Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-10
ECLI:NL:RBROT:2025:9543
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
865 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 10 april 2025
[verzoeker]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats],
verzoeker,
curator: mr. P.A. Loeff.
Procesverloop
Door verzoeker is een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn op 9 januari 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter zitting van 27 maart 2025 zijn verschenen en gehoord:
- verzoeker;
- mr. P.A. Loeff, curator.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
Alvorens tot inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift over te gaan, dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarden die de wet in dit artikel stelt zijn dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of dat het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar.
In dit geval is niet aan de genoemde voorwaarden voldaan. Immers, het faillissement is niet op eigen aangifte van verzoeker uitgesproken en verzoeker heeft juist wel een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid Fw ingediend.
Verzoeker heeft namelijk, nadat zijn faillissement was aangevraagd door een schuldeiser, op grond van artikel 3 Fw, een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is door de rechtbank bij vonnis van 11 oktober 2023 afgewezen. Door verzoeker is hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld. Bij arrest van Gerechtshof Den Haag van 28 november 2023 is het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Er is door verzoeker geen cassatie ingesteld. Verzoeker is vervolgens bij vonnis van deze rechtbank van 9 januari 2024 in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curator als zodanig.
Met inachtneming van het voorgaande komt aan verzoeker geen beroep op artikel 15b, eerste lid, Fw toe, zodat verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek.
De rechtbank merkt op dat het verzoeker vrij staat om, na afwikkeling van zijn faillissement, een nieuw verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.