Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-04
ECLI:NL:RBROT:2025:8959
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,306 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10-290681-24
Datum uitspraak: 4 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsman mr. F. Ben-Saddek, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Linnenbank heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
toepassing van het jeugdstrafrecht;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van tweehonderdveertig dagen met aftrek van voorarrest, waarvan honderdvijfenzestig dagen voorwaardelijk, en als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, begeleiding van E25, een ambulante behandeling en diagnostiek, dagbesteding en een contactverbod met de medeverdachte.
4Waardering van het bewijs
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.
Op 9 september 2024 heeft de verdachte in de winkel van een tankstation in Rotterdam vijf literflessen met Coca-Cola gekocht. Hierna heeft hij de flessen leeggegooid en gevuld met benzine. Vervolgens is de verdachte lopend weggegaan bij het tankstation en heeft hij de flessen meegenomen in een blauwe plastic tas van Albert Heijn. Toen hij politie zag is de verdachte gaan rennen en heeft hij de tas met flessen op straat achtergelaten. Kort hierna is de verdachte aangehouden en zijn de flessen met benzine door de politie aangetroffen en in beslag genomen.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het aan de verdachte ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat uit de inhoud van het dossier hoogstens afgeleid kan worden dat het de bedoeling is geweest om cobra’s te plaatsen. Het gebruik van benzine is niet ter sprake gekomen. Het bewijs ontbreekt dat de bij de verdachte aangetroffen voorwerpen en stoffen gericht waren op het veroorzaken van een ontploffing.
De verdachte heeft verklaard dat hij de flessen benzine bij zich had omdat hij op weg was naar een onbekend gebleven persoon die in de buurt met een lege benzinetank stond.
Beoordeling
Het staat vast dat de verdachte op 9 september 2024 in Rotterdam vijf literflessen gevuld met benzine, een plastic tas en een mobiele telefoon heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Uit het onderzoek op de terechtzitting en de inhoud van wettige bewijsmiddelen is gebleken dat de verdachte bij het benzinestation contact heeft gehad met de bestuurder van een Toyota Aygo, die een blauwe plastic tas aan de verdachte gaf. Hierna reed de auto weer weg. De verdachte heeft vervolgens in deze plastic tas de flessen benzine vervoerd.
De politie heeft onderzoek gedaan in de telefoon van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij zijn telefoon aan niemand uitleent en dat niemand anders de pincode van zijn telefoon heeft. Gezien werd dat de verdachte de naam " [gebruikersnaam 1] " als gebruikersnaam op Snapchat gebruikt. In berichten op Snapchat werd gezien dat de verdachte heeft geprobeerd anderen te ronselen om "chaos te schoppen" bij een ijssalon in West. Ook was er de dag dat de verdachte werd aangehouden een gesprek tussen de verdachte en ene " [gebruikersnaam 2] ", waarin de verdachte gevraagd wordt om een bom te gooien bij de ijssalon in West. Aan de verdachte werd tevens gevraagd om een cobra (“C6”) te zetten op een adres in Noord. In de chat stemt de verdachte ermee in om het werk uit te voeren. De verdachte zou er € 1.000,- voor krijgen. In de telefoon van de verdachte worden twee schermafbeeldingen aangetroffen van de in de chats genoemde locaties.
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte bezig is geweest met de voorbereiding van het teweegbrengen van een of meer ontploffingen. Dat heeft hij tezamen en in vereniging gedaan met een of meer anderen, in ieder geval de bestuurder en/of inzittende(n) van de Toyota Aygo en de persoon met wie hij heeft gecommuniceerd via Snapchat. Tussen de verdachte en genoemde personen was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
De rechtbank gaat voorbij aan het betoog van de verdediging. Het is algemeen bekend dat geregeld ontploffingen worden veroorzaakt door de combinatie van cobra’s en benzine. Dat bij de verdachte geen cobra is aangetroffen doet er niet aan af dat op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat de verdachte (onder andere) de flessen benzine voorhanden had ter voorbereiding van het veroorzaken van een of meer ontploffingen.
Door de verdachte is een alternatief scenario aangevoerd met betrekking tot het voorhanden hebben van de plastic tas met flessen gevuld met benzine, namelijk dat deze bestemd waren voor de lege benzinetank van een scooter van iemand anders. Dit scenario acht de rechtbank, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, in het bijzonder de inhoud van de chats van de verdachte, hoogst onaannemelijk. Dit alternatieve scenario wordt ook op geen enkele manier ondersteund door de inhoud van het dossier. De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte samen met een of meer anderen, ter voorbereiding van een of meer ontploffingen opzettelijk voorwerpen en stoffen heeft verworven en voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 9 september 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
te weten het opzettelijk, meermalen, althans eenmaal (telkens), een ontploffing
teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen te duchten is (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157 Wetboek van
Strafrecht oplevert)
opzettelijk,
voorwerpen en stoffen, te weten
- vijf literflessen gevuld met benzine en
- een plastic tas en
- een mobiele telefoon
bestemd tot het begaan van dat/die
misdrijf/misdrijven, heeft verworven en voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het voorbereiden van (een) ontploffing(en) door onder meer vijf literflessen gevuld met benzine voorhanden te hebben. Een of meer bedrijfspanden in Rotterdam waren het doelwit. Met behulp van de benzine had(den) (een) ontploffing(en) teweeg gebracht kunnen worden met veel schade en mogelijk letsel tot gevolg. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de eigenaren van de panden en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies en de voorbereidingen daartoe tot grote onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de nog jonge verdachte kennelijk bereid is om tegen betaling zulke ernstige strafbare feiten te plegen, dan wel voor te bereiden. Het wordt de verdachte zeer kwalijk genomen dat hij bij het plegen van het feit enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin, zonder daarbij na te denken over de gevolgen voor anderen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft ten behoeve van de zitting een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 februari 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het sociale netwerk van de verdachte en zijn psychosociaal functioneren worden gezien als risicofactoren. Hij handelt impulsief en heeft gebrekkige vaardigheden wat betreft het oplossen van problemen en het organiseren van zijn eigen gedrag. Indien de verdachte start met zijn opleiding en dagbesteding weet te behouden wordt dit gezien als beschermende factor. Dit geldt tevens voor de hechte band met zijn familie en hun verhoogde oplettendheid ten aanzien van de verdachte. De verdachte toont meer motivatie dan voorheen en maakt stappen op het gebied van werk en opleiding. Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen met een toezicht door de [jeugdbescherming] en oplegging van bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft zich op de zitting bereid verklaard de door de rechtbank te stellen voorwaarden te zullen naleven.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van achttien jaren maar nog niet die van drieëntwintig jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van achttien jaren had bereikt. Gelet op de genoemde rapportage en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van deze straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Nu de rechtbank, in navolging van het advies van de reclassering, begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd, zal de rechtbank geen contactverbod met de medeverdachte opleggen, nu de medeverdachte wordt vrijgesproken van dit feit. De door de rechtbank op te leggen straf komt erop neer dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 46, 47, 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 165 (honderdvijfenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich gedurende een door de gecertificeerde instelling [jeugdbescherming] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
2. de veroordeelde zal meewerken aan begeleiding dan wel coaching bij E25, tevens in het kader van dagbesteding. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die deze zorgverlener geeft voor de begeleiding;
3. de veroordeelde zal meewerken aan hulpverlening en diagnostiek in de vorm van ambulante behandeling bij een door de jeugdreclassering nader te bepalen instelling/behandelaar. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die deze zorgverlener geeft voor de behandeling;
4. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van werk, opleiding of E25, met een vaste structuur.;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
- de veroordeelde verleent medewerking aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de jeugdreclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. A. Hello en A.L. Pöll, rechters,
in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 9 september 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
te weten het opzettelijk, meermalen, althans eenmaal (telkens), een ontploffing
teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar
voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen te duchten is (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157 Wetboek van
Strafrecht oplevert)
opzettelijk,
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- vijf literflessen gevuld met benzine, althans een brandbare stof en/of
- een plastic tas en/of
- een mobiele telefoon en/of
- een scooter
(kennelijk) bestemd tot het in vereniging, althans alleen, begaan van dat/die
misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10-290681-24
Datum uitspraak: 4 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsman mr. F. Ben-Saddek, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Linnenbank heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
toepassing van het jeugdstrafrecht;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van tweehonderdveertig dagen met aftrek van voorarrest, waarvan honderdvijfenzestig dagen voorwaardelijk, en als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, begeleiding van E25, een ambulante behandeling en diagnostiek, dagbesteding en een contactverbod met de medeverdachte.
