Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-27
ECLI:NL:RBROT:2025:9015
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,451 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10-226452-24
Datum uitspraak: 27 januari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. W. van der Voet, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 januari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officieren van justitie mrs. J. Boender en K. Broere hebben gevorderd:
vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde;
bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van honderdnegenentachtig dagen met aftrek van voorarrest, waarvan negentig dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling en het volgen van een training Cognitieve Vaardigheden.
4Vrijspraak
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Bij deze vrijspraak wordt als volgt overwogen. De medeverdachte heeft bekend dat hij het slachtoffer heeft gestoken met een schroevendraaier.
De medeverdachte heeft ook verklaard dat hij de schroevendraaier van verdachte heeft gekregen. De rechtbank is daar niet van overtuigd. Verdachte heeft ontkend dat hij de schroevendraaier aan de medeverdachte heeft gegeven. Verdachte zat voor in de auto. De schroevendraaier komt qua type overeen met schroevendraaiers die in een pakket zaten dat op de achterbank lag, waar de medeverdachte heeft gezeten. De medeverdachte heeft overigens op een ander tijdstip ook nog verklaard dat het slachtoffer de schroevendraaier bij zich had en dat hij die in een worsteling afhandig heeft gemaakt. Verder kan ook niet worden gezegd dat verdachte er op enig moment op bedacht had moeten zijn dat het geweld dat werd gebruikt – en waarin hij zich niet afzijdig heeft gehouden – tot gevolg zou hebben dat iemand daardoor zou overlijden.
5Bewezenverklaring zonder nadere motivering
De onder 2 ten laste gelegde openlijke geweldpleging is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 8 juli 2024 te Rotterdam
openlijk, te weten op of aan de [plaats delict] te Rotterdam, in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] ,
door:
- ( meermaals) tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen en/of
- ( meermaals) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te
Stompen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.
6Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
2.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
7Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer. Op een parkeerplaats op de openbare weg hebben zij het slachtoffer getrapt en geslagen of gestompt. Het geweld was excessief. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van onveiligheid zowel bij de directe slachtoffers als bij omstanders die van het geweld getuige zijn geweest. Dat het slachtoffer uiteindelijk is overleden door de geweldshandelingen van de medeverdachte is een trieste omstandigheid, die niet aan de verdachte wordt toegerekend.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
8 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd
21 augustus 2024 en 10 januari 2025. Deze rapporten houden het volgende in.
Eventuele risico verhogende factoren zouden gelegen kunnen zijn in de leefgebieden sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren waarbij bij het laatste gedacht moet worden aan het maken van verkeerde keuzes en het onvoldoende nadenken over zijn handelen en de gevolgen ervan. Anderzijds zijn er ook beschermende factoren. De verdachte is na zijn detentie weer bij zijn ouders gaan wonen en hij is weer aan het werk gegaan. Er is sprake van schulden maar daarvoor staat betrokkene onder bewind.
Geadviseerd wordt een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling en het volgen van een training Cognitieve Vaardigheden als bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijk strafdeel te verbinden. De verdachte heeft ter zitting verklaard bereid te zijn eventueel op te leggen bijzondere voorwaarden na te leven.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Nu de rechtbank, in navolging van het advies van de reclassering, begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de geëiste straf passend en geboden.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 189 (honderdnegenentachtig) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot negentig (90) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde meldt zich op afspraken met Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de veroordeelde laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een training Cognitieve Vaardigheden, onder toezicht van de reclassering;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter,
en mrs. A.P. Hameete en N.M. Ketelaar, rechters,
in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Rotterdam
[slachtoffer] opzettelijk
van het leven heeft beroofd,
doordat hij, verdachte en/of zijn mededader, die [slachtoffer] met een
schroevendraaier,
althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het hoofd heeft/hebben
gestoken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een fractuur van het slaapbeen en een perforatie
van de hersenen, heeft toegebracht,
doordat hij, verdachte en/of zijn mededader, die [slachtoffer] met een schroevendraaier,
althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het hoofd heeft/hebben gestoken
terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Rotterdam
openlijk, te weten op of aan de [plaats delict] te Rotterdam, in elk geval op of aan de
openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] ,
door:
- met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het hoofd
van die [slachtoffer] te steken en/of
- ( meermaals) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te trappen en/of
- ( meermaals) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of
stompen
terwijl dit door hem en/of zijn mededader gepleegde geweld de dood ten gevolge
heeft gehad.