Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-13
ECLI:NL:RBROT:2026:2767
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,069 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2767 text/xml public 2026-04-14T16:19:17 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-13 11354739 CV EXPL 24-25775 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2767 text/html public 2026-04-14T16:18:40 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2767 Rechtbank Rotterdam , 13-03-2026 / 11354739 CV EXPL 24-25775 Pensioenzaak. Eenzijdige wijziging eindloonregeling naar beschikbare premieregeling. Werknemer eist vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen eindloonregeling en subsidiair vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen compensatieregeling. De primaire eis wordt afgewezen vanwege verjaring. De subsidiaire eis wordt afgewezen omdat wg de compensatieregeling correct is nagekomen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11354739 CV EXPL 24-25775 datum uitspraak: 13 maart 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. O.F. Blom, tegen Emerson Process Management B.V. vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. T. Huijg. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Emerson’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 10 oktober 2024 met bijlagen; het antwoord met bijlagen; de spreekaantekeningen van de gemachtigden. 1.2. Op 1 juli 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiser] met zijn gemachtigde, zijn echtgenote en enkele oud-collega’s, en namens Emerson [naam 1] , HR directeur, met de gemachtigde. 1.3. Nadat de zaak geruime tijd is aangehouden voor overleg tussen partijen, heeft Emerson om vonnis verzocht. [eiser] heeft vervolgens verzocht een nieuwe mondelinge behandeling te plannen. Emerson heeft daartegen bezwaar gemaakt. De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien voor een nieuwe mondelinge behandeling. De inhoudelijke behandeling van de zaak was ter zitting van 1 juli 2025 al gesloten en het vonnis is alleen aangehouden op verzoek van partijen om te overleggen over een regeling. Een nieuwe mondelinge behandeling ligt daarom niet in de rede. Tot slot ziet de kantonrechter ook gelet op de hiernavolgende beslissing geen aanleiding daartoe. 2 De beoordeling Waar de zaak over gaat 2.1. [eiser] is in dienst bij Emerson en neemt deel aan de pensioenregeling van Emerson. Aanvankelijk was dat een eindloonregeling. Per 1 januari 2016 heeft Emerson de eindloonregeling beëindigd en vervangen door een beschikbare premieregeling. In verband met die wijziging heeft Emerson compensatie aangeboden. [eiser] eist primair vervangende schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling. Subsidiair eist [eiser] vervangende schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de toegezegde compensatie tot 95 procent van het eindloonniveau of een andere schadevergoeding. Emerson is het met de eisen niet eens. Zij beroept zich op verjaring, rechtsverwerking, schending van de klachtplicht en daarnaast voert zij als verweer dat de eindloonregeling rechtsgeldig is gewijzigd en dat de compensatieregeling correct is nagekomen. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af. Hierna wordt uitgelegd wat de redenen zijn voor deze beslissing. De eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling is verjaard 2.2. De eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling wordt afgewezen. Die vordering is namelijk verjaard. [eiser] heeft de verjaringstermijn niet gestuit en het beroep op verjaring is ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Hierna wordt dit uitgelegd. 2.3. De verjaringstermijn voor een vordering tot (vervangende) schadevergoeding is 5 jaar . Die termijn is in dit geval (uiterlijk) aangevangen op 23 januari 2016. Dat was de dag na die waarop [eiser] daadwerkelijk in staat was een rechtsvordering tot (vervangende) schadevergoeding in te stellen . [eiser] had naar het oordeel van de kantonrechter namelijk op 22 januari 2016 voldoende zekerheid dat hij schade zou lijden doordat Emerson de eindloonregeling had beëindigd en vervangen door een beschikbare premieregeling. Dit is waarom. 