Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-17
ECLI:NL:RBROT:2026:3326
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,044 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:3326 text/xml public 2026-04-09T11:35:49 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-17 C/10/710448 / JE RK 25-2391 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3326 text/html public 2026-04-09T11:34:35 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3326 Rechtbank Rotterdam , 17-02-2026 / C/10/710448 / JE RK 25-2391 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/710448 / JE RK 25-2391 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] , advocaat: mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het (verdere) verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 27 november 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; het bericht met bijlagen van de GI van 11 februari 2026; het bericht met bijlage van de GI van 12 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: namens [voornaam minderjarige] haar advocaat; de moeder; een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] hierover telefonisch gehoord, met toestemming en in aanwezigheid van haar advocaat. [voornaam minderjarige] heeft tijdens dit gesprek aangegeven niet bij de zitting aanwezig te willen zijn. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch. 2.3. Bij beschikking van 13 november 2025 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 1 december 2026. 2.4. Bij beschikking van 27 november 2025 is een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend voor de duur van drie maanden, te weten tot 27 februari 2026, en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. 3 Het (aangehouden) verzoek 3.1. De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Er resteert een beslissing over een periode van drie maanden, te weten tot 27 mei 2026. 3.2. De GI handhaaft op de zitting het resterende deel van het verzoek. Recent heeft een ernstig incident op Schakenbosch plaatsgevonden. [voornaam minderjarige] weigerde haar kamer te verlaten en gaf aan wapens te hebben. De politie trof metalen staven en scherpe voorwerpen aan. Daaropvolgend stichtte [voornaam minderjarige] brand in een veilige kamer en sloeg later haar behandelcoördinator. Daarnaast loopt [voornaam minderjarige] regelmatig weg om alcohol te drinken en komt onder invloed terug. Haar agressie kan plots fors escaleren. Daartegenover staan ook positieve ontwikkelingen. [voornaam minderjarige] gaat naar school en volgt gemotiveerd het traject Skills 4 Life. Zij sport en onderhoudt contact met de oma moederszijde. Toch blijft er sprake van een terugkerend patroon van vooruitgang en terugval. [voornaam minderjarige] weigert een persoonlijkheidsonderzoek en stelt zich niet open, waardoor passende hulpverlening moeilijk is. Plaatsing bij De Fjord is momenteel niet mogelijk vanwege weglopen en middelengebruik. Voortzetting van de huidige plaatsing is noodzakelijk, omdat er geen passend alternatief is. 4 De standpunten 4.1. De moeder verklaart op de zitting dat zij zich zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is ontregeld geraakt door eerdere overplaatsingen en veranderingen. Zij overziet de gevolgen van haar gedrag onvoldoende en handelt impulsief vanuit het gevoel dat haar onrecht wordt aangedaan. De moeder vermoedt dat verslavingsproblematiek een grote rol speelt en is geschrokken van het recente incident. Zij vindt het lastig hoe zij zich tegenover [voornaam minderjarige] moet opstellen na zulke ernstige voorvallen. Er staat een kennismakingsgesprek voor MDFT gepland. De moeder hoopt dat dit kan bijdragen aan verbetering. 4.2. Namens [voornaam minderjarige] wordt op de zitting het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] heeft moeite met het reguleren van haar emoties. Bij spanning of tegenslag kan zij dit niet omzetten in passend gedrag, wat leidt tot destructieve reacties. Achteraf toont zij inzicht in haar handelen, maar op het moment zelf lukt het haar niet om anders te reageren. [voornaam minderjarige] heeft een laag zelfbeeld en ervaart vooral negatieve feedback. Dit versterkt haar problematiek. Tegelijk laat [voornaam minderjarige] zelfstandigheid zien, onder meer door alleen naar school te reizen. Zij heeft het daar naar haar zin en wil graag vaker naar school en Skills 4 Life, maar dit is organisatorisch niet haalbaar. Door het middelengebruik en de ernst van de incidenten is er op dit moment geen realistisch alternatief voor de gesloten plaatsing. Voortzetting daarvan is daarom noodzakelijk. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.2. Uit de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, blijkt dat bij [voornaam minderjarige] nog steeds sprake is van ernstige en complexe problematiek. Er zijn terugkerende periodes waarin zij fors agressief en grensoverschrijdend gedrag vertoont. Het recente incident op Schakenbosch benadrukt de ernst van de situatie. Daarnaast loopt [voornaam minderjarige] weg van de groep en keert onder invloed terug, waardoor haar veiligheid en die van anderen in gevaar komt. [voornaam minderjarige] beschikt momenteel over onvoldoende vaardigheden en copingmechanismen om met emoties en spanningen om te gaan. Bovendien weigert zij helaas mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek, waardoor de GI haar problematiek onvoldoende in kaart kan brengen. Hierdoor kan passende behandeling moeilijk worden vormgegeven. De gedragswetenschapper heeft verklaard dat [voornaam minderjarige] wel ontwikkelingsmogelijkheden heeft, maar op dit moment onvoldoende in staat is om veilig te functioneren in een open setting. 5.3. Tegelijkertijd laat [voornaam minderjarige] ook zien dat zij goed kan functioneren. Zij gaat bijvoorbeeld zelfstandig naar school en beleeft hier plezier aan. Ook werkt zij goed mee aan Skills 4 life. De vooruitgang is echter kwetsbaar. Zonder intensieve begeleiding en duidelijke grenzen is het risico op escalaties groot. De moeder, de oma, de advocaat van [voornaam minderjarige] en de GI doen er alles aan om [voornaam minderjarige] te steunen. Ook [voornaam minderjarige] doet haar best. Desondanks is er op dit moment geen minder ingrijpend alternatief beschikbaar dat voldoende veiligheid en stabiliteit waarborgt. Begeleiding in een gesloten setting blijft daarom noodzakelijk. De gedragswetenschapper heeft op 11 februari 2026 uitgebreid gemotiveerd ingestemd met het verzoek van de GI. 5.4.