Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-13
ECLI:NL:RBROT:2026:2071
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,988 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2071 text/xml public 2026-03-19T15:11:26 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-13 C/10/713690 / JE RK 26-124 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2071 text/html public 2026-03-19T15:10:42 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2071 Rechtbank Rotterdam , 13-02-2026 / C/10/713690 / JE RK 26-124 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/713690 / JE RK 26-124 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres; de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI LdH. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 22 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI WSS, [naam 2] . 1.3. De GI LdH is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI LdH wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij de moeder. 2.3. Bij beschikking van 20 november 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI LdH tot 20 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI WSS voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] heeft in zijn leven veel wisselingen meegemaakt en onzekerheid gehad. Het afgelopen jaar is er meer bekend geworden over zijn persoonlijkheid en IQ. [minderjarige] heeft een zeer lage intelligentie. Daardoor heeft [minderjarige] extra ondersteuning nodig. Er zijn zorgen dat het de moeder niet lukt om deze extra ondersteuning te bieden. Er is sprake van veel schoolverzuim en er zijn zorgen over zijn gamegedrag. De moeder doet erg haar best, maar het lukt haar simpelweg niet om de zorgen weg te nemen. De Raad is bezorgd dat de moeder onvoldoende de ernst van de situatie inziet. Hoewel [minderjarige] voorlopig onder toezicht is gesteld van de GI LdH, denkt de Raad dat de GI WSS beter kan aansluiten bij [minderjarige] . Een actieve jeugdbeschermer is nodig om regie te voeren. 4 De standpunten 4.1. De GI WSS ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. Het is belangrijk dat er de komende periode zicht komt op de thuissituatie, opvoedondersteuning voor de moeder wordt ingezet en dat er behandeling komt voor [minderjarige] . De GI WSS heeft de expertise in huis om aan te sluiten bij [minderjarige] . In maart is er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar. 4.2. De moeder brengt ter zitting het volgende naar voren. De moeder staat open voor hulp, maar wil wel dat er daadwerkelijk hulp komt. De afgelopen periode is er alleen onderzoek gedaan, maar geen hulp ingezet. De moeder geeft aan dat [minderjarige] misschien bijles nodig heeft of zou moeten sporten, maar verder gaat het goed met [minderjarige] thuis. [minderjarige] en de moeder zijn vaak verhuisd, waardoor [minderjarige] vaak van school is gewisseld. De moeder wil dat zij geholpen wordt bij het vinden van een huis, want dan komt het goed met haar en [minderjarige] . De GI LdH heeft tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling niets gedaan en ook de GI WSS gaat de moeder en [minderjarige] geen huis geven. De moeder heeft niet het gevoel dat de hulpverlening haar en [minderjarige] wil helpen, ze willen alleen geld aan hun verdienen. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig wordt bedreigd. Er bestaan grote zorgen over de sociale en cognitieve ontwikkeling van [minderjarige] . Er is sprake van veel schoolverzuim en het lukt de moeder niet om [minderjarige] structureel naar school te laten gaan. [minderjarige] laat zelfbepalend gedrag zien en gamet veel. Hij laat daarbij symptomen van verslaving zien en slaapt slecht. Ook is gebleken dat de moeder geregeld cannabis gebruikt terwijl [minderjarige] in de woning aanwezig is. Uit het psychodiagnostisch onderzoek komt naar voren dat [minderjarige] een zeer laag IQ heeft. Hierdoor heeft [minderjarige] extra ondersteuning en begeleiding nodig in het dagelijks leven. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat er mogelijk sprake is van traumagerelateerde problematiek. [minderjarige] heeft soms te maken met gevoelens van angst en verdrietige gevoelens. Het lukt de moeder momenteel onvoldoende om op een passende manier bij [minderjarige] aan te sluiten. De kinderrechter ziet een moeder die ontzettend haar best doet, maar die het op dit moment niet lukt om de patronen te doorbreken. Zij erkent een deel van de problemen, maar kan [minderjarige] hierin niet begeleiden en begrenzen. De moeder is daarmee deels bereid, maar onvoldoende in staat om met vrijwillige hulpverlening de bedreiging weg te nemen. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nodig is. Het is belangrijk dat er een jeugdbeschermer komt om samen met de moeder te kijken naar welke problemen er zijn en wat ervoor nodig is om de situatie te veranderen. Het is belangrijk dat [minderjarige] weer naar school gaat en dat zijn gewoontes veranderen. Daarnaast is ondersteuning voor de moeder nodig, zodat zij goed aan kan sluiten bij [minderjarige] . 5.3. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden. De kinderrechter benadrukt dat zij een moeder ziet die ontzettend veel van haar kind houdt. De ondertoezichtstelling is er niet omdat het slecht zou gaan thuis tussen [minderjarige] en de moeder. De ondertoezichtstelling is er omdat [minderjarige] niet tot de ontwikkeling komt die hij als 11-jarige zou moeten hebben. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de moeder samen met de GI WSS aan de slag gaat om in het belang van [minderjarige] de stappen te zetten die nodig zijn om dit te veranderen. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 13 februari 2026 tot 13 februari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 20 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig.