Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-25
ECLI:NL:RBROT:2026:3917
Civiel recht
Kort geding
8,155 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3917 text/xml public 2026-04-29T11:00:47 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-25 C/10/714177 / KG ZA 26-101 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3917 text/html public 2026-04-29T10:59:58 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3917 Rechtbank Rotterdam , 25-03-2026 / C/10/714177 / KG ZA 26-101 Kort geding. Een partij nikkel van eiseres sub 1 is ontvreemd. Eiseressen stellen dat deze partij op dit moment bij gedaagde in opslag ligt en zij eisen deze partij op. De voorzieningenrechter oordeelt dat zeer aannemelijk is dat het inderdaad gaat om de partij nikkel die van eiseres sub 1 was. Omdat eiseres sub 1 het bezit daarvan door diefstal is verloren, kunnen eiseressen deze partij opeisen. Eventuele goede trouw van gedaagde bij de aankoop van de nikkel is niet van belang. De vordering wordt toegewezen. RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/714177 / KG ZA 26-101 Vonnis in kort geding van 25 maart 2026 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht NEW PROVIDENCE METALS MARKETING INC. , 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht ZURICH INSURANCE COMPANY LTD. , 3. de rechtspersoon naar buitenlands recht INTACT INSURANCE , 4. de rechtspersoon naar buitenlands recht HDI GLOBAL SE CANADA BRANCH , eiseres 1 gevestigd te Nassau, Bahama’s, eiseressen 2 tot en met 4 gevestigd te Toronto, Canada, eiseressen, advocaten: mrs. M.A.W. van Maanen en T.P.T. de Graaf, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FOREST METAL GROUP B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat: mr. A.D. Lindenbergh. Eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als New Providence, Zurich, Intact en HDI. Gedaagde wordt aangeduid als Forest. 1 De zaak in het kort Een partij nikkel van New Providence is ontvreemd. New Providence stelt dat deze partij op dit moment bij Forest in opslag ligt en zij eist deze partij als de oorspronkelijke eigenaar op. De voorzieningenrechter oordeelt dat zeer aannemelijk is dat het inderdaad gaat om de partij nikkel die van New Providence was. Omdat New Providence het bezit daarvan door diefstal is verloren, kan zij deze partij opeisen. Eventuele goede trouw van Forest bij de aankoop van de nikkel is niet van belang. De vordering wordt toegewezen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 2 februari 2026 - de akte overlegging producties 1 tot en met 26 van eiseressen - de nadere akte overlegging producties 27 tot en met 29 van eiseressen - de akte overlegging producties 1 tot en met 21 van Forest - de mondelinge behandeling van 11 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt - de pleitnota van eiseressen - de pleitnota van Forest. 3 De feiten Partijen 3.1. New Providence is een handelsonderneming die zich onder meer bezighoudt met de internationale in- en verkoop van nikkel. New Providence is een 100% dochtervennootschap van de in Canada gevestigde vennootschap Sherritt International Corporation (Sherritt). Sherritt is onder meer actief in het produceren van nikkel voor de wereldmarkt. 3.2. Zurich (als leidende verzekeraar), Intact en HDI zijn de goederentransportverzekeraars van het Sherritt-concern als verzekerde. 3.3. Forest bestaat sinds 2007. Zij is actief als groothandel in ijzer- en staalschroot en (gebruikte) non-ferrometalen. Zij is tevens actief als verwerker, bewerker, voorraadhouder en verhandelaar van non-ferrometalen. Directeur van Forest is de heer [naam] . De nikkeltransactie, het vervoerstraject en de daarbij betrokken partijen 3.4. New Providence heeft op of omstreeks 31 januari 2025 in totaal 720.000 kg nikkelbriketten onder eigendomsvoorbehoud en de incoterm ‘DDP Terni’ voor een koopprijs van afgerond 1.8 miljoen euro verkocht aan Acciai Speciale Termi SpA (Acciai) in Italië. New Providence en Acciai zijn overeengekomen dat expediteur C. Steinweg-Handelsveem B.V. te Rotterdam (Steinweg) voor en namens New Providence de bij Steinweg opgeslagen nikkelbriketten in de periode maart - augustus 2025 in maandelijkse zendingen van 120.000 kg aan Acciai zou doen vervoeren. 