Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-01
ECLI:NL:RBROT:2025:9541
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,448 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 1 mei 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 18 december 2023 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. N.N. van Klaveren.
Procesverloop
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 23 januari 2025 met dit verzoek ingestemd.
Bij bericht van 24 maart 2025 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.
Ter zitting van 27 maart 2025 zijn verschenen en gehoord:
schuldenaar;
mr. P.A. Loeff, waarnemend bewindvoerder;
G.H. Mies, beschermingsbewindvoerder.
Bij bericht van 23 april 2025 heeft de bewindvoerder haar standpunt aan de rechtbank meegedeeld met betrekking tot de door de beschermingsbewindvoerder voorgestelde verlenging.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De standpunten
Standpunt bewindvoerder
De bewindvoerder heeft aan haar voordracht tot tussentijdse beëindiging ten grondslag gelegd dat schuldenaar niet heeft voldaan aan de informatieverplichting, inspannings-verplichting en afdrachtverplichting. Daarnaast heeft hij nieuwe schulden laten ontstaan.
Schuldenaar heeft een tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting laten ontstaan. Er ontbreekt een groot aantal stukken in het dossier van de bewindvoerder. Ten aanzien van de tekortkoming in de informatieplicht heeft de bewindvoerder bij bericht van 23 april 2025 aan de rechtbank meegedeeld dat de tekortkoming in de informatieplicht grotendeels is hersteld. Alleen de loonstroken over week zes tot en met negen van 2025 en van de eindafrekening ontbreken nog.
Tevens is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting. Schuldenaar heeft tot en met oktober 2024 fulltime gewerkt, waarmee hij aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. Vanaf 1 november 2024 was schuldenaar werkloos en ontving hij een WW-uitkering. Vanaf 1 november 2024 rustte op schuldenaar de sollicitatieplicht. De bewindvoerder heeft vanaf november 2024 geen sollicitatiebewijzen van schuldenaar ontvangen. Bij bericht van 23 april 2025 heeft de bewindvoerder de rechtbank laten weten dat inmiddels alleen over de maand januari 2025 sollicitatiebewijzen zijn ontvangen. De tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting bedraagt drie maanden. Schuldenaar heeft met ingang van 3 maart 2025 een nieuwe betaalde fulltime dienstbetrekking gevonden. De bewindvoerder stelt voor om de tekortkoming in de inspanningsverplichting, gelet op de nieuwe fulltime dienstbetrekking, te laten rusten.
Daarnaast heeft schuldenaar een achterstand laten ontstaan in de afdrachtplicht. Schuldenaar heeft in juni 2024 een voorstel gedaan aan de bewindvoerder om de boedelachterstand in te lopen. De betalingsregeling is vanaf juli 2024 niet nagekomen noch heeft schuldenaar voldaan aan de reguliere afdrachtplicht. De bewindvoerder stelt dat er enkel in september 2024 een bedrag van € 200,-- is ontvangen. De boedelachterstand tot en met december 2024 bedroeg, ten tijde van de voordracht tot tussentijdse beëindiging, € 6.814,50. Bij het ingediende eindverslag in maart 2025 was de boedelachterstand opgelopen tot een bedrag van € 10.731,59. Deze boedelachterstand is mede ontstaan doordat de inwonende moeder van schuldenaar geen tegemoetkoming in de woonlasten aan schuldenaar betaalt.
In haar bericht van 23 april 2025 heeft de bewindvoerder aan de rechtbank meegedeeld dat de moeder van schuldenaar vanaf januari 2025 niet meer op het adres van schuldenaar verblijft. De beschermingsbewindvoerder tracht de inschrijving van de moeder met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 te wijzigen. Indien deze wijziging lukt, zou dit kunnen resulteren in een daling van de afdracht en zal de boedelachterstand afnemen.
Tot slot heeft schuldenaar nieuwe schulden laten ontstaan bij DSW ter hoogte van € 81,--, bij GGN ter hoogte van € 1.428,79 en bij Vattenfall ter hoogte van € 476,--. De bewindvoerder heeft na de zitting aan de rechtbank meegedeeld dat is gebleken dat de schuld bij DSW ziet op de periode vóór toelating tot de WSNP en derhalve geen nieuwe schuld betreft. Na telefonische verificatie op 22 april jl. is gebleken dat de schuld bij GGN
€ 1.130,-- bedraagt. Hiervoor is een betalingsregeling van € 20,-- per maand afgesproken, waarvan de eerste termijn op 1 april jl. is voldaan. Voor de nieuwe schuld bij Vattenfall is ook een betalingsregeling afgesproken ter hoogte van € 152,-- per maand, waarvan ondertussen al twee termijnen zijn voldaan.
De bewindvoerder heeft in haar bericht van 23 april 2025 laten weten dat zij het verzoek van de beschermingsbewindvoerder om de regeling met 24 maanden te verlengen, steunt.
