Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-03
ECLI:NL:RBROT:2025:9692
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,860 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 3 juli 2025
op het verzoek van:
[schuldenaar]
,
wonende te [adres],
[postcode] [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[schuldenaar] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [schuldenaar] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet wel aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
[schuldenaar] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 2 juli 2025. Op de zitting is verschenen:
- [schuldenaar].
1.3.
Schuldhulpverlening heeft namens [schuldenaar] op 26 juni 2025 en op
1 juli 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.
1.4.
[schuldenaar] heeft ter zitting aanvullende stukken overgelegd.
1.5.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
De toelating
2.1.
[schuldenaar] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [schuldenaar] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
[schuldenaar] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
De verplichtingen
2.3.
De verplichtingen waaraan [schuldenaar] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
Als [schuldenaar] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [schuldenaar] kunnen verhalen.
Postblokkade
2.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [schuldenaar].
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [schuldenaar] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.7.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank stelt allereerst vast dat [schuldenaar] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Verder volgt uit het dossier dat de schuldhulpverlening op 24 juni 2024 is gestart. [schuldenaar] heeft sindsdien aan de inspanningsverplichting voldaan. [schuldenaar] ontvangt namelijk een ZW-uitkering. Zij heeft geen sollicitatieplicht. [schuldenaar] heeft op 24 september 2024 een aanbod gedaan aan haar schuldeisers. Uit de aanbiedingsbrief van 24 september 2024 volgt dat sprake is van een aflossingscapaciteit van € 64,00 per maand. [schuldenaar] heeft tijdens het minnelijk traject echter niet (maandelijks) gespaard. Uit de vtlb-berekening van 19 maart 2025 volgt dat [schuldenaar] op basis van haar inkomen vanaf dat moment geen afloscapaciteit heeft. [schuldenaar] heeft dus vanaf 19 maart 2025 voldaan aan de verplichtingen uit het minnelijk traject.
2.10.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank de ingangsdatum vast op 19 maart 2025. Dat is vier maanden eerder dan de datum van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[schuldenaar]
,
geboren op [geboortedatum]-1987 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [woonplaats];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 19 maart 2025 en de einddatum op 19 september 2026;
draagt de bewindvoerder op de post van [schuldenaar] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/15e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.