Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-23
ECLI:NL:RBROT:2026:2513
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Proces-verbaal
1,985 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2513 text/xml public 2026-03-13T11:34:57 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-23 ROT 26/1617 Uitspraak Proces-verbaal NL Rotterdam Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2513 text/html public 2026-03-13T11:32:19 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2513 Rechtbank Rotterdam , 23-02-2026 / ROT 26/1617 Voorlopige voorziening. Omgevingswet. Omgevingsvergunning voor het gebruik van een bestaand gebouw als tijdelijke opvanglocatie voor 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Veiligheidsplan voldoet aan de eerder getroffen voorlopige voorziening van 27 januari 2026. Voorlopige voorziening afgewezen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/1617 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 februari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam verzoekster] te [plaats] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigden: mr. C.J. Dekker en mr. R. Yahya), en het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht, het college (gemachtigde: mr. N. Val). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) (gemachtigden: mr. J. Zweers en mr. U. Franssen). Inleiding 1. Met het bestreden besluit van 23 december 2025 heeft het college aan het COA een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een tijdelijke opvanglocatie voor 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) aan de [adres] in Papendrecht . Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 februari 2026 op zitting behandeld. De gemachtigden van verzoekster en de gemachtigde van het college vergezeld door [persoon A] zijn verschenen. De gemachtigden van het COA en [persoon B] (locatiemanager) waren via een digitale (Teams) verbinding aanwezig. 1.2. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Het COA wil een tijdelijke opvanglocatie realiseren in een bestaand gebouw aan de [adres] in Papendrecht. De tijdelijke opvanglocatie is bedoeld voor de opvang van 80 AMV’ers voor een periode van vijf jaar. Van deze AMV’ers zijn er 50 afkomstig van een opvanglocatie van het COA aan de [straatnaam] in Papendrecht die binnenkort wordt gesloten. De tijdelijke opvanglocatie wordt gevestigd in een leegstaand pand in winkelcentrum De Meent. Ten behoeve van de tijdelijke opvanglocatie wordt het gebouw in gebruik genomen als onzelfstandige huisvesting, wordt op het bestaande parkeerdek een dakterras gemaakt en wordt de buitenruimte naast de ingang van het pand in gebruik genomen voor onder meer het stallen van fietsen. 3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Ter plaatse van het projectgebied geldt het omgevingsplan gemeente Papendrecht (het omgevingsplan). Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het projectgebied was vóór 1 januari 2024 de beheersverordening “Reparatie beheersverordening Papendrecht 2021” (de beheersverordening) van kracht. Deze beheersverordening maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Papendrecht. Aan het perceel [adres] is in de beheersverordening de bestemming “Centrum” toegekend. De tijdelijke opvanglocatie is in strijd met de planregels voor deze bestemming. Daarnaast is het gebruiken van gronden met de bestemming “Verkeer – Verblijfsgebied” voor het stallen van fietsen in strijd met de planregels voor die bestemming. 3.1. Met het bestreden besluit heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het omgevingsplan. De beheersverordening voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. De omgevingsvergunning is daarom verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 4. Bij uitspraak van 27 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter op het (eerste) verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster beslist en in verband met de door verzoekster gevreesde overlast in de omgeving bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de tijdelijke opvanglocatie voor de opvang van 80 AMV’ers pas in gebruik mag worden genomen nadat het veiligheidsplan is vastgesteld. 5. Op 17 februari 2026 is het Veiligheidsplan AMV Locatie Westersingel (het veiligheidsplan) vastgesteld. Op 23 februari 2026 zal de zogenoemde inhuizing van de AMV’ers plaatsvinden waarmee de opvanglocatie in gebruik wordt genomen. Verzoekster heeft op 23 februari 2026 de voorzieningenrechter opnieuw gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat de omgevingsvergunning alsnog wordt geschorst. 6. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat het veiligheidsplan niet voldoet aan de door de voorzieningenrechter getroffen voorziening van 27 januari 2026, omdat het veiligheidsplan niet deugdelijk en met voldoende waarborgen is omkleed. Verzoekster stelt dat het veiligheidsplan op cruciale punten, onder andere het cameraplan, de werkafspraken tussen het COA en het college en de 24/7 beveiliging, niet concreet, verifieerbaar en compleet is. 7. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het college met het veiligheidsplan heeft voldaan aan de door hem getroffen voorlopige voorziening van 27 januari 2026. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de tijdelijke opvanglocatie voor de opvang van 80 AMV’ers pas in gebruik mag worden genomen nadat het veiligheidsplan als bedoeld in paragraaf 4.10 van het rapport van 18 december 2025 (bijlage 6 bij de aanvraag) is vastgesteld. Dit is het rapport “Tijdelijke opvanglocatie Papendrecht. Goede Onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving” van [naam] van 18 december 2025 (GOFL). 7.1. In paragraaf 4.10 van de GOFL staat dat het COA voor de opvanglocatie een veiligheidsplan opstelt. In het veiligheidsplan zijn onder andere de volgende onderdelen uitgewerkt: het benoemen van functies, met daarbij behorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van de fysieke en sociale veiligheid; het beschrijven van werkwijzen en protocollen voor de COA-medewerkers, haar beveiligingspartners ten aanzien van de geïnventariseerde en benoemde risico’s; het realiseren van een gecoördineerde en efficiënte hulpverlening tijdens incidenten en/of calamiteiten, met de hulpdiensten; protocol voor opschaling naar het bestuur (burgemeester) bij calamiteiten; het uitwerken van multidisciplinaire scenario’s die mogelijk ook elders in de regio toepasbaar zijn. 7.2. In de GOFL zijn maatregelen voor de sociale veiligheid vermeld. Volgens de GOFL stelt het COA in samenwerking met de hulpdiensten, de gemeente en de Veiligheidsregio een veiligheidsplan op voor de opvanglocatie. Daarin zijn de specifieke veiligheidsmaatregelen en verantwoordelijkheden vastgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voornoemde beschrijving van het veiligheidsplan vrij algemeen en is er niet aangegeven op welke wijze daar precies invulling aan moet worden gegeven in het veiligheidsplan zelf. Het veiligheidsplan zoals dat nu is opgesteld, voldoet naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan de voorziening van 27 januari 2026. Het doel van het veiligheidsplan is het garanderen en waarborgen van de veiligheid van de jongeren op de AMV-locatie [adres] , de veiligheid en leefbaarheid voor omwonenden en ondernemers en het bieden van een duidelijk handelingskader voor betrokken partners bij incidenten en signalen.