2.4. Volgens Emerson wist [eiser] op 22 januari 2016 namelijk dat de eindloonregeling per 1 januari 2016 was gestopt en vervangen door een beschikbare premieregeling. Ook wist [eiser] toen dat hij door deze overstap een deel van zijn pensioenaanspraken zou verliezen. Voor [eiser] was duidelijk dat de verwachte aanspraak in de nieuwe regeling (beschikbare premie) 5 procent lager was dan de aanspraak in de oude regeling (eindloon), en dat hij door dit pensioenverlies in aanmerking kwam voor de compensatieregeling van Emerson. Verder was voor [eiser] duidelijk hoe die compensatie werd berekend: Emerson vulde het te verwachten pensioen in de nieuwe regeling aan tot maximaal 95 procent van de verwachte aanspraken in de oude eindloonregeling, gebaseerd op eigen uitgangspunten van Emerson. [eiser] kende deze uitgangspunten, maar was het er niet mee eens. Hij verwachtte dat zijn pensioenverlies groter zou zijn dan de door Emerson berekende 5 procent. Het was [eiser] volgens Emerson ook bekend dat zij haar uitgangspunten ondanks de bezwaren van [eiser] niet zou aanpassen. 2.5. [eiser] heeft deze door Emerson gestelde feiten niet / onvoldoende gemotiveerd weersproken. [eiser] heeft alleen aangevoerd dat hij in het gesprek op 22 januari 2016 met Emerson en de aanwezige pensioendeskundigen van Towers Watson geen toetsbare informatie heeft gekregen. Volgens [eiser] probeerde Emerson hem er in dat gesprek juist van te overtuigen dat er geen schade was. Daarom zegt [eiser] dat hij toen nog niet bekend was met de schade. Dit is onvoldoende. Want zoals Emerson terecht zegt, wist [eiser] ook al voor 22 januari 2016 dat hij minstens 5 procent pensioenverlies zou lijden en volgens zijn eigen berekeningen nog meer. Dit volgt uit de volgende passages uit e-mails van Emerson en [eiser] : 2.6. In een voor [eiser] opgesteld memo van Towers Watson van 9 december 2015 staat: "Indien de deelnemer in de nieuwe regeling meer dan 5% achteruit t.o.v. de huidige regeling (ouderdomspensioen nieuwe regeling is lager dan 95% van ouderdomspensioen in huidige regeling) wordt de deelnemer gecompenseerd tot aan 95% van het verwachte pensioen in de huidige regeling. Doordat deelnemers in de ex-Fisher regeling geen fiscale ruimte meer hebben is compensatie bij Nationale Nederlanden geen optie. Daarom wordt voor deze deelnemers een lagere (fictieve) werknemersbijdrage berekend." en "Veronderstellingen berekeningen”. Daarin staat de opsomming met gehanteerde aannames in tabel 1. 2.7. In een e-mail van 11 december 2015 schrijft Emerson aan [eiser] : “Bijgaand ontvang je de memo over de uitgangspunten van de berekening tussen jouw oude regeling vs de nieuwe regeling vanaf 1-1-2016. (…) We hebben Towers Watson gevraagd nogmaals naar jouw berekening te kijken en daarbij is gebleken dat er niet juist naar het partnerpensioen was gekeken en dat jij op 94,1% uitkomt. (…) Jij hebt derhalve recht op compensatie tot aan 95% zoals we met de OR hebben afgesproken.” 2.8. In een e-mail van 15 december 2015 antwoordt [eiser] : “ (…) I have checked my excel sheet with [naam 2] ( [naam 2] works for Xerox Pension and responsible for calculating the Xerox Dekkingsgraad and for the commercial contact with different fons). We couldn't find anything in my excel sheet or in the way I compared the two situations. I still have a difference between my numbers and T&W numbers. I do have some comments on some of the assumptions T&W did, but for the mean while for the comparison I use their assumptions.” 2.9. In een e-mail van 21 december 2015 schrijft [eiser] aan Emerson: “In the first meeting with [naam 3] and [naam 4] from T&W, I have asked to see the way the comparison is calculated. According to my excel sheet I get less than the 95% agreed with the OR. (…) According to [naam 3] and [naam 4] I wasn’t one of the 17 that are entitled to compensation.