3.5. Steinweg heeft op verzoek van New Providence op of omstreeks 28 februari 2025 opdracht gegeven aan Ronavis Shipping & Forwarding B.V. (Ronavis) om een nettogewicht van (ongeveer) 24.000 kg nikkelbriketten verpakt in ‘ 12 palletized big bags ’ van de loods van Steinweg te Rotterdam naar Terni, Italië, te vervoeren en aldaar af te leveren aan Acciai. Ronavis heeft vervolgens opdracht gegeven voor het vervoer van de nikkelbriketten aan de Oostenrijkse vervoerder Top Logistik GmbH (TL) die op haar beurt het vervoer heeft aangeboden via het internetplatform Timocom aan de Poolse vervoerder Mako Tsl Sp.z.o.o. (Mako). Mako heeft het vervoer uitbesteed aan de Tsjechische vervoerder IVTrans s.r.o. (IVTrans). Mako bleek een zogenaamde ‘ fake carrier ’ te zijn. 3.6. De lading van 24.000 kg nikkel is op 5 maart 2025 rond 14:00 uur door een chauffeur van IVTrans bij Steinweg opgehaald, maar nimmer in Italië afgeleverd. Steinweg heeft de particulier onderzoeker EVH Survey & Investigation B.V. (EVH) gevraagd om onderzoek te doen naar de feitelijke toedracht van de verdwijning van de 24.000 kg nikkelbriketten. EVH heeft van haar bevindingen rapport opgemaakt. Steinweg heeft op 18 maart 2025 aangifte van diefstal gedaan bij de zeehavenpolitie te Rotterdam. Naar aanleiding van de aangifte van Steinweg is de politie een opsporingsonderzoek gestart. Bij e-mail van 1 december 2025 heeft het Openbaar Ministerie aan EVH bevestigd dat een hoeveelheid van 22.000 kg nikkelbriketten (hierna: de partij nikkel) is teruggevonden op het terrein van Forest aan de Boezembocht 35 te Rotterdam. De politie heeft strafrechtelijk beslag gelegd op de partij nikkel bij Forest en Forest daarbij aangewezen als bewaarder. Dit beslag is op 30 december 2025 opgeheven en toen is ook de bewaring geëindigd. 3.7. De resterende 2.000 kg nikkelbriketten zijn verkocht aan en bevinden zich bij een smelterij in Duitsland. Dit deel van de oorspronkelijke lading van 24.000 kg nikkel is geen onderwerp van dit kort geding. Het beslag 3.8. Op 18 december 2025 hebben eiseressen met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank ten laste van Forest conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken doen leggen op de partij nikkel (het beslag). 4 Het geschil 4.1. Eiseressen vorderen om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: Forest te gelasten de partij nikkel waarop het beslag rust binnen vijf kalenderdagen na het in deze te wijzen vonnis aan eiseressen, althans New Providence, althans een door hen/haar aangewezen (rechts)persoon, mee te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Forest hiermee in gebreke blijft; Forest te veroordelen in de kosten van deze procedure en de kosten van de verzoekschriftprocedure tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte, te vermeerderen met de wettelijke rente, nakosten en het tot aan deze uitspraak begrote salaris van de advocaat, te voldoen binnen vijf dagen na dagtekening van het vonnis. 4.2. Forest voert verweer. Forest concludeert, kort gezegd, tot afwijzing van de vordering van eiseressen, met veroordeling van eiseressen in de kosten van deze procedure. 5 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 5.1. Geen van partijen heeft in deze zaak de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in deze rechtbank betwist. De voorzieningenrechter is internationaal bevoegd op grond van artikel 4 lid 1 van Brussel I-bis Vo. 5.2. Het voorliggende geschil tussen partijen is goederenrechtelijk van aard. Omdat de partij nikkel zich op Nederlands grondgebied bevindt, is Nederlands recht van toepassing (artikel 10:127 BW). Dit staat ook niet ter discussie tussen partijen. Spoedeisend belang 5.3. Forest heeft betwist dat eiseressen een spoedeisend belang bij hun vordering hebben. De voorzieningenrechter volgt Forest hierin niet. Het volgende is daartoe van belang. Eiseressen stellen dat New Providence eigenaar is van de partij nikkel.