Standpunt beschermingsbewindvoerder
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de boedelachterstand is ontstaan doordat schuldenaar nog een bedrag dient te ontvangen van zijn voormalig werkgever. De voormalig werkgever van schuldenaar heeft het loon van schuldenaar naar een oude bankrekening van schuldenaar overgemaakt, ondanks dat de werkgever op de hoogte was van de gewijzigde bankrekening. Schuldenaar heeft de bedragen nooit ontvangen. Er is inmiddels een procedure aanhangig gemaakt om alsnog de door de werkgever verschuldigde bedragen te ontvangen. Daarnaast stelt de beschermings-bewindvoerder dat er inhoudingen hebben plaatsgevonden conform de loonspecificatie die niet correct zijn. Zodra schuldenaar de gelden van de voormalig werkgever heeft ontvangen, zullen deze op de boedelrekening worden doorgestort. Ten aanzien van het kostgeld van de moeder heeft de beschermingsbewindvoerder ter zitting verklaard dat schuldenaar doende is om dit met zijn moeder op te lossen. In zijn bericht van 16 april 2025 aan de bewindvoerder heeft de beschermingsbewindvoerder laten weten dat de moeder van schuldenaar niet meer bij hem verblijft. De beschermingsbewindvoerder is doende om de moeder, met behoud van haar voorzieningen, uit te schrijven van het adres van schuldenaar met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. Mocht uitschrijving niet mogelijk zijn, omdat de moeder dan haar rechten op de voorzieningen verliest, dan neemt schuldenaar de volledige verantwoordelijkheid dat het kostgeld onderdeel blijft van de boedelafdracht.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij een nieuwe fulltime baan heeft gevonden. Het betreft een contract voor minimaal zeven maanden. Hij verklaart dat hij, nadat hij zijn baan heeft verloren in november 2024, wel degelijk heeft gesolliciteerd. Daarnaast is schuldenaar ziek geweest. Verzoeker wenst zijn schuldsanering tot een goed einde te brengen en wenst verlenging van zijn schuldsaneringsregeling.
Beoordeling
Tekortkomingen
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om aan het einde van de regeling een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 128.729,03 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
De rechtbank stelt vast dat de tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht inmiddels grotendeels is hersteld. Er ontbreken alleen nog enige loonstroken. De rechtbank zal, nu schuldenaar met ingang van 3 maart 2025 een betaalde fulltime dienstbetrekking heeft gevonden, geen consequenties verbinden aan de tekortkoming in de inspannings-verplichting in de periode november 2024 tot en met februari 2025, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat hij in januari 2025 wel heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting.
De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende afdrachtverplichting. De boedelachterstand bedroeg tot en met februari 2025 € 10.731,59 Daarnaast heeft verzoeker nieuwe schulden laten ontstaan. De schuld bij GGN bedraagt thans nog € 1.130,--. Daarnaast is er sprake van een schuld aan Vattenfall van € 476,--. Deze omstandigheden geven in beginsel voldoende aanleiding voor een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Ten aanzien van de afdrachtverplichting heeft de beschermingsbewindvoerder toegelicht dat er omstandigheden meespelen die invloed hebben op de boedelachterstand. Schuldenaar heeft nog een bedrag van ongeveer € 3.500,-- tegoed van zijn voormalig werkgever. Om dit geld te verkrijgen is er inmiddels een procedure aanhangig gemaakt. Zodra het bedrag van
€ 3.500,-- is ontvangen, zal dit naar de boedelrekening worden overgemaakt. Voor het restant van de boedelachterstand heeft de beschermingsbewindvoerder een betaalplan opgesteld. Uit dit plan komt naar voren dat het mogelijk en haalbaar is om de boedelachterstand binnen een termijn van 24 maanden in te lopen.
Voor wat betreft de nieuwe schulden is voor de schuld bij GGN een betalingsregeling van
€ 20,-- per maand getroffen. Voor de schuld van Vattenfall is een betalingsregeling van
€ 152,-- per maand getroffen.
Gelet op de door en namens schuldenaar aangevoerde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling thans een te zware sanctie is en geeft schuldenaar het voordeel van de twijfel om de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtplicht te herstellen en de nieuwe schulden gedurende de resterende looptijd van de schuldsaneringsregeling te voldoen.
Verlenging schuldsaneringsregeling
Om schuldenaar de gelegenheid te geven de boedelachterstand en nieuwe schulden voor het einde van de regeling in te lossen, zal de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verlengd met 24 maanden. Gedurende de verlenging zal schuldenaar slechts de minimale boedelbijdrage (het bewindvoerdersalaris) verschuldigd zijn. De resterende afloscapaciteit dient hij in te zetten voor het inlossen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden. Gedurende de verlenging zal de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting niet van toepassing zijn. De informatieverplichting zal gedurende de verlenging beperkt zijn tot het verstrekken van informatie omtrent het inlossen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken zal gedurende de verlenging onverkort van kracht zijn. Door schuldenaar is met deze verlenging ingestemd.
Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenaar tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.
Door de rechtbank wordt aan schuldenaar thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenaar stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
Dictum
De rechtbank:
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze drie jaar en zes maanden bedraagt en daarmee eindigt op 18 juni 2027;
- bepaalt dat gedurende de verlenging:
de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting niet van toepassing is
de afdrachtverplichting beperkt is tot betaling van het bewindvoerdersalaris en dat de afloscapaciteit voor het overige kan worden ingezet voor het aflossen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden;
de informatieverplichting beperkt is tot het informeren over het inlossen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden;
de verplichting om geen nieuwe schulden te maken onverkort van toepassing blijft.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 mei 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.