4Waardering van het bewijs
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.
Op 9 september 2024 heeft de verdachte in de winkel van een tankstation in Rotterdam vijf literflessen met Coca-Cola gekocht. Hierna heeft hij de flessen leeggegooid en gevuld met benzine. Vervolgens is de verdachte lopend weggegaan bij het tankstation en heeft hij de flessen meegenomen in een blauwe plastic tas van Albert Heijn. Toen hij politie zag is de verdachte gaan rennen en heeft hij de tas met flessen op straat achtergelaten. Kort hierna is de verdachte aangehouden en zijn de flessen met benzine door de politie aangetroffen en in beslag genomen.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het aan de verdachte ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat uit de inhoud van het dossier hoogstens afgeleid kan worden dat het de bedoeling is geweest om cobra’s te plaatsen. Het gebruik van benzine is niet ter sprake gekomen. Het bewijs ontbreekt dat de bij de verdachte aangetroffen voorwerpen en stoffen gericht waren op het veroorzaken van een ontploffing.
De verdachte heeft verklaard dat hij de flessen benzine bij zich had omdat hij op weg was naar een onbekend gebleven persoon die in de buurt met een lege benzinetank stond.
Beoordeling
Het staat vast dat de verdachte op 9 september 2024 in Rotterdam vijf literflessen gevuld met benzine, een plastic tas en een mobiele telefoon heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Uit het onderzoek op de terechtzitting en de inhoud van wettige bewijsmiddelen is gebleken dat de verdachte bij het benzinestation contact heeft gehad met de bestuurder van een Toyota Aygo, die een blauwe plastic tas aan de verdachte gaf. Hierna reed de auto weer weg. De verdachte heeft vervolgens in deze plastic tas de flessen benzine vervoerd.
De politie heeft onderzoek gedaan in de telefoon van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij zijn telefoon aan niemand uitleent en dat niemand anders de pincode van zijn telefoon heeft. Gezien werd dat de verdachte de naam " [gebruikersnaam 1] " als gebruikersnaam op Snapchat gebruikt. In berichten op Snapchat werd gezien dat de verdachte heeft geprobeerd anderen te ronselen om "chaos te schoppen" bij een ijssalon in West. Ook was er de dag dat de verdachte werd aangehouden een gesprek tussen de verdachte en ene " [gebruikersnaam 2] ", waarin de verdachte gevraagd wordt om een bom te gooien bij de ijssalon in West. Aan de verdachte werd tevens gevraagd om een cobra (“C6”) te zetten op een adres in Noord. In de chat stemt de verdachte ermee in om het werk uit te voeren. De verdachte zou er € 1.000,- voor krijgen. In de telefoon van de verdachte worden twee schermafbeeldingen aangetroffen van de in de chats genoemde locaties.