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2767 text/xml public 2026-04-14T16:19:17 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-13 11354739 CV EXPL 24-25775 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2767 text/html public 2026-04-14T16:18:40 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2767 Rechtbank Rotterdam , 13-03-2026 / 11354739 CV EXPL 24-25775 Pensioenzaak. Eenzijdige wijziging eindloonregeling naar beschikbare premieregeling. Werknemer eist vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen eindloonregeling en subsidiair vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen compensatieregeling. De primaire eis wordt afgewezen vanwege verjaring. De subsidiaire eis wordt afgewezen omdat wg de compensatieregeling correct is nagekomen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11354739 CV EXPL 24-25775 datum uitspraak: 13 maart 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. O.F. Blom, tegen Emerson Process Management B.V. vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. T. Huijg. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Emerson’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 10 oktober 2024 met bijlagen; het antwoord met bijlagen; de spreekaantekeningen van de gemachtigden. 1.2. Op 1 juli 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiser] met zijn gemachtigde, zijn echtgenote en enkele oud-collega’s, en namens Emerson [naam 1] , HR directeur, met de gemachtigde. 1.3. Nadat de zaak geruime tijd is aangehouden voor overleg tussen partijen, heeft Emerson om vonnis verzocht. [eiser] heeft vervolgens verzocht een nieuwe mondelinge behandeling te plannen. Emerson heeft daartegen bezwaar gemaakt. De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien voor een nieuwe mondelinge behandeling. De inhoudelijke behandeling van de zaak was ter zitting van 1 juli 2025 al gesloten en het vonnis is alleen aangehouden op verzoek van partijen om te overleggen over een regeling. Een nieuwe mondelinge behandeling ligt daarom niet in de rede. Tot slot ziet de kantonrechter ook gelet op de hiernavolgende beslissing geen aanleiding daartoe. 2 De beoordeling Waar de zaak over gaat 2.1. [eiser] is in dienst bij Emerson en neemt deel aan de pensioenregeling van Emerson. Aanvankelijk was dat een eindloonregeling. Per 1 januari 2016 heeft Emerson de eindloonregeling beëindigd en vervangen door een beschikbare premieregeling. In verband met die wijziging heeft Emerson compensatie aangeboden. [eiser] eist primair vervangende schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling. Subsidiair eist [eiser] vervangende schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de toegezegde compensatie tot 95 procent van het eindloonniveau of een andere schadevergoeding. Emerson is het met de eisen niet eens. Zij beroept zich op verjaring, rechtsverwerking, schending van de klachtplicht en daarnaast voert zij als verweer dat de eindloonregeling rechtsgeldig is gewijzigd en dat de compensatieregeling correct is nagekomen. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af. Hierna wordt uitgelegd wat de redenen zijn voor deze beslissing. De eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling is verjaard 2.2. De eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling wordt afgewezen. Die vordering is namelijk verjaard. [eiser] heeft de verjaringstermijn niet gestuit en het beroep op verjaring is ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Hierna wordt dit uitgelegd. 2.3. De verjaringstermijn voor een vordering tot (vervangende) schadevergoeding is 5 jaar . Die termijn is in dit geval (uiterlijk) aangevangen op 23 januari 2016. Dat was de dag na die waarop [eiser] daadwerkelijk in staat was een rechtsvordering tot (vervangende) schadevergoeding in te stellen . [eiser] had naar het oordeel van de kantonrechter namelijk op 22 januari 2016 voldoende zekerheid dat hij schade zou lijden doordat Emerson de eindloonregeling had beëindigd en vervangen door een beschikbare premieregeling. Dit is waarom. 