Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-10
ECLI:NL:RBROT:2025:9822
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,498 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11738513 VV EXPL 25-335
datum uitspraak: 10 juli 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Duinweide Woningen 2 B.V,
vestigingsplaats: Alphen aan den Rijn,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.P.W. Korevaar,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Duinweide’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 14 juni 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 26 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting met [persoon A] en [persoon B] , vastgoedbeheerders bij Duinweide en mr. E.P.W. Korevaar besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Duinweide volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van acht maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen.
Oneerlijke bepalingen
2.3.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Rente over toekomstige huurpenningen wordt afgewezen
2.4.
Omdat [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst verplicht is maandelijks de huur aan Duinweide te betalen, zal hij ook worden veroordeeld om vanaf juli 2025 tot en met de dag van ontruiming van de woonruimte en de parkeerplaats de huurprijs van € 1.246,00 resp. € 125,00 per maand aan Duinweide te betalen. De gevorderde rente over de toekomstige huurpenningen vanaf 1 juli 2025 wordt afgewezen, omdat ten tijde van de mondelinge behandeling nog geen sprake is van opeisbaarheid en verzuim.
Dwangsom wordt afgewezen
2.5.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Duinweide kan met deze uitspraak namelijk zelf een gedwongen ontruiming laten uitvoeren. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die het nodig maken dat er daarnaast een extra prikkel voor [gedaagde] moet zijn om het gehuurde te ontruimen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Duinweide moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.341,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Duinweide dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] en de parkeerplaats in [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Duinweide te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Duinweide te betalen € 10.392,00 aan huurachterstand voor de woning en de parkeerplaats tot en met de maand juni 2025 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf verzuimdatum heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] aan Duinweide te betalen € 878,92 aan buitengerechtelijke kosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] aan Duinweide te betalen € 1.246,00 aan huur voor de woning met ingang van de maand juli 2025 tot en met de dag van de ontruiming;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] aan Duinweide te betalen € 125,00 voor de parkeerplaats met ingang van de maand juli 2025 tot en met de dag van de ontruiming;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Duinweide worden begroot op € 1.341,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
48436