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3917 text/xml public 2026-04-29T11:00:47 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-25 C/10/714177 / KG ZA 26-101 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3917 text/html public 2026-04-29T10:59:58 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3917 Rechtbank Rotterdam , 25-03-2026 / C/10/714177 / KG ZA 26-101 Kort geding. Een partij nikkel van eiseres sub 1 is ontvreemd. Eiseressen stellen dat deze partij op dit moment bij gedaagde in opslag ligt en zij eisen deze partij op. De voorzieningenrechter oordeelt dat zeer aannemelijk is dat het inderdaad gaat om de partij nikkel die van eiseres sub 1 was. Omdat eiseres sub 1 het bezit daarvan door diefstal is verloren, kunnen eiseressen deze partij opeisen. Eventuele goede trouw van gedaagde bij de aankoop van de nikkel is niet van belang. De vordering wordt toegewezen. RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/714177 / KG ZA 26-101 Vonnis in kort geding van 25 maart 2026 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht NEW PROVIDENCE METALS MARKETING INC. , 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht ZURICH INSURANCE COMPANY LTD. , 3. de rechtspersoon naar buitenlands recht INTACT INSURANCE , 4. de rechtspersoon naar buitenlands recht HDI GLOBAL SE CANADA BRANCH , eiseres 1 gevestigd te Nassau, Bahama’s, eiseressen 2 tot en met 4 gevestigd te Toronto, Canada, eiseressen, advocaten: mrs. M.A.W. van Maanen en T.P.T. de Graaf, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FOREST METAL GROUP B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat: mr. A.D. Lindenbergh. Eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als New Providence, Zurich, Intact en HDI. Gedaagde wordt aangeduid als Forest. 1 De zaak in het kort Een partij nikkel van New Providence is ontvreemd. New Providence stelt dat deze partij op dit moment bij Forest in opslag ligt en zij eist deze partij als de oorspronkelijke eigenaar op. De voorzieningenrechter oordeelt dat zeer aannemelijk is dat het inderdaad gaat om de partij nikkel die van New Providence was. Omdat New Providence het bezit daarvan door diefstal is verloren, kan zij deze partij opeisen. Eventuele goede trouw van Forest bij de aankoop van de nikkel is niet van belang. De vordering wordt toegewezen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 2 februari 2026 - de akte overlegging producties 1 tot en met 26 van eiseressen - de nadere akte overlegging producties 27 tot en met 29 van eiseressen - de akte overlegging producties 1 tot en met 21 van Forest - de mondelinge behandeling van 11 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt - de pleitnota van eiseressen - de pleitnota van Forest. 3 De feiten Partijen 3.1. New Providence is een handelsonderneming die zich onder meer bezighoudt met de internationale in- en verkoop van nikkel. New Providence is een 100% dochtervennootschap van de in Canada gevestigde vennootschap Sherritt International Corporation (Sherritt). Sherritt is onder meer actief in het produceren van nikkel voor de wereldmarkt. 3.2. Zurich (als leidende verzekeraar), Intact en HDI zijn de goederentransportverzekeraars van het Sherritt-concern als verzekerde. 3.3. Forest bestaat sinds 2007. Zij is actief als groothandel in ijzer- en staalschroot en (gebruikte) non-ferrometalen. Zij is tevens actief als verwerker, bewerker, voorraadhouder en verhandelaar van non-ferrometalen. Directeur van Forest is de heer [naam] . De nikkeltransactie, het vervoerstraject en de daarbij betrokken partijen 3.4. New Providence heeft op of omstreeks 31 januari 2025 in totaal 720.000 kg nikkelbriketten onder eigendomsvoorbehoud en de incoterm ‘DDP Terni’ voor een koopprijs van afgerond 1.8 miljoen euro verkocht aan Acciai Speciale Termi SpA (Acciai) in Italië. New Providence en Acciai zijn overeengekomen dat expediteur C. Steinweg-Handelsveem B.V. te Rotterdam (Steinweg) voor en namens New Providence de bij Steinweg opgeslagen nikkelbriketten in de periode maart - augustus 2025 in maandelijkse zendingen van 120.000 kg aan Acciai zou doen vervoeren. 3.5. Steinweg heeft op verzoek van New Providence op of omstreeks 28 februari 2025 opdracht gegeven aan Ronavis Shipping & Forwarding B.V. (Ronavis) om een nettogewicht van (ongeveer) 24.000 kg nikkelbriketten verpakt in ‘ 12 palletized big bags ’ van de loods van Steinweg te Rotterdam naar Terni, Italië, te vervoeren en aldaar af te leveren aan Acciai. Ronavis heeft vervolgens opdracht gegeven voor het vervoer van de nikkelbriketten aan de Oostenrijkse vervoerder Top Logistik GmbH (TL) die op haar beurt het vervoer heeft aangeboden via het internetplatform Timocom aan de Poolse vervoerder Mako Tsl Sp.z.o.o. (Mako). Mako heeft het vervoer uitbesteed aan de Tsjechische vervoerder IVTrans s.r.o. (IVTrans). Mako bleek een zogenaamde ‘ fake carrier ’ te zijn. 3.6. De lading van 24.000 kg nikkel is op 5 maart 2025 rond 14:00 uur door een chauffeur van IVTrans bij Steinweg opgehaald, maar nimmer in Italië afgeleverd. Steinweg heeft de particulier onderzoeker EVH Survey & Investigation B.V. (EVH) gevraagd om onderzoek te doen naar de feitelijke toedracht van de verdwijning van de 24.000 kg nikkelbriketten. EVH heeft van haar bevindingen rapport opgemaakt. Steinweg heeft op 18 maart 2025 aangifte van diefstal gedaan bij de zeehavenpolitie te Rotterdam. Naar aanleiding van de aangifte van Steinweg is de politie een opsporingsonderzoek gestart. Bij e-mail van 1 december 2025 heeft het Openbaar Ministerie aan EVH bevestigd dat een hoeveelheid van 22.000 kg nikkelbriketten (hierna: de partij nikkel) is teruggevonden op het terrein van Forest aan de Boezembocht 35 te Rotterdam. De politie heeft strafrechtelijk beslag gelegd op de partij nikkel bij Forest en Forest daarbij aangewezen als bewaarder. Dit beslag is op 30 december 2025 opgeheven en toen is ook de bewaring geëindigd. 3.7. De resterende 2.000 kg nikkelbriketten zijn verkocht aan en bevinden zich bij een smelterij in Duitsland. Dit deel van de oorspronkelijke lading van 24.000 kg nikkel is geen onderwerp van dit kort geding. Het beslag 3.8. Op 18 december 2025 hebben eiseressen met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank ten laste van Forest conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken doen leggen op de partij nikkel (het beslag). 4 Het geschil 4.1. Eiseressen vorderen om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: Forest te gelasten de partij nikkel waarop het beslag rust binnen vijf kalenderdagen na het in deze te wijzen vonnis aan eiseressen, althans New Providence, althans een door hen/haar aangewezen (rechts)persoon, mee te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Forest hiermee in gebreke blijft; Forest te veroordelen in de kosten van deze procedure en de kosten van de verzoekschriftprocedure tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte, te vermeerderen met de wettelijke rente, nakosten en het tot aan deze uitspraak begrote salaris van de advocaat, te voldoen binnen vijf dagen na dagtekening van het vonnis. 4.2. Forest voert verweer. Forest concludeert, kort gezegd, tot afwijzing van de vordering van eiseressen, met veroordeling van eiseressen in de kosten van deze procedure. 5 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 5.1. Geen van partijen heeft in deze zaak de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in deze rechtbank betwist. De voorzieningenrechter is internationaal bevoegd op grond van artikel 4 lid 1 van Brussel I-bis Vo. 5.2. Het voorliggende geschil tussen partijen is goederenrechtelijk van aard. Omdat de partij nikkel zich op Nederlands grondgebied bevindt, is Nederlands recht van toepassing (artikel 10:127 BW). Dit staat ook niet ter discussie tussen partijen. Spoedeisend belang 5.3. Forest heeft betwist dat eiseressen een spoedeisend belang bij hun vordering hebben. De voorzieningenrechter volgt Forest hierin niet. Het volgende is daartoe van belang. Eiseressen stellen dat New Providence eigenaar is van de partij nikkel.
Volledig
Op grond van artikel 5:2 BW is de eigenaar van een zaak bevoegd deze zaak op te eisen van eenieder die de zaak zonder recht of titel houdt (‘revindicatie’). De vordering van eiseressen strekt ertoe om weer de beschikking te krijgen over de aan New Providence in eigendom toebehorende partij nikkel. Die partij bevindt zich in de visie van eiseressen zonder recht of titel bij Forest. Gelet hierop is de vordering voldoende spoedeisend. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde om de vordering in kort geding te kunnen voorleggen. Of de vordering materieel ook toewijsbaar is, komt hierna aan de orde. De partij nikkel is afkomstig van New Providence 5.4. Aan de vordering ligt ten grondslag het standpunt dat de partij nikkel afkomstig is van New Providence. Volgens Forest staat dit niet vast en zou nader onderzoek moeten plaatsvinden om de herkomst van de partij nikkel te kunnen vaststellen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het in hoge mate aannemelijk dat de partij nikkel deel uitmaakt van de lading van 24.000 kg die op 5 maart 2025 op het terrein van Steinweg is ingeladen in de vrachtwagen van IVTrans om naar Terni te worden vervoerd. De voorzieningenrechter licht dit als volgt toe. 5.5. Vaststaat dat de lading van 24.000 kg nikkel verpakt in big bags op 5 maart 2025 is ingeladen in de vrachtwagen van IVTrans. Eiseressen hebben onbetwist gesteld dat deze big bags waren voorzien van een label waarop de naam van Sherritt is vermeld. Uit het onderzoek van de politie blijkt dat de vrachtwagen van IVTrans de lading big bags op 6 maart 2025 heeft gelost in een pakhuis in Charleroi, België. Later die dag heeft een vrachtwagen van Schrijver Schroot B.V. lading bij datzelfde pakhuis opgehaald. Op de camerabeelden is, volgens het politieonderzoek, te zien dat bij die gelegenheid big bags zijn ingeladen. De vrachtwagen van Schrijver Schroot is vervolgens naar haar bedrijfslocatie in Zutphen gereden. Gelet op deze gang van zaken moet worden aangenomen dat het de van New Providence afkomstige nikkel is die Schrijver Schroot in Charleroi heeft opgehaald. Forest heeft dat overigens ook niet (gemotiveerd) betwist. 5.6. Dat aannemelijk is dat het grootste deel van die lading vervolgens bij Forest terecht is gekomen, volgt allereerst uit het feit dat Schrijver Schroot op 7 maart 2025 een hoeveelheid nikkel van 22.000 kg aan Forest te koop heeft aangeboden, terwijl zij op diezelfde dag een hoeveelheid nikkel van 2.000 kg aan een derde partij heeft aangeboden en verkocht. Samen telt dit dus op tot exact de hoeveelheid nikkel die op 5 maart 2025 bij Steinweg is ingeladen. Hierbij komt dan nog het vaststaande feit dat zich bij de uiteindelijk bij Forest geloste partij nikkel een van de big bags bevond die op 5 maart 2025 in de vrachtwagen van IVTrans was ingeladen. De betrokken chauffeur van Schrijver Schroot heeft bovendien tegenover de politie verklaard dat het bij de partij nikkel gaat om dezelfde “staafjes” als die hij de avond daarvoor in Charleroi had opgehaald. De directeur van Schrijver Schroot heeft op vragen hierover van de politie ontwijkende antwoorden gegeven. Ten slotte acht de voorzieningenrechter nog van belang dat de politie strafvorderlijk beslag heeft gelegd op de partij nikkel en aan New Providence heeft bericht dat de verdwenen nikkel bij Forest was “teruggevonden”. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat (ook) de politie er vanuit gaat dat het om dezelfde partij nikkel gaat. 5.7. Alles bijeen genomen kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid niet worden betwijfeld dat de partij nikkel afkomstig is van New Providence. In het licht van alle voorgaande omstandigheden werpt het feit dat de lading op 5 en 6 maart 2025 in big bags is ingeladen en op 7 maart 2025 in bulk is gelost daarop geen ander licht. Uit het politieonderzoek volgt immers dat de vrachtwagen die de lading in Charleroi heeft opgehaald eerst naar het terrein van Schrijver Schroot is gereden en pas uren later naar Forest is gegaan. In de tussentijd kan de nikkel heel goed zijn los gestort in de laadbakken. Ook onvoldoende is de omstandigheid dat – volgens Forest – de legering van de partij nikkel afwijkt van de legering die de nikkel volgens New Providence had. Het verschil bedraagt slechts een tiende procentpunt (een legering van > 99,52% van Forest tegenover een legering van > 99,62% van New Providence). Dat is zo weinig dat het op de weg van Forest had gelegen om te onderbouwen dat dit verschil dermate significant is dat het niet om dezelfde partij kan gaan. Die onderbouwing heeft zij niet gegeven (terwijl eiseressen uitdrukkelijk betwisten dat het om een significant verschil gaat). 