Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-27
ECLI:NL:RBROT:2025:9602
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,594 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
uitspraakdatum: 27 januari 2025
in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 28 augustus 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- Elbuco B.V., in behandeling bij Faircasso, hierna te noemen: Elbuco,
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 13 januari 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
mevrouw [persoon A] , partner van verzoeker;
mevrouw [persoon B] en mevrouw [persoon C] , beiden werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
de heer A.R. Laros, werkzaam bij Laros Beheer, (hierna: beschermingsbewindvoerder),
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Schuldhulpverlening heeft na de zitting, op 20 januari 2025, op verzoek van de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift negentien schuldeisers, waarvan drie preferente schuldeisers en zeventien concurrente schuldeisers met negentien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 48.178,46 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 30 april 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 6,76% aan de preferente schuldeisers en 3,38% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking en aanvullende Participatiewet-uitkering. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij een opleiding tot meubelmaker heeft gevolgd. Hij heeft onlangs een betaalde dienstbetrekking gevonden op basis van een nul-urencontract. Verzoeker heeft verklaard dat hij niet fulltime kan werken. Hij heeft drie minderjarige kinderen. Het oudste kind heeft intensieve zorg nodig. Hij heeft dermate ernstige klachten, waardoor het oudste kind afhankelijk is van de zorg van verzoeker. Zijn partner is lichamelijk niet in staat voor het oudste kind te zorgen, omdat dit te zwaar voor haar is. De oudste zoon heeft begeleiding ontvangen van Yulius en ook de andere twee kinderen volgen behandelingen. De partner van verzoeker heeft psychische klachten waarvoor zij onder behandeling is. Een groot gedeelte van de gezinsondersteuning komt op schuldenaar terecht. Schuldhulpverlening verwacht niet dat, wanneer verzoeker meer zou gaan werken, de afloscapaciteit toeneemt. Verzoeker zal met het werk dat hij verricht, geen inkomen verwerven dat substantieel hoger is dan het huidige inkomen. Schuldhulpverlening heeft verder verklaard sollicitaties van verzoeker te hebben ontvangen.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Achttien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Elbuco stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 2.931,56 op verzoeker, welke 6,1% van de totale schuldenlast beloopt.
3Het verweer
In haar contacten met schuldhulpverlening heeft Elbuco te kennen gegeven dat zij niet akkoord gaat met de aangeboden regeling omdat verzoeker destijds een huurovereenkomst heeft afgesloten en de gehuurde apparatuur tijdens de huurperiode eigendom blijft van Elbuco. Elbuco stelt te hebben geprobeerd verzoeker te bewegen tot een betalingsregeling, eventueel in combinatie met het inleveren van de gehuurde apparatuur om zo de hoofdsom te verlagen, maar dit heeft verzoeker willens en wetens geweigerd. Het eigendomsrecht van Elbuco is hierdoor geschaad.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Elbuco geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Elbuco bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Elbuco in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Elbuco een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 6,1%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk achttien van de negentien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Kredietbank Rotterdam. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker beschikt over een baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Uit het verhandelde ter zitting en de aanvullende stukken die zijn ontvangen, blijkt dat verzoeker niet in staat is om fulltime te werken. Verzoeker heeft drie minderjarige kinderen. Het oudste kind heeft intensieve zorg nodig. De partner van verzoeker is niet in staat om deze intensieve zorg te verlenen. Deze zorg komt op verzoeker neer. Voldoende aannemelijk is geworden dat hij in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige inkomen.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht, met naar verwachting een eerdere ingangsdatum. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Elbuco, die geweigerd heeft in te stemmen. De vordering van Elbuco is ontstaan in of voor het jaar 2018 en dus vóór de toetsingsperiode van de goede trouw en overigens heeft verzoeker ter zitting verklaard dat het van Elbuco gehuurde apparaat niet meer functioneerde en is afgevoerd als afval.
Het verzoek om Elbuco te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Elbuco zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- beveelt Elbuco om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Elbuco in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.