Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-05
ECLI:NL:RBROT:2026:2092
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,030 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2092 text/xml public 2026-03-30T09:18:32 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-05 ROT 25/1345 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2092 text/html public 2026-03-30T09:16:54 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2092 Rechtbank Rotterdam , 05-03-2026 / ROT 25/1345 Wht, beroep ongegrond, Catshuisregeling, geen recht op compensatie van € 30.000,-. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/1345 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. S.M.J. Iqbal), en Dienst Toeslagen, de Dienst Toeslagen (gemachtigde: [naam gemachtigde] ). Samenvatting 1. In deze uitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht heeft geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,- (de Catshuisregeling) als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Procesverloop 2. Met het besluit van 19 april 2022 (het primaire besluit) heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat eiseres op basis van de zogenoemde lichte toets niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. 2.1. Met het besluit van 23 december 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is de Dienst Toeslagen bij dat besluit gebleven. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. Eiseres heeft de rechtbank verzocht de zaak af te doen op basis van de schriftelijke stukken en laten weten niet naar de zitting te komen. De Dienst Toeslagen heeft met dat verzoek ingestemd. Gelet op het verzoek van eiseres en de instemming daarmee door de Dienst Toeslagen, heeft de rechtbank de zaak niet behandeld op een zitting en het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres heeft voor de jaren 2013 en 2014 kinderopvangtoeslag ontvangen. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is later naar beneden bijgesteld. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft na een eerste zorgvuldige beoordeling (de zogenoemde lichte toets) vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, vierde lid, van de Wht en dat eiseres daarom geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van € 30.000,- als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wht. De Dienst Toeslagen legt daaraan ten grondslag dat eiseres geen gedupeerde is. De kinderopvangtoeslag die eiseres ontving over de jaren 2013 en 2014 is verlaagd, omdat de Dienst Toeslagen niet kon vaststellen dat eiseres en haar kind in de periode van 20 november 2013 tot en met 10 maart 2014 op hetzelfde adres stonden ingeschreven. De Dienst Toeslagen had van de gemeente Rotterdam de informatie ontvangen dat eiseres met ingang van 20 november 2013 was verhuisd naar het buitenland. Ten aanzien van toeslagjaar 2014 is uit de systemen van de Dienst Toeslagen bovendien niet gebleken dat eiseres gekwalificeerde kinderopvang heeft afgenomen. Hierdoor heeft de minister het recht op kinderopvangtoeslag voor toeslagjaar 2014 niet kunnen vaststellen. Standpunt eiseres 4. In beroep voert eiseres aan dat de Dienst Toeslagen ten onrechte heeft vastgesteld dat zij geen gedupeerde is. Er is namelijk sprake van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen, dan wel van hardheid van het stelsel. Eisers betwist dat zij in de periode van 20 november 2013 tot en met 10 maart 2014 in het buitenland verbleef. Zij heeft in die periode samen met haar kind bij haar ouders gewoond, maar inschrijving op hun adres was destijds niet mogelijk. Op 10 maart 2014 heeft zij zich weer kunnen inschrijven op een nieuw adres. De Dienst Toeslagen heeft destijds onvoldoende onderzocht of eiseres in de betreffende periode in Nederland woonde. Volgens eiseres heeft de Dienst Toeslagen verder ten onrechte gesteld dat zij geen ‘doelgroeper’ was. Eiseres is daarnaast ten onrechte niet gehoord in de bezwaarprocedure. Is het beroep ontvankelijk? 5. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, omdat de Dienst Toeslagen met een besluit van 16 september 2024 de aanvraag van eiseres om compensatie na een integrale beoordeling heeft afgewezen. 5.1. Voor de ontvankelijkheid in beroep is vereist dat eiseres voldoende procesbelang heeft. Daarvan is sprake als het resultaat dat eiseres nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat ook feitelijk betekenis kan hebben. 5.2. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiseres ontvankelijk. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 september 2024. De rechtbank is niet gebonden aan de vaststelling van de Dienst Toeslagen in dat besluit. Niet kan worden uitgesloten dat de Dienst Toeslagen fouten heeft gemaakt in de besluitvorming over de lichte toets en dat de conclusie moet worden getrokken dat eiseres in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Het resultaat dat eiseres nastreeft, kan dus daadwerkelijk worden bereikt en dat resultaat heeft voor haar feitelijk betekenis. Heeft de Dienst Toeslagen de hoorplicht geschonden? 6. De beroepsgrond van eiseres dat zij in de bezwaarfase ten onrechte niet is gehoord, slaagt niet. Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk ongegrond is. Daarvan is sprake als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat die situatie zich voordeed. Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit had de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres namelijk al afgewezen naar aanleiding van de integrale beoordeling op basis van uitgebreider onderzoek. Heeft de Dienst Toeslagen terecht vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor de toepassing van een herstelmaatregel? 7. De beroepsgrond van eiseres dat de Dienst Toeslagen ten onrechte heeft vastgesteld dat zij geen gedupeerde is (en dus niet in aanmerking komt voor de toepassing van een herstelmaatregel), slaagt niet. 7.1. Voor de beoordeling van deze beroepsgrond zijn de volgende regels van belang. De Dienst Toeslagen kent ambtshalve een forfaitair bedrag toe aan degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel. Een herstelmaatregel is de toekenning van compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. De Dienst Toeslagen kent compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat die uitvoering heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van het wettelijke systeem. De toekenning van het forfaitaire bedrag vindt plaats na een zogenoemde eerste zorgvuldige toets door de Dienst Toeslagen, waarbij niet alle op de zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden worden getoetst, omdat anders een snelle toekenning van het forfaitaire bedrag zou worden belemmerd. 7.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen op grond van de lichte toets terecht vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel. In het kader van de lichte toets is de vraag of op grond van het dossier op het eerste gezicht aannemelijk is dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld of dat sprake is van hardheid van het wettelijke systeem. Om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag, moesten eiseres en haar kind op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de basisregistratie personen.