Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-10
ECLI:NL:RBROT:2026:2553
Civiel recht; Arbeidsrecht
Kort geding
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2553 text/xml public 2026-04-08T09:23:45 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-10 11963427 VV EXPL 25-687 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2553 text/html public 2026-04-08T09:23:34 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2553 Rechtbank Rotterdam , 10-03-2026 / 11963427 VV EXPL 25-687 Kort geding. Werkgever moet achterstallig loon betalen. Loonstop onterecht, omdat onaannemelijk is dat werknemer brieven en mails over re-integratie heeft gehad, door verkeerde postcode en verkeerd mailadres. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11963427 VV EXPL 25-687 datum uitspraak: 10 maart 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. V.G. Baran, tegen Zara Trading B.V. , vestigingsplaats: Nissewaard, gedaagde, gemachtigde: mr. A.F.M. den Hollander. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Zara’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 6 februari 2026, met bijlagen; de mail namens [eiser] van 23 februari 2026, met bijlagen; de mail namens Zara van 23 februari 2026, met bijlagen; de mail namens [eiser] van 24 februari 2026, met een bijlage; de conclusie van antwoord van Zara; de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser] . 1.2. Op 24 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiser] aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. Namens Zara zijn [naam] (manager) en de gemachtigde verschenen. 2 De beoordeling Waar gaat het over? 2.1. [eiser] werkte voor Zara op basis van een arbeidsovereenkomst die liep tot 15 december 2025. Op 25 augustus 2025 heeft [eiser] zich ziekgemeld. Vanaf 1 oktober 2025 heeft hij geen loon meer gehad. Volgens [eiser] had hij dat wel moeten krijgen tot 15 december 2025. Hij eist dat Zara wordt veroordeeld het loon van in totaal € 6.317,92 bruto, met wettelijke verhoging en wettelijke rente, aan hem te betalen. Ook wil hij dat [eiser] wordt veroordeeld om loonstroken voor november en december aan hem te geven. 2.2. Zara is het niet eens met de eis. Zij stelt dat ze op 31 oktober 2025 het loon heeft stopgezet, omdat [eiser] niet meewerkte aan zijn re-integratie. 2.3. De kantonrechter wijst de eis van [eiser] toe. Ze licht dat in deze uitspraak toe. Het kort geding 2.4. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoedeisend belang heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiser] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor Zara als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. [eiser] heeft een spoedeisend belang 2.5. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] voldoende heeft onderbouwd dat hij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van zijn vordering. Zijn inkomen is namelijk opeens weggevallen en hij heeft gesteld daardoor niet meer te kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften van zijn gezin (met minderjarige kinderen). Zara heeft haar stelling dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft omdat hij ander werk heeft, tegenover zijn betwisting, niet nader onderbouwd. Daarom gaat de kantonrechter daar aan voorbij. Dat het gaat om een relatief klein bedrag, zoals Zara heeft aangevoerd, is ook geen reden om te concluderen dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft. Zara moet het loon van oktober tot en met december 2025 alsnog betalen 2.6. Tijdens de zitting heeft Zara gesteld dat zij het loon niet hoeft te betalen, omdat [eiser] niet meewerkt aan zijn re-integratie. Ze stelt daarvoor het volgende. Zara heeft hem op 20 oktober 2025 een uitnodiging gestuurd om op gesprek te komen op 23 oktober 2025, maar hij is niet verschenen. Ze heeft hem daarna op 23 oktober 2025 een brief gestuurd met het verzoek om binnen vijf dagen contact op te nemen. Ook dat heeft hij niet gedaan. Ten slotte heeft Zara hem op 31 oktober 2025 een brief gestuurd waarin ze meedeelt dat ze het loon stopzet. 