2.4. Volgens Emerson wist [eiser] op 22 januari 2016 namelijk dat de eindloonregeling per 1 januari 2016 was gestopt en vervangen door een beschikbare premieregeling. Ook wist [eiser] toen dat hij door deze overstap een deel van zijn pensioenaanspraken zou verliezen. Voor [eiser] was duidelijk dat de verwachte aanspraak in de nieuwe regeling (beschikbare premie) 5 procent lager was dan de aanspraak in de oude regeling (eindloon), en dat hij door dit pensioenverlies in aanmerking kwam voor de compensatieregeling van Emerson. Verder was voor [eiser] duidelijk hoe die compensatie werd berekend: Emerson vulde het te verwachten pensioen in de nieuwe regeling aan tot maximaal 95 procent van de verwachte aanspraken in de oude eindloonregeling, gebaseerd op eigen uitgangspunten van Emerson. [eiser] kende deze uitgangspunten, maar was het er niet mee eens. Hij verwachtte dat zijn pensioenverlies groter zou zijn dan de door Emerson berekende 5 procent. Het was [eiser] volgens Emerson ook bekend dat zij haar uitgangspunten ondanks de bezwaren van [eiser] niet zou aanpassen. 2.5. [eiser] heeft deze door Emerson gestelde feiten niet / onvoldoende gemotiveerd weersproken. [eiser] heeft alleen aangevoerd dat hij in het gesprek op 22 januari 2016 met Emerson en de aanwezige pensioendeskundigen van Towers Watson geen toetsbare informatie heeft gekregen. Volgens [eiser] probeerde Emerson hem er in dat gesprek juist van te overtuigen dat er geen schade was. Daarom zegt [eiser] dat hij toen nog niet bekend was met de schade. Dit is onvoldoende. Want zoals Emerson terecht zegt, wist [eiser] ook al voor 22 januari 2016 dat hij minstens 5 procent pensioenverlies zou lijden en volgens zijn eigen berekeningen nog meer. Dit volgt uit de volgende passages uit e-mails van Emerson en [eiser] : 2.6. In een voor [eiser] opgesteld memo van Towers Watson van 9 december 2015 staat: "Indien de deelnemer in de nieuwe regeling meer dan 5% achteruit t.o.v. de huidige regeling (ouderdomspensioen nieuwe regeling is lager dan 95% van ouderdomspensioen in huidige regeling) wordt de deelnemer gecompenseerd tot aan 95% van het verwachte pensioen in de huidige regeling. Doordat deelnemers in de ex-Fisher regeling geen fiscale ruimte meer hebben is compensatie bij Nationale Nederlanden geen optie. Daarom wordt voor deze deelnemers een lagere (fictieve) werknemersbijdrage berekend." en "Veronderstellingen berekeningen”. Daarin staat de opsomming met gehanteerde aannames in tabel 1. 2.7. In een e-mail van 11 december 2015 schrijft Emerson aan [eiser] : “Bijgaand ontvang je de memo over de uitgangspunten van de berekening tussen jouw oude regeling vs de nieuwe regeling vanaf 1-1-2016. (…) We hebben Towers Watson gevraagd nogmaals naar jouw berekening te kijken en daarbij is gebleken dat er niet juist naar het partnerpensioen was gekeken en dat jij op 94,1% uitkomt. (…) Jij hebt derhalve recht op compensatie tot aan 95% zoals we met de OR hebben afgesproken.” 2.8. In een e-mail van 15 december 2015 antwoordt [eiser] : “ (…) I have checked my excel sheet with [naam 2] ( [naam 2] works for Xerox Pension and responsible for calculating the Xerox Dekkingsgraad and for the commercial contact with different fons). We couldn't find anything in my excel sheet or in the way I compared the two situations. I still have a difference between my numbers and T&W numbers. I do have some comments on some of the assumptions T&W did, but for the mean while for the comparison I use their assumptions.” 2.9. In een e-mail van 21 december 2015 schrijft [eiser] aan Emerson: “In the first meeting with [naam 3] and [naam 4] from T&W, I have asked to see the way the comparison is calculated. According to my excel sheet I get less than the 95% agreed with the OR. (…) According to [naam 3] and [naam 4] I wasn’t one of the 17 that are entitled to compensation.
