Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-27
ECLI:NL:RBROT:2026:10005
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/5848 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen [eiser], eiser, (gemachtigde: mr. M. Adansar), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland (gemachtigden: mr. M. van Moorsel en [naam]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college waarin het verzoek van eiser om nadeelcompensatie niet-ontvankelijk is verklaard. Eiser heeft het verzoek om nadeelcompensatie bij het college ingediend, omdat hij schade zou hebben geleden in de vorm van waardevermindering van het pand aan de [straatnaam] in [locatie 1] en [locatie 2], die is veroorzaakt door het 'Ambitiedocument herontwikkeling [straatnaam]'. Het college heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2. Met het primaire besluit van 22 december 2021 heeft het college het verzoek van eiser om nadeelcompensatie afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 juni 2025 heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. Het college heeft op het beroepschrift gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college. Totstandkoming van het bestreden besluit 3.1. Eiser heeft in 2008 het pand aan de [straatnaam] in [locatie 1] en [locatie 2] via een erfenis verkregen. Op 23 augustus 2011 is het pand aangewezen als gemeentelijk monumentaal pand. In juni 2012 is het 'Ambitiedocument herontwikkeling [straatnaam]' (hierna: het Ambitiedocument) vastgesteld. 3.2. Op 19 juli 2016 heeft eiser het college aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. In deze brief stelt eiser dat hij schade heeft geleden ten gevolge van het besluit van 23 augustus 2011. Op 20 juni 2019 heeft eiser het college verzocht om schadevergoeding / nadeelcompensatie, omdat hij schade zou hebben geleden in de vorm van waardevermindering van het pand aan de [straatnaam] in [locatie 1] en [locatie 2], die is veroorzaakt door het besluit tot aanwijzing tot gemeentelijk monument van 23 augustus 2011 en het Ambitiedocument van juni 2012. 3.3. Op 16 november 2021 heeft de Stichting advies onroerende zaken (hierna: SAOZ) een advies uitgebracht over het verzoek om schadevergoeding van eiser. De SAOZ adviseerde om het verzoek om nadeelcompensatie af te wijzen. 3.4. Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college het verzoek om nadeelcompensatie afgewezen. 3.5. Eiser heeft bezwaar ingediend tegen het besluit. Hij is in bezwaar gehoord. Op 11 juni 2025 heeft de algemene bezwaarschriftencommissie een advies uitgebracht. Tijdens de hoorzitting heeft eiser desgevraagd verklaard dat het Ambitiedocument het schadeveroorzakende besluit is. De commissie heeft geadviseerd om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het Ambitiedocument geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat betekent dat de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie vanwege het ontbreken van processuele connexiteit ook niet als besluit kwalificeert. 3.4. Bij het bestreden besluit van 19 juni 2025 heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Beoo