2.7. [eiser] heeft betwist dat hij die brieven heeft gehad. Tijdens de zitting is gebleken dat er een verkeerde postcode op de brieven staat, [postcode 1] in plaats van [postcode 2] . Uit de track-en-trace-overzichten die Zara heeft aangeleverd blijkt ook dat de post retour is gekomen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de brieven niet per post zijn aangekomen. Dit komt voor rekening van Zara, want zij had wel de goede postcode van [eiser] , aangezien die op de loonstroken staat. 2.8. Zara heeft de brieven ook gemaild, maar ook dat is fout gegaan. Zij heeft die gestuurd naar [e-mailadres 1] , maar het adres van [eiser] is [e-mailadres 2] . Zara is dus een nul vergeten. Ook dat komt voor rekening van Zara. Op 7 oktober 2025 heeft [eiser] namelijk nog gemaild naar Zara. Zara had dus zijn goede adres. Dat [eiser] het verkeerde adres (ooit) heeft meegedeeld aan Zara blijkt uit niets. 2.9. Zara heeft tijdens de zitting gesteld dat ze [eiser] ook heeft gebeld. Maar dit betrof niet de uitnodiging voor het gesprek. De kantonrechter begrijpt dat dit ging om een algemeen gesprek met uitleg over re-integratieverplichtingen. 2.10. De kantonrechter gaat er dus vanuit dat [eiser] de uitnodigingen om op gesprek te komen en contact op te nemen niet heeft gehad. Het is daarom logisch dat hij niet is verschenen en geen contact heeft opgenomen. Dat brengt mee dat het onaannemelijk is dat in een gewone procedure zal worden geoordeeld dat [eiser] niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Dit is daarom geen reden om het loon niet te betalen (artikel 7:629 lid 3 BW). Verder heeft Zara geen reden gegeven om het loon niet te betalen. Dat moet ze dus alsnog doen. Hoogte salaris tijdens arbeidsongeschiktheid 2.11. Toen de kantonrechter de inhoudelijke behandeling van de zitting al gesloten had en de partijen na een schorsing van de zitting lieten weten dat zij geen overeenstemming hadden bereikt, heeft de kantonrechter de partijen gevraagd of zij hen nog kon helpen om dichter bij elkaar te komen. Toen heeft Zara laten weten dat zij bereid is om 70% van het loon van [eiser] te betalen. Voor zover Zara daarmee (ook) bedoeld heeft te stellen dat zij tijdens arbeidsongeschiktheid niet méér dan 70% van het loon hoeft te betalen, gaat de kantonrechter daaraan voorbij omdat de inhoudelijke behandeling al gesloten was. Bovendien strookt dit niet met de omstandigheid dat Zara sinds de ziekmelding tot 1 oktober 2025 wel 100% van het salaris heeft betaald. 2.12. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat zijn loon € 2.380,32 bruto per maand bedraagt. Dat blijkt ook uit de loonstroken bij de dagvaarding. Zara wordt daarom veroordeeld om dit loon te betalen over de maanden oktober en november 2025. Verder heeft [eiser] onbetwist gesteld dat hij van 1 tot en met 15 december 2025 nog recht heeft op € 1.089,28 bruto. Ook dat bedrag wordt toegewezen. 2.13. Omdat Zara het loon niet op tijd heeft betaald, moet ze wettelijke rente daarover betalen. Deze wordt toegewezen steeds vanaf de 1e dag van de volgende maand, omdat in de arbeidsovereenkomst (artikel 5.2) staat dat het loon in de laatste week van de maand betaald moet worden (artikel 6:83 onder a en 6:119 BW). Zara moet vakantiegeld betalen 2.14. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat Zara hem 8% vakantiegeld moet betalen over het loon van oktober tot en met december. Het gaat om € 190,43 bruto voor oktober en november en om € 87,14 bruto voor december, dus totaal om € 468,- bruto. Dit wordt toegewezen. 2.15. De wettelijke rente hierover wordt toegewezen vanaf 1 januari 2026, omdat in de arbeidsovereenkomst (artikel 5.2) staat dat het vakantiegeld “uiterlijk op het einde van de arbeidsovereenkomst” wordt betaald. De kantonrechter gaat ervan uit dat hiermee wordt bedoeld dat dit tegelijk met het laatste salaris wordt betaald (artikel 6:83 onder a en 6:119 BW). Zara moet wettelijke verhoging betalen 2.16.