Volledig
Only after a recheck made by T&W, it was decided that I am also in the group that will be affected by the new pension and entitled for compensation. (…) The compensation offered I can’t check, Does it cover the gap? What is the gap? Is the compensation based on 4% employee payment or the 2 % as agreed with the OR? The assumption T&W used are also disputable. (…) With all that said, I am sure that I am much more affected than the T&W excel sheet shows. (…) 2.10. Kortom: [eiser] wist op 22 januari 2016 in voldoende mate dat hij door het wijzigen van de pensioenregeling schade zou lijden in de vorm van een pensioenverlies van (minstens) 5 procent. [eiser] was daarom op dat moment in staat een rechtsvordering in te stellen tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling. De verjaring is niet gestuit 2.11. De verjaring is niet gestuit. [eiser] stelt dat hij in de vijf jaar na 22 januari 2016 repeterende stuitingshandelingen heeft verricht, maar daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. 2.12. Voor het stuiten van de verjaring is nodig dat [eiser] Emerson een schriftelijke aanmaning of mededeling heeft gestuurd waarin [eiser] zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming van de eindloonregeling heeft voorbehouden. Het moet gaan om een voldoende duidelijke waarschuwing aan Emerson dat zij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat zij gegevens en bewijsmateriaal bewaart om zich tegen een eventuele rechtsvordering van [eiser] behoorlijk te kunnen verweren. Emerson had hieruit moeten begrijpen dat [eiser] zich ondubbelzinnig zijn recht heeft voorbehouden en het moet voor Emerson ook duidelijk zijn geweest welke vordering [eiser] bedoelde. 2.13. [eiser] heeft niet toegelicht welke concrete stuitingshandeling hij tussen 22 januari 2016 en 23 januari 2021 heeft verricht. [eiser] stelt dat elke e-mail die hij door de jaren heen aan Emerson stuurde de boodschap uitdraagt dat hij een vordering heeft tegenover Emerson en dat hij die wenst te handhaven. De kantonrechter volgt dat standpunt niet, althans niet voor zover het gaat om de vordering die hij nu primair heeft ingesteld. Uit de overgelegde e-mailberichten die [eiser] in die periode aan Emerson zond, kan alleen worden afgeleid dat hij het niet eens is met de uitgangspunten die Emerson hanteert voor het berekenen van de compensatie (de aanvulling tot 95 procent). Maar Emerson had op basis van die e-mails niet hoeven te begrijpen dat [eiser] zich het recht wilde voorbehouden om ook na het verstrijken van de verjaringstermijn aanspraak te maken op (vervangende) schadevergoeding vanwege niet-nakoming van de eindloonregeling. [eiser] schrijft niets over de wijziging van de eindloonregeling naar de beschikbare premieregeling als zodanig en dus ook niet dat hij het hier niet mee eens is. Zijn e-mails gingen alleen over de uitgangspunten die Emerson hanteerde voor de berekening van de compensatie. Pas in de brief van 9 september 2021 heeft [eiser] Emerson gevraagd hem te compenseren voor zijn pensioenverlies als gevolg van het wijzigen van de eindloonregeling naar de beschikbare premieregeling. Toen was de verjaringstermijn al verstreken. 2.14. De verjaring is dus niet gestuit en [eiser] heeft zijn vordering tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling niet binnen vijf jaar na 23 januari 2016 ingesteld. Daarom is deze vordering verjaard. Beroep op verjaring is niet onaanvaardbaar 2.15. Het beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Dat is alleen zo in uitzonderlijke omstandigheden. Van zulke omstandigheden is hier geen sprake. Dat Emerson zich niet eerder op verjaring heeft beroepen is daarvoor in de gegeven omstandigheden onvoldoende. De rechtszekerheid van de verjaringstermijn weegt zwaarder dan het belang van [eiser] die te lang heeft gewacht met het instellen van zijn vordering. Van [eiser] mag worden verwacht dat hij binnen de wettelijke termijn de juiste actie onderneemt. Emerson is de toegezegde compensatie correct nagekomen 2.16. De subsidiaire eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de toegezegde compensatie tot 95% van het eindloonniveau, dan wel tot een schadevergoeding die de rechtbank in goede justitie zal vaststellen, wordt ook afgewezen. De kantonrechter vindt dat Emerson haar compensatietoezegging correct is nagekomen. Voor een andere schadevergoeding heeft [eiser] onvoldoende gesteld. 