Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-13
ECLI:NL:RBROT:2026:3530
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,006 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:3530 text/xml public 2026-03-31T15:54:38 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-13 10-190245-22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3530 text/html public 2026-03-31T15:52:16 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3530 Rechtbank Rotterdam , 13-02-2026 / 10-190245-22 Bewezen is dat de verdachte gedurende een periode van ruim zes maanden met een ander heeft gehandeld in cocaïne en dat hij samen met anderen een hoeveelheid cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van ketamine, MDMA, 4CMC en heroïne. De verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-190245-22 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Datum zitting: 13 februari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. M.M.J. Bos Officier van justitie: mr. S.H. Stein Kern van het vonnis Bewezen is dat de verdachte gedurende een periode van ruim zes maanden met een ander heeft gehandeld in cocaïne en dat hij samen met anderen een hoeveelheid cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van ketamine, MDMA, 4CMC en heroïne. De verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – in de periode van 17 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 samen met een ander in cocaïne heeft gehandeld en dat hij op 30 juni 2022 verschillende verdovende voormiddelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat 1 Hij in of omstreeks 17 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, heeft verkocht en/ of afgeleverd en/ of verstrekt en/ of vervoerd, één of meer hoeveelheden cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 Hij op of omstreeks 30 juni 2022 te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, - 35,8 gram cocaïne en/of - 0,60 gram MDMA en/of - 4,20 gram Ketamine en /of - 1,00 gram Heroine en/of - 1,00 gram 4CMC, althans één of meer hoeveelheden cocaïne/MDMA/ketamine/heroine en / of 4CMC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne/MDMA/ketamine/heroine en /of 4CMC, zijnde cocaïne/MDMA/ketamine/heroine en/of 4CMC, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1 gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 35,8 gram cocaïne en 1 gram heroïne en moet worden vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, ketamine en 4CMC. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich met betrekking tot het opzettelijk aanwezig hebben van 1,3 gram cocaïne gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en met betrekking tot het opzettelijk aanwezig hebben van meer dan 1,3 gram cocaïne en de overige verdovende middelen vrijspraak bepleit. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte in de periode van 17 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 samen met een ander in cocaïne heeft gehandeld en dat hij op 30 juni 2022 samen met anderen een hoeveelheid cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen. 2.3.2. Bewijsmotivering De rechtbank kan, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en de overige bewijsmiddelen, vaststellen dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode samen met een ander heeft gehandeld in cocaïne en ten tijde van de politie-inval samen met anderen opzettelijk een hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank is echter, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet precies vastgesteld kan worden hoeveel cocaïne dit is geweest. De rechtbank kan evenmin vaststellen dat de verdachte ketamine, MDMA, 4CMC en heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. Ketamine betreft geen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1. De overige aangetroffen stoffen komen wel voor op de voornoemde lijst. Deze stoffen zijn slechts indicatief getest en het dossier bevat onvoldoende steun om vast te kunnen stellen dat het daadwerkelijk om deze verdovende middelen gaat. Ten aanzien van de heroïne is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat het enkele feit dat de verdachte heeft verklaard dat hij weleens heroïne heeft gebruikt hiervoor onvoldoende is. 2.3.3. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: 1 Hij in de periode van 17 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, één of meer hoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 Hij op 30 juni 2022 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met een proeftijd van 2 jaar. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt te volstaan met een werkstraf van beperkte omvang. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft gedurende een periode van een half jaar samen met een ander gehandeld in cocaïne en heeft daarnaast een hoeveelheid cocaïne opzettelijk aanwezig gehad. Cocaïne is een verslavende en voor de gezondheid van de gebruiker zeer schadelijke stof. De handel in cocaïne is bovendien bezwarend voor de samenleving omdat dit, direct of indirect, leidt tot ernstige vormen van geweld en criminaliteit. De verdachte heeft door zijn handelen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. 4.3.2.