulpverlening wordt ingezet voor de ouders en [voornaam minderjarige] om ervoor te zorgen dat hij thuis kan blijven wonen. Het is belangrijk dat de regie hierin komt te liggen bij de GI en dat het vertrouwen van de ouders in de hulpverlening wordt hersteld. De komende periode is het daarnaast van belang dat [voornaam minderjarige] zijn schoolgang wordt hervat. Het hebben van een ritme zoals andere jongens van zijn leeftijd, draagt hopelijk positief bij aan hoe [voornaam minderjarige] zich voelt. 4.2. De GI maakt ter zitting kenbaar achter het verzoek van de Raad te staan. De GI erkent de zorgen die uit het Raadsrapport over [voornaam minderjarige] naar voren gekomen. Hoewel de ouders de hulpverlening accepteren, zorgt de samenwerking met Sterk Papendrecht eerder voor oponthoud dan dat het helpt. Gelet hierop kan de GI achter een ondertoezichtstelling staan. Als de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, is er niet direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Het gezin komt in eerste instantie op een monitorlijst terecht. In deze periode worden al wel gesprekken gevoerd met de ouders en [voornaam minderjarige] , en zal er een veiligheidsplan worden opgesteld. 4.3. Namens en door de moeder wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat een ondertoezichtstelling in het belang van [voornaam minderjarige] is. Het gaat niet goed met [voornaam minderjarige] en het is belangrijk dat hij de juiste hulpverlening en ondersteuning krijgt. In het vrijwillige kader komt de hulpverlening onvoldoende van de grond. De moeder hoopt dat een ondertoezichtstelling ervoor zorgt dat er wordt doorgepakt. Sinds kort is YOEP betrokken om diagnostisch onderzoek te doen. Zij kunnen [voornaam minderjarige] na het diagnostisch onderzoek verder helpen aan de hand van de uitkomsten. 4.4. De vader maakt ter zitting kenbaar dat hij het beste wil voor [voornaam minderjarige] . De vader hoopt dat een ondertoezichtstelling ervoor gaat zorgen dat [voornaam minderjarige] de hulpverlening krijgt die hij nodig heeft. [voornaam minderjarige] gaat al ruim tweeënhalf jaar niet meer naar school. De vader wil niet langer strijdvoeren met het wijkteam. Hij vindt het frustrerend dat alles zo lang duurt. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn al lange tijd zorgen over [voornaam minderjarige] . In het verleden is [voornaam minderjarige] getuige geweest van huiselijk geweld tussen zijn ouders. Hierdoor heeft hij zich onvoldoende veilig gevoeld in de thuissituatie. Ondertussen zijn de ouders uit elkaar en zitten zij in een scheidingsproces, waardoor de rust in de thuissituatie enigszins is teruggekeerd. De communicatie tussen de ouders verloopt echter niet altijd goed en [voornaam minderjarige] heeft hier last van. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] nare gebeurtenissen meegemaakt op school die veel impact op hem hebben gehad. [voornaam minderjarige] gaat al tweeënhalf jaar niet naar school en hij ervaart veel angst. De ouders erkennen de zorgen over [voornaam minderjarige] en vinden het belangrijk dat de juiste hulpverlening wordt ingezet. De samenwerking in het vrijwillige kader met Sterk Papendrecht loopt echter moeizaam, waardoor hulpverlening tot op heden onvoldoende van de grond is gekomen. De komende periode is het daarom belangrijk dat er regie wordt gevoerd vanuit een gedwongen kader om zo de benodigde hulpverlening in te zetten en de ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] weg te nemen. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 17 februari 2026 tot 17 februari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 25 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4087 text/xml public 2026-05-04T14:31:55 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-17 C/10/713184 / JE RK 26-61 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4087 text/html public 2026-05-04T14:30:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4087 Rechtbank Rotterdam , 17-02-2026 / C/10/713184 / JE RK 26-61 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/713184 / JE RK 26-61 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. A.C. van ’t Hek, kantoorhoudende in Dordrecht, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026; - het aanvullende stuk van de Raad, ontvangen op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht, hierna: de GI, [persoon B] en [persoon C] . 