2.17. Naar het oordeel van de kantonrechter moet de toezegging tot compensatie van Emerson niet zo worden uitgelegd als [eiser] stelt, namelijk dat hij zou worden gecompenseerd tot 95% van de eindloonregeling. De kantonrechter vindt dat de compensatietoezegging zo moet worden uitgelegd dat Emerson de verwachte pensioenaanspraken van [eiser] in de beschikbare premieregeling zal compenseren tot 95% van het eindloonniveau, waarbij de vergelijking tussen de verwachte aanspraken in de oude en de nieuwe regeling wordt gemaakt op basis v an door haar vastgestelde uitgangspunten. 2.18. In de bijlage bij het memo van Emerson aan de Ondernemingsraad van 27 oktober 2015 is de compensatieregeling als volgt beschreven: “Emerson Process Management kent aan werknemers die in de nieuwe pensioenregeling een aanspraak kunnen bereiken die lager Is dan 95% van de aanspraak in de pensioenregeling tot 31 december 2015, een compensatie tot aan die 95% toe. Hieraan ten grondslag ligt de door Towers Watson uitgevoerde vergelijking van de pensioenregeling die gold tot 31 december 2015 met de pensioenregeling die geldt vanaf 1 januari 2016, op basis van de voor deze berekening vastgestelde uitgangspunten. De uitgangspunten zijn hieronder in tabelvorm' opgenomen.” 2.19. Voor de uitleg van deze compensatieregeling zijn in beginsel alle omstandigheden van belang, met het accent op wat objectief kenbaar is. De compensatieregeling is namelijk bedoeld om de rechtspositie te regelen van werknemers die door de wijziging van de pensioenregeling worden geraakt. De kantonrechter vindt dat uit de bewoordingen van de regeling kan worden afgeleid dat voor de berekening van de compensatie tot 95% wordt uitgegaan van een vergelijking op basis van de door Emerson vastgestelde uitgangspunten. Uit de regeling volgt ook welke uitgangspunten dat zijn. Het is niet aannemelijk dat, zoals [eiser] stelt, Emerson heeft beoogd een compensatie te bieden waarmee werknemers de garantie kregen dat zij met het opgebouwde kapitaal onder de beschikbare premieregeling op de pensioendatum een dusdanig pensioen zouden kunnen inkopen dat zij samen met het al opgebouwde eindloonpensioen een inkomensvoorziening zouden hebben van 95% van het eindloonniveau. Dat zou namelijk immers neerkomen op voortzetting van de eindloonregeling maar dan tot 95% (in plaats van 100%). Dat past niet bij het doel van de overgang naar een beschikbare premieregeling en het karakter van die regeling. Een beschikbare premieregeling kent namelijk geen gegarandeerde aanspraken. Bovendien past een dergelijke uitleg niet bij de manier waarop Emerson uitvoering wilde geven aan die compensatieregeling, namelijk door storting vooraf van een extra bedrag in de nieuwe pensioenregeling op basis van uitgangspunten die op dat moment zijn vastgesteld om de verwachte aanspraken te berekenen. Daaraan is inherent dat de werkelijke situatie anders kan zijn dan op basis van die uitgangspunten. 2.20. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te oordelen dat Emerson in de verhouding met [eiser] is afgeweken van de met de OR overeengekomen compensatieregeling. Hiervoor is al uitgelegd dat vaststaat dat [eiser] wist dat hij een compensatie zou krijgen op basis van de regeling die is neergelegd in het memo aan de OR, dus een compensatie gebaseerd op door Emerson vastgestelde aannames. Emerson heeft dat aan [eiser] uitgelegd in een gesprek op 30 november 2015 en in het memo van 9 december 2015 .