5.8. Aangenomen moet dus worden dat de partij nikkel dezelfde nikkel is die op 5 maart 2025 bij Steinweg is ingeladen. Die nikkel is (althans: was op dat moment) eigendom van New Providence. Het bezit van de partij nikkel is door diefstal verloren gegaan 5.9. Niet ter discussie staat dat Forest de partij nikkel van Schrijver Schroot heeft gekocht. Uit het voorgaande volgt echter dat Schrijver Schroot niet bevoegd was om over de partij nikkel te beschikken. De eigendom is dus in beginsel niet overgegaan op Forest (artikel 3:84 lid 1 BW). 5.10. Forest beroept zich echter op het bepaalde in artikel 3:86 lid 1 BW. Zij meent dat zij bij de koop te goeder trouw was en dat de overdracht van de partij nikkel daarom, ondanks de beschikkingsonbevoegdheid van Schrijver Schroot, toch rechtsgeldig is. Eiseressen betwisten dat Forest te goeder trouw was. Daarnaast betogen eiseressen (primair) dat zij de partij nikkel, ook indien Forest te goeder trouw was, kunnen opeisen, omdat New Providence het bezit daarvan door diefstal heeft verloren (artikel 3:86 lid 3 BW). Dit betoog slaagt. De voorzieningenrechter licht dit toe als volgt. 5.11. Forest heeft er terecht op gewezen dat de uitzondering van artikel 3:86 lid 3 BW is beperkt tot bezitsverlies door diefstal. Wordt het bezit verloren door bijvoorbeeld verduistering, zoals Forest kennelijk meent, dan kan de (oorspronkelijk) eigenaar de zaak niet bij de derde te goeder trouw opeisen. In dit geval wijzen de omstandigheden echter onmiskenbaar op bezitsverlies door diefstal. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat van bezitsverlies door diefstal ook sprake kan zijn als de zaak wordt gestolen bij iemand die deze voor de eigenaar hield. 5.12. Niet ter discussie staat dat New Providence de partij nikkel ter beschikking heeft gesteld van IVTrans. Aangenomen moet worden dat IVTrans de nikkel hiermee voor New Providence is gaan houden. Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat eiseressen onbetwist hebben gesteld dat de eigendomsoverdracht van de partij nikkel pas bij aflevering aan Acciai zou plaatsvinden. Er zijn geen aanwijzingen dat IVTrans de nikkel vervolgens heeft verduisterd. Daarvoor is nodig dat haar chauffeur zich de nikkel opzettelijk heeft toegeëigend. Daarvan blijkt niets. De chauffeur heeft tegenover de onderzoeker van eiseressen en tegenover de politie verklaard dat hij tijdens zijn rit met de nikkel een gewijzigd losadres doorkreeg en dat hij die instructie heeft opgevolgd. Hij heeft de nikkel daar gelost. Hij heeft ook verklaard dat hij geen goed gevoel had bij de loslocatie en dat hij daarom een foto heeft genomen van de auto van de personen die de nikkel hebben doen lossen. Hieruit kan niet worden afgeleid dat de chauffeur van IVTrans de nikkel opzettelijk heeft weggemaakt. Bevestiging hiervan ziet de voorzieningenrechter in het feit dat de politie deze chauffeur ook niet als verdachte heeft aangemerkt. Van anderen dan de chauffeur die de nikkel rechtmatig onder zich hebben gehad, is niet gebleken. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat New Providence het bezit van de nikkel is verloren door diefstal bij haar houder. 5.13. New Providence kan de partij nikkel dus op grond van artikel 3:86 lid 3 BW van Forest opeisen. Of Forest de nikkel te goeder trouw van Schrijver Schroot heeft gekocht, is niet van belang. Anders dan Forest kennelijk meent, staat hieraan niet in de weg dat New Providence en/of de chauffeur van IVTrans mogelijk voorzichtiger hadden kunnen zijn.
Volledig
Op grond van artikel 5:2 BW is de eigenaar van een zaak bevoegd deze zaak op te eisen van eenieder die de zaak zonder recht of titel houdt (‘revindicatie’). De vordering van eiseressen strekt ertoe om weer de beschikking te krijgen over de aan New Providence in eigendom toebehorende partij nikkel. Die partij bevindt zich in de visie van eiseressen zonder recht of titel bij Forest. Gelet hierop is de vordering voldoende spoedeisend. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde om de vordering in kort geding te kunnen voorleggen. Of de vordering materieel ook toewijsbaar is, komt hierna aan de orde. De partij nikkel is afkomstig van New Providence 5.4. Aan de vordering ligt ten grondslag het standpunt dat de partij nikkel afkomstig is van New Providence. Volgens Forest staat dit niet vast en zou nader onderzoek moeten plaatsvinden om de herkomst van de partij nikkel te kunnen vaststellen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het in hoge mate aannemelijk dat de partij nikkel deel uitmaakt van de lading van 24.000 kg die op 5 maart 2025 op het terrein van Steinweg is ingeladen in de vrachtwagen van IVTrans om naar Terni te worden vervoerd. De voorzieningenrechter licht dit als volgt toe. 5.5. Vaststaat dat de lading van 24.000 kg nikkel verpakt in big bags op 5 maart 2025 is ingeladen in de vrachtwagen van IVTrans. Eiseressen hebben onbetwist gesteld dat deze big bags waren voorzien van een label waarop de naam van Sherritt is vermeld. Uit het onderzoek van de politie blijkt dat de vrachtwagen van IVTrans de lading big bags op 6 maart 2025 heeft gelost in een pakhuis in Charleroi, België. Later die dag heeft een vrachtwagen van Schrijver Schroot B.V. lading bij datzelfde pakhuis opgehaald. Op de camerabeelden is, volgens het politieonderzoek, te zien dat bij die gelegenheid big bags zijn ingeladen. De vrachtwagen van Schrijver Schroot is vervolgens naar haar bedrijfslocatie in Zutphen gereden. Gelet op deze gang van zaken moet worden aangenomen dat het de van New Providence afkomstige nikkel is die Schrijver Schroot in Charleroi heeft opgehaald. Forest heeft dat overigens ook niet (gemotiveerd) betwist. 5.6. Dat aannemelijk is dat het grootste deel van die lading vervolgens bij Forest terecht is gekomen, volgt allereerst uit het feit dat Schrijver Schroot op 7 maart 2025 een hoeveelheid nikkel van 22.000 kg aan Forest te koop heeft aangeboden, terwijl zij op diezelfde dag een hoeveelheid nikkel van 2.000 kg aan een derde partij heeft aangeboden en verkocht. Samen telt dit dus op tot exact de hoeveelheid nikkel die op 5 maart 2025 bij Steinweg is ingeladen. Hierbij komt dan nog het vaststaande feit dat zich bij de uiteindelijk bij Forest geloste partij nikkel een van de big bags bevond die op 5 maart 2025 in de vrachtwagen van IVTrans was ingeladen. De betrokken chauffeur van Schrijver Schroot heeft bovendien tegenover de politie verklaard dat het bij de partij nikkel gaat om dezelfde “staafjes” als die hij de avond daarvoor in Charleroi had opgehaald. De directeur van Schrijver Schroot heeft op vragen hierover van de politie ontwijkende antwoorden gegeven. Ten slotte acht de voorzieningenrechter nog van belang dat de politie strafvorderlijk beslag heeft gelegd op de partij nikkel en aan New Providence heeft bericht dat de verdwenen nikkel bij Forest was “teruggevonden”. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat (ook) de politie er vanuit gaat dat het om dezelfde partij nikkel gaat. 5.7. Alles bijeen genomen kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid niet worden betwijfeld dat de partij nikkel afkomstig is van New Providence. In het licht van alle voorgaande omstandigheden werpt het feit dat de lading op 5 en 6 maart 2025 in big bags is ingeladen en op 7 maart 2025 in bulk is gelost daarop geen ander licht. Uit het politieonderzoek volgt immers dat de vrachtwagen die de lading in Charleroi heeft opgehaald eerst naar het terrein van Schrijver Schroot is gereden en pas uren later naar Forest is gegaan. In de tussentijd kan de nikkel heel goed zijn los gestort in de laadbakken. Ook onvoldoende is de omstandigheid dat – volgens Forest – de legering van de partij nikkel afwijkt van de legering die de nikkel volgens New Providence had. Het verschil bedraagt slechts een tiende procentpunt (een legering van > 99,52% van Forest tegenover een legering van > 99,62% van New Providence). Dat is zo weinig dat het op de weg van Forest had gelegen om te onderbouwen dat dit verschil dermate significant is dat het niet om dezelfde partij kan gaan. Die onderbouwing heeft zij niet gegeven (terwijl eiseressen uitdrukkelijk betwisten dat het om een significant verschil gaat). 