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige] heeft ervoor gekozen om een e-mail te sturen. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De ouders en [voornaam minderjarige] hebben ontzettend veel meegemaakt. De Raad gunt dit gezin een betrokken jeugdbeschermer die ervoor zorgt dat dingen vanaf nu soepeler lopen. De ervaring die de ouders hebben met Sterk Papendrecht is niet positief. De ouders zijn bang geweest dat [voornaam minderjarige] uit huis werd geplaatst. Dit is niet de bedoeling. Het doel van de ondertoezichtstelling is dat de juiste hulpverlening wordt ingezet voor de ouders en [voornaam minderjarige] om ervoor te zorgen dat hij thuis kan blijven wonen. Het is belangrijk dat de regie hierin komt te liggen bij de GI en dat het vertrouwen van de ouders in de hulpverlening wordt hersteld. De komende periode is het daarnaast van belang dat [voornaam minderjarige] zijn schoolgang wordt hervat. Het hebben van een ritme zoals andere jongens van zijn leeftijd, draagt hopelijk positief bij aan hoe [voornaam minderjarige] zich voelt. 4.2. De GI maakt ter zitting kenbaar achter het verzoek van de Raad te staan. De GI erkent de zorgen die uit het Raadsrapport over [voornaam minderjarige] naar voren gekomen. Hoewel de ouders de hulpverlening accepteren, zorgt de samenwerking met Sterk Papendrecht eerder voor oponthoud dan dat het helpt. Gelet hierop kan de GI achter een ondertoezichtstelling staan. Als de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, is er niet direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Het gezin komt in eerste instantie op een monitorlijst terecht. In deze periode worden al wel gesprekken gevoerd met de ouders en [voornaam minderjarige] , en zal er een veiligheidsplan worden opgesteld. 4.3. Namens en door de moeder wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat een ondertoezichtstelling in het belang van [voornaam minderjarige] is. Het gaat niet goed met [voornaam minderjarige] en het is belangrijk dat hij de juiste hulpverlening en ondersteuning krijgt. In het vrijwillige kader komt de hulpverlening onvoldoende van de grond. De moeder hoopt dat een ondertoezichtstelling ervoor zorgt dat er wordt doorgepakt. Sinds kort is YOEP betrokken om diagnostisch onderzoek te doen. Zij kunnen [voornaam minderjarige] na het diagnostisch onderzoek verder helpen aan de hand van de uitkomsten. 4.4. De vader maakt ter zitting kenbaar dat hij het beste wil voor [voornaam minderjarige] . De vader hoopt dat een ondertoezichtstelling ervoor gaat zorgen dat [voornaam minderjarige] de hulpverlening krijgt die hij nodig heeft. [voornaam minderjarige] gaat al ruim tweeënhalf jaar niet meer naar school. De vader wil niet langer strijdvoeren met het wijkteam. Hij vindt het frustrerend dat alles zo lang duurt. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn al lange tijd zorgen over [voornaam minderjarige] . In het verleden is [voornaam minderjarige] getuige geweest van huiselijk geweld tussen zijn ouders. Hierdoor heeft hij zich onvoldoende veilig gevoeld in de thuissituatie. Ondertussen zijn de ouders uit elkaar en zitten zij in een scheidingsproces, waardoor de rust in de thuissituatie enigszins is teruggekeerd. De communicatie tussen de ouders verloopt echter niet altijd goed en [voornaam minderjarige] heeft hier last van. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] nare gebeurtenissen meegemaakt op school die veel impact op hem hebben gehad. [voornaam minderjarige] gaat al tweeënhalf jaar niet naar school en hij ervaart veel angst. De ouders erkennen de zorgen over [voornaam minderjarige] en vinden het belangrijk dat de juiste hulpverlening wordt ingezet. De samenwerking in het vrijwillige kader met Sterk Papendrecht loopt echter moeizaam, waardoor hulpverlening tot op heden onvoldoende van de grond is gekomen. De komende periode is het daarom belangrijk dat er regie wordt gevoerd vanuit een gedwongen kader om zo de benodigde hulpverlening in te zetten en de ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] weg te nemen. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 17 februari 2026 tot 17 februari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 25 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.