Volledig
Only after a recheck made by T&W, it was decided that I am also in the group that will be affected by the new pension and entitled for compensation. (…) The compensation offered I can’t check, Does it cover the gap? What is the gap? Is the compensation based on 4% employee payment or the 2 % as agreed with the OR? The assumption T&W used are also disputable. (…) With all that said, I am sure that I am much more affected than the T&W excel sheet shows. (…) 2.10. Kortom: [eiser] wist op 22 januari 2016 in voldoende mate dat hij door het wijzigen van de pensioenregeling schade zou lijden in de vorm van een pensioenverlies van (minstens) 5 procent. [eiser] was daarom op dat moment in staat een rechtsvordering in te stellen tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling. De verjaring is niet gestuit 2.11. De verjaring is niet gestuit. [eiser] stelt dat hij in de vijf jaar na 22 januari 2016 repeterende stuitingshandelingen heeft verricht, maar daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. 2.12. Voor het stuiten van de verjaring is nodig dat [eiser] Emerson een schriftelijke aanmaning of mededeling heeft gestuurd waarin [eiser] zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming van de eindloonregeling heeft voorbehouden. Het moet gaan om een voldoende duidelijke waarschuwing aan Emerson dat zij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat zij gegevens en bewijsmateriaal bewaart om zich tegen een eventuele rechtsvordering van [eiser] behoorlijk te kunnen verweren. Emerson had hieruit moeten begrijpen dat [eiser] zich ondubbelzinnig zijn recht heeft voorbehouden en het moet voor Emerson ook duidelijk zijn geweest welke vordering [eiser] bedoelde. 2.13. [eiser] heeft niet toegelicht welke concrete stuitingshandeling hij tussen 22 januari 2016 en 23 januari 2021 heeft verricht. [eiser] stelt dat elke e-mail die hij door de jaren heen aan Emerson stuurde de boodschap uitdraagt dat hij een vordering heeft tegenover Emerson en dat hij die wenst te handhaven. De kantonrechter volgt dat standpunt niet, althans niet voor zover het gaat om de vordering die hij nu primair heeft ingesteld. Uit de overgelegde e-mailberichten die [eiser] in die periode aan Emerson zond, kan alleen worden afgeleid dat hij het niet eens is met de uitgangspunten die Emerson hanteert voor het berekenen van de compensatie (de aanvulling tot 95 procent). Maar Emerson had op basis van die e-mails niet hoeven te begrijpen dat [eiser] zich het recht wilde voorbehouden om ook na het verstrijken van de verjaringstermijn aanspraak te maken op (vervangende) schadevergoeding vanwege niet-nakoming van de eindloonregeling. [eiser] schrijft niets over de wijziging van de eindloonregeling naar de beschikbare premieregeling als zodanig en dus ook niet dat hij het hier niet mee eens is. Zijn e-mails gingen alleen over de uitgangspunten die Emerson hanteerde voor de berekening van de compensatie. Pas in de brief van 9 september 2021 heeft [eiser] Emerson gevraagd hem te compenseren voor zijn pensioenverlies als gevolg van het wijzigen van de eindloonregeling naar de beschikbare premieregeling. Toen was de verjaringstermijn al verstreken. 2.14. De verjaring is dus niet gestuit en [eiser] heeft zijn vordering tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de eindloonregeling niet binnen vijf jaar na 23 januari 2016 ingesteld. Daarom is deze vordering verjaard. Beroep op verjaring is niet onaanvaardbaar 2.15. Het beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Dat is alleen zo in uitzonderlijke omstandigheden. Van zulke omstandigheden is hier geen sprake. Dat Emerson zich niet eerder op verjaring heeft beroepen is daarvoor in de gegeven omstandigheden onvoldoende. De rechtszekerheid van de verjaringstermijn weegt zwaarder dan het belang van [eiser] die te lang heeft gewacht met het instellen van zijn vordering. Van [eiser] mag worden verwacht dat hij binnen de wettelijke termijn de juiste actie onderneemt. Emerson is de toegezegde compensatie correct nagekomen 2.16. De subsidiaire eis tot (vervangende) schadevergoeding vanwege het niet nakomen van de toegezegde compensatie tot 95% van het eindloonniveau, dan wel tot een schadevergoeding die de rechtbank in goede justitie zal vaststellen, wordt ook afgewezen. De kantonrechter vindt dat Emerson haar compensatietoezegging correct is nagekomen. Voor een andere schadevergoeding heeft [eiser] onvoldoende gesteld. 2.17. Naar het oordeel van de kantonrechter moet de toezegging tot compensatie van Emerson niet zo worden uitgelegd als [eiser] stelt, namelijk dat hij zou worden gecompenseerd tot 95% van de eindloonregeling. De kantonrechter vindt dat de compensatietoezegging zo moet worden uitgelegd dat Emerson de verwachte pensioenaanspraken van [eiser] in de beschikbare premieregeling zal compenseren tot 95% van het eindloonniveau, waarbij de vergelijking tussen de verwachte aanspraken in de oude en de nieuwe regeling wordt gemaakt op basis v an door haar vastgestelde uitgangspunten. 2.18. In de bijlage bij het memo van Emerson aan de Ondernemingsraad van 27 oktober 2015 is de compensatieregeling als volgt beschreven: “Emerson Process Management kent aan werknemers die in de nieuwe pensioenregeling een aanspraak kunnen bereiken die lager Is dan 95% van de aanspraak in de pensioenregeling tot 31 december 2015, een compensatie tot aan die 95% toe. Hieraan ten grondslag ligt de door Towers Watson uitgevoerde vergelijking van de pensioenregeling die gold tot 31 december 2015 met de pensioenregeling die geldt vanaf 1 januari 2016, op basis van de voor deze berekening vastgestelde uitgangspunten. De uitgangspunten zijn hieronder in tabelvorm' opgenomen.” 2.19. Voor de uitleg van deze compensatieregeling zijn in beginsel alle omstandigheden van belang, met het accent op wat objectief kenbaar is. De compensatieregeling is namelijk bedoeld om de rechtspositie te regelen van werknemers die door de wijziging van de pensioenregeling worden geraakt. De kantonrechter vindt dat uit de bewoordingen van de regeling kan worden afgeleid dat voor de berekening van de compensatie tot 95% wordt uitgegaan van een vergelijking op basis van de door Emerson vastgestelde uitgangspunten. Uit de regeling volgt ook welke uitgangspunten dat zijn. Het is niet aannemelijk dat, zoals [eiser] stelt, Emerson heeft beoogd een compensatie te bieden waarmee werknemers de garantie kregen dat zij met het opgebouwde kapitaal onder de beschikbare premieregeling op de pensioendatum een dusdanig pensioen zouden kunnen inkopen dat zij samen met het al opgebouwde eindloonpensioen een inkomensvoorziening zouden hebben van 95% van het eindloonniveau. Dat zou namelijk immers neerkomen op voortzetting van de eindloonregeling maar dan tot 95% (in plaats van 100%). Dat past niet bij het doel van de overgang naar een beschikbare premieregeling en het karakter van die regeling. Een beschikbare premieregeling kent namelijk geen gegarandeerde aanspraken. Bovendien past een dergelijke uitleg niet bij de manier waarop Emerson uitvoering wilde geven aan die compensatieregeling, namelijk door storting vooraf van een extra bedrag in de nieuwe pensioenregeling op basis van uitgangspunten die op dat moment zijn vastgesteld om de verwachte aanspraken te berekenen. Daaraan is inherent dat de werkelijke situatie anders kan zijn dan op basis van die uitgangspunten. 2.20. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te oordelen dat Emerson in de verhouding met [eiser] is afgeweken van de met de OR overeengekomen compensatieregeling. Hiervoor is al uitgelegd dat vaststaat dat [eiser] wist dat hij een compensatie zou krijgen op basis van de regeling die is neergelegd in het memo aan de OR, dus een compensatie gebaseerd op door Emerson vastgestelde aannames. Emerson heeft dat aan [eiser] uitgelegd in een gesprek op 30 november 2015 en in het memo van 9 december 2015 .