5.8. Aangenomen moet dus worden dat de partij nikkel dezelfde nikkel is die op 5 maart 2025 bij Steinweg is ingeladen. Die nikkel is (althans: was op dat moment) eigendom van New Providence. Het bezit van de partij nikkel is door diefstal verloren gegaan 5.9. Niet ter discussie staat dat Forest de partij nikkel van Schrijver Schroot heeft gekocht. Uit het voorgaande volgt echter dat Schrijver Schroot niet bevoegd was om over de partij nikkel te beschikken. De eigendom is dus in beginsel niet overgegaan op Forest (artikel 3:84 lid 1 BW). 5.10. Forest beroept zich echter op het bepaalde in artikel 3:86 lid 1 BW. Zij meent dat zij bij de koop te goeder trouw was en dat de overdracht van de partij nikkel daarom, ondanks de beschikkingsonbevoegdheid van Schrijver Schroot, toch rechtsgeldig is. Eiseressen betwisten dat Forest te goeder trouw was. Daarnaast betogen eiseressen (primair) dat zij de partij nikkel, ook indien Forest te goeder trouw was, kunnen opeisen, omdat New Providence het bezit daarvan door diefstal heeft verloren (artikel 3:86 lid 3 BW). Dit betoog slaagt. De voorzieningenrechter licht dit toe als volgt. 5.11. Forest heeft er terecht op gewezen dat de uitzondering van artikel 3:86 lid 3 BW is beperkt tot bezitsverlies door diefstal. Wordt het bezit verloren door bijvoorbeeld verduistering, zoals Forest kennelijk meent, dan kan de (oorspronkelijk) eigenaar de zaak niet bij de derde te goeder trouw opeisen. In dit geval wijzen de omstandigheden echter onmiskenbaar op bezitsverlies door diefstal. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat van bezitsverlies door diefstal ook sprake kan zijn als de zaak wordt gestolen bij iemand die deze voor de eigenaar hield. 5.12. Niet ter discussie staat dat New Providence de partij nikkel ter beschikking heeft gesteld van IVTrans. Aangenomen moet worden dat IVTrans de nikkel hiermee voor New Providence is gaan houden. Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat eiseressen onbetwist hebben gesteld dat de eigendomsoverdracht van de partij nikkel pas bij aflevering aan Acciai zou plaatsvinden. Er zijn geen aanwijzingen dat IVTrans de nikkel vervolgens heeft verduisterd. Daarvoor is nodig dat haar chauffeur zich de nikkel opzettelijk heeft toegeëigend. Daarvan blijkt niets. De chauffeur heeft tegenover de onderzoeker van eiseressen en tegenover de politie verklaard dat hij tijdens zijn rit met de nikkel een gewijzigd losadres doorkreeg en dat hij die instructie heeft opgevolgd. Hij heeft de nikkel daar gelost. Hij heeft ook verklaard dat hij geen goed gevoel had bij de loslocatie en dat hij daarom een foto heeft genomen van de auto van de personen die de nikkel hebben doen lossen. Hieruit kan niet worden afgeleid dat de chauffeur van IVTrans de nikkel opzettelijk heeft weggemaakt. Bevestiging hiervan ziet de voorzieningenrechter in het feit dat de politie deze chauffeur ook niet als verdachte heeft aangemerkt. Van anderen dan de chauffeur die de nikkel rechtmatig onder zich hebben gehad, is niet gebleken. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat New Providence het bezit van de nikkel is verloren door diefstal bij haar houder. 5.13. New Providence kan de partij nikkel dus op grond van artikel 3:86 lid 3 BW van Forest opeisen. Of Forest de nikkel te goeder trouw van Schrijver Schroot heeft gekocht, is niet van belang. Anders dan Forest kennelijk meent, staat hieraan niet in de weg dat New Providence en/of de chauffeur van IVTrans mogelijk voorzichtiger hadden kunnen zijn.