Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-27
ECLI:NL:RBROT:2025:9604
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,469 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 27 januari 2025
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 30 augustus 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:
Joyfields International B.V., in behandeling bij GGN Mastering Credit, hierna te noemen: Joyfields;
Het Kleurpaleis, in behandeling bij De Best & Partners, hierna te noemen: Kleurpaleis,
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Joyfields heeft voorafgaand aan de zitting op 12 november 2024 een verweerschrift ingediend. Joyfields heeft in het verweerschrift aangegeven dat zij niet ter zitting zal verschijnen.
Kleurpaleis heeft voorafgaand aan de zitting op 8 januari 2025 een verweerschrift ingediend. Kleurpaleis heeft in het verweerschrift aangegeven dat zij niet ter zitting zal verschijnen.
Ter zitting van 13 januari 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
[persoon A] en [persoon B] , beiden werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift veertien concurrente schuldeisers met vijftien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 37.039,90 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 27 juni 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,11% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldenlast bedroeg op dat moment
€ 35.977,79. De huidige schuldenlast is ten opzichte van het aanbod toegenomen, zodat de uitkering aan de schuldeisers lager zal zijn.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoekster heeft op basis van haar dienstbetrekking. Verzoekster werkt parttime, namelijk 16 tot 20 uur per week en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. Daarnaast volgt verzoekster een universitaire studie. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij wegens privéomstandigheden een periode niet in staat is geweest om te studeren. Verzoekster geeft aan zij de studie inmiddels weer heeft opgepakt en hoopt op korte termijn haar diploma te halen. Zij heeft verklaard 2025 nog nodig te hebben om haar studie af te ronden. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat het van belang is dat verzoekster haar studie zal gaan afronden, omdat zij daarmee een aanzienlijk hoger inkomen kan genereren, dan het inkomen dat zij thans verdient. Schuldhulpverlening heeft daarnaast verklaard dat er vanaf september 2024 maandelijks een bedrag van € 46,-- is gereserveerd. Eerder was het niet mogelijk om te reserveren door beslag op het inkomen van de partner van verzoekster. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat de schuldenlast hoger is geworden doordat de belastingdienst kinderopvangtoeslag heeft teruggevorderd. Toen verzoekster is gaan samenwonen met haar partner heeft zij geen wijziging van het inkomen doorgegeven aan de belastingdienst. Verzoekster heeft daarnaast verklaard dat haar moeder niet bij haar inwoont. De moeder heeft verzoekster bijgestaan kort na de bevalling van haar jongste kind. De moeder van verzoekster heeft een eigen zelfstandige woonruimte.
De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Joyfields en Kleurpaleis stemmen hier niet mee in. Joyfields heeft een vordering van € 4.355,50 op verzoekster. Kleurpaleis heeft een vordering van € 5.959,39 op verzoekster.
3Het verweer
Joyfields
Joyfields stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Verzoekster is de lening aangegaan – en de vordering is ontstaan – op Curaçao. Joyfields stelt dat het verzoek buiten de reikwijdte van de Nederlandse insolventiewetgeving valt en het recht van Curaçao van toepassing is. Voorts stelt Joyfields dat de vordering niet te goeder trouw is ontstaan.
Kleurpaleis
In haar verweerschrift heeft Kleurpaleis gesteld dat geen sprake is van een problematische schuldensituatie. Verzoekster is een jonge vrouw van 27 jaar en haar toekomst-verwachtingen zijn dusdanig groter bij een WSNP dan onderhavig dwangakkoord. Bij een fulltime baan zullen de opbrengsten hoger zijn dan het huidige aanbod. De hoogte van de schuld is volgens Kleurpaleis in een redelijke en billijke periode van vijf jaar te overzien bij een voltijdse baan en een aflossing van € 599,63 per maand. Over een periode van meer dan drie jaar kan er meer worden afgelost dan het aangeboden voorstel. Kleurpaleis stelt dat verzoekster niet het maximaal haalbare heeft aangeboden. Daarnaast stelt Kleurpaleis dat verzoekster niet voldoet aan haar inspanningsverplichting. Ook stellen zij dat de moeder van verzoekster inwonend is en geen kostgeld betaald. Kleurpaleis stelt dat er onvoldoende is gewaarborgd dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen. Kleurpaleis stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben de weigerende schuldeisers geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Joyfields en Kleurpaleis bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Joyfields en Kleurpaleis in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Joyfields een aandeel vormt van 11,8% in de totale schuldenlast. De vordering van Kleurpaleis vormt een aandeel van 16,1% in de totale schuldenlast. Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Joyfields en Kleurpaleis in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet kan worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Het aanbod waar de andere schuldeisers mee akkoord zijn gegaan wijkt voor wat betreft de hoogte van de schuldenlast en/of het aangeboden percentage af van hetgeen in het verzoekschrift staat. In de aanbiedingsbrief is weliswaar vermeld dat het voorstel een prognose is en dat afhankelijk van de reserveringsmogelijkheden van verzoekster het uiteindelijke resultaat hoger of lager kan uitvallen, maar de rechtbank is van oordeel dat de schuldeisers er geen rekening mee hoefden te houden dat het uiteindelijke resultaat lager zou worden doordat de schuldenlast gedurende het minnelijk traject zou toenemen.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Verzoekster volgt een universitaire studie waardoor zij niet volledig kan deelnemen aan het arbeidsproces. Verzoekster is volledig arbeidsgeschikt. Verzoekster werkt parttime en voldoet daarmee niet aan de eis om minimaal 36 uur per week te werken en komt daarmee de inspanningsverplichting niet voldoende na.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Joyfields en Kleurpaleis als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Joyfields en Kleurpaleis te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen. Het verweer van Joyfields kan gelet hierop verder onbesproken blijven.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.