Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-24
ECLI:NL:RBROT:2026:2473
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,030 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2473 text/xml public 2026-03-25T10:55:51 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-24 C/10/713866 / JE RK 26-152 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2473 text/html public 2026-03-25T10:54:39 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2473 Rechtbank Rotterdam , 24-02-2026 / C/10/713866 / JE RK 26-152 verlenging ots en muhp RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/713866 / JE RK 26-152 Datum uitspraak: 24 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 1], [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R. Jagesar, kantoorhoudende te Den Haag, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 januari 2026, bij de rechtbank binnengekomen op 26 januari 2026; het toetsingsbesluit van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 februari 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de vader; een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2]. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader. 2.3. Bij beschikking van 10 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 22 maart 2026. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader met gezag verlengd tot 22 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van negen maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De kinderen ontwikkelen zich goed bij de vader thuis. Ook op school gaat het inmiddels goed. [minderjarige 1] had in het begin wel moeite om mee te komen op school en dat uitte zich in boosheid. Dit gaat inmiddels veel beter. De vader staat goed in contact met de school en [minderjarige 1] heeft sinds dit jaar een nieuwe leerkracht waar hij zich veilig bij voelt. Er is dus sprake van een vooruitgang. Daarnaast volgt [minderjarige 1] speltherapie in de vorm van traumabehandeling. Dit verloopt goed. Hoewel het met [minderjarige 2] goed gaat op school, wordt op dit moment nog wel onderzocht of het mogelijk is om via de school ambulante behandeling voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] in te zetten. Voorts hebben beide kinderen aangegeven dat zij meer tijd met hun moeder willen doorbrengen. De GI gaat onderzoeken of een uitgebreidere contactregeling met de moeder mogelijk is. De GI kan daarin een begeleidende rol spelen. Op dit moment vinden er begeleide contactmomenten tussen de kinderen en de moeder plaats via Coachpoint. De moeder bevindt zich in fase twee, wat betekent dat zij de kinderen zelfstandig uit school haalt. In maart wordt gestart met fase drie en zullen de moeder en de vader samen afspraken maken over de uitbreiding van de contactmomenten. Uiteindelijk wordt toegewerkt naar onbegeleide contactmomenten tussen de moeder en de kinderen. 4.2. Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Er wordt – kort en zakelijk weergegeven en overeenkomstig de pleitnotitie – ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder stemt in met het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen, maar slechts voor de duur van drie tot vijf maanden. De kinderen staan namelijk al sinds 2022 onder toezicht gesteld en er is inmiddels geen strijd meer tussen de ouders. De moeder en de vader kunnen onbelast met elkaar communiceren en afspraken maken over de omgang. Hierdoor bestaat er geen noodzaak meer voor een gedwongen kader en kunnen de ouders via het vrijwillige kader hulpverlening accepteren. Tevens kan dan worden toegewerkt naar een afronding van de ondertoezichtstelling. De moeder stemt daarentegen niet in met het verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen. De moeder wil graag zelfstandig omgangsafspraken maken met de vader. De moeder verwacht niet dat de kinderen bij haar komen wonen, maar wel dat zij ook twee nachten in de week bij haar blijven slapen. De moeder wil co-ouderschap en deel uitmaken van de opvoeding van de kinderen. De machtiging tot uithuisplaatsing zorgt ervoor dat de omgangssituatie onveranderd blijft. Op dit moment ziet de moeder de kinderen slechts drie uren per week, tijdens begeleide omgangsmomenten via Coachpoint. De moeder heeft al meerdere keren aangegeven bij de GI dat zij dit wil uitbreiden, maar dit gebeurt niet. De moeder is flexibel in haar werkuren, waardoor uitbreiding wel mogelijk is. 4.3. De vader stemt in met het verzoek van de GI. Het gaat op dit moment goed met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader thuis. Ook de begeleide contactmomenten met de moeder verlopen goed. De contactmomenten moeten stapsgewijs worden uitgebreid. De afgelopen periode heeft de vader hard zijn best gedaan om rust en een stabiele opvoedsituatie voor de kinderen te creëren. Dit is gelukt en hij wil graag dat dit zo blijft. De hoofdverblijfplaats van de kinderen zou bij de vader moeten zijn, maar om dit te bewerkstelligen moet de vader een procedure starten. Dit brengt hoge kosten met zich, waardoor de vader dit uitstelt. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter acht het positief dat in de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet door de moeder en de vader waardoor zij op een functionele manier met elkaar kunnen communiceren over de kinderen. Ook is het positief dat de moeder en de vader openstaan voor hulpverlening vanuit Coachpoint, zodat er een gefaseerde uitbreiding van de contactmomenten tussen de kinderen en de moeder plaats kan vinden. De kinderrechter hoopt dat de moeder en de vader dit blijven vasthouden. Daarnaast acht de kinderrechter het positief dat [minderjarige 1] inmiddels speltherapie vanuit Eleos volgt en dat door de GI wordt onderzocht of de inzet van ambulante behandeling via de school mogelijk is voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2]. Een verlening van de ondertoezichtstelling is nog noodzakelijk, zodat de hulpverleningstrajecten van de kinderen worden voortgezet en het traject van de ouders bij Coachpoint kan worden afgerond. De GI kan op die manier een ondersteunde rol blijven spelen bij de uitbreiding van de contactmomenten tussen de moeder en de kinderen. 5.2. Ook is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.