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte bezig is geweest met de voorbereiding van het teweegbrengen van een of meer ontploffingen. Dat heeft hij tezamen en in vereniging gedaan met een of meer anderen, in ieder geval de bestuurder en/of inzittende(n) van de Toyota Aygo en de persoon met wie hij heeft gecommuniceerd via Snapchat. Tussen de verdachte en genoemde personen was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
De rechtbank gaat voorbij aan het betoog van de verdediging. Het is algemeen bekend dat geregeld ontploffingen worden veroorzaakt door de combinatie van cobra’s en benzine. Dat bij de verdachte geen cobra is aangetroffen doet er niet aan af dat op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat de verdachte (onder andere) de flessen benzine voorhanden had ter voorbereiding van het veroorzaken van een of meer ontploffingen.
Door de verdachte is een alternatief scenario aangevoerd met betrekking tot het voorhanden hebben van de plastic tas met flessen gevuld met benzine, namelijk dat deze bestemd waren voor de lege benzinetank van een scooter van iemand anders. Dit scenario acht de rechtbank, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, in het bijzonder de inhoud van de chats van de verdachte, hoogst onaannemelijk. Dit alternatieve scenario wordt ook op geen enkele manier ondersteund door de inhoud van het dossier. De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte samen met een of meer anderen, ter voorbereiding van een of meer ontploffingen opzettelijk voorwerpen en stoffen heeft verworven en voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 9 september 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
te weten het opzettelijk, meermalen, althans eenmaal (telkens), een ontploffing
teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen te duchten is (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157 Wetboek van
Strafrecht oplevert)
opzettelijk,
voorwerpen en stoffen, te weten
- vijf literflessen gevuld met benzine en
- een plastic tas en
- een mobiele telefoon
bestemd tot het begaan van dat/die
misdrijf/misdrijven, heeft verworven en voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het voorbereiden van (een) ontploffing(en) door onder meer vijf literflessen gevuld met benzine voorhanden te hebben. Een of meer bedrijfspanden in Rotterdam waren het doelwit. Met behulp van de benzine had(den) (een) ontploffing(en) teweeg gebracht kunnen worden met veel schade en mogelijk letsel tot gevolg. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de eigenaren van de panden en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies en de voorbereidingen daartoe tot grote onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de nog jonge verdachte kennelijk bereid is om tegen betaling zulke ernstige strafbare feiten te plegen, dan wel voor te bereiden. Het wordt de verdachte zeer kwalijk genomen dat hij bij het plegen van het feit enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin, zonder daarbij na te denken over de gevolgen voor anderen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft ten behoeve van de zitting een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 februari 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het sociale netwerk van de verdachte en zijn psychosociaal functioneren worden gezien als risicofactoren. Hij handelt impulsief en heeft gebrekkige vaardigheden wat betreft het oplossen van problemen en het organiseren van zijn eigen gedrag. Indien de verdachte start met zijn opleiding en dagbesteding weet te behouden wordt dit gezien als beschermende factor. Dit geldt tevens voor de hechte band met zijn familie en hun verhoogde oplettendheid ten aanzien van de verdachte. De verdachte toont meer motivatie dan voorheen en maakt stappen op het gebied van werk en opleiding. Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen met een toezicht door de [jeugdbescherming] en oplegging van bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft zich op de zitting bereid verklaard de door de rechtbank te stellen voorwaarden te zullen naleven.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van achttien jaren maar nog niet die van drieëntwintig jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van achttien jaren had bereikt. Gelet op de genoemde rapportage en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van deze straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Nu de rechtbank, in navolging van het advies van de reclassering, begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd, zal de rechtbank geen contactverbod met de medeverdachte opleggen, nu de medeverdachte wordt vrijgesproken van dit feit. De door de rechtbank op te leggen straf komt erop neer dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 46, 47, 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 165 (honderdvijfenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich gedurende een door de gecertificeerde instelling [jeugdbescherming] Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
2. de veroordeelde zal meewerken aan begeleiding dan wel coaching bij E25, tevens in het kader van dagbesteding. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die deze zorgverlener geeft voor de begeleiding;
3. de veroordeelde zal meewerken aan hulpverlening en diagnostiek in de vorm van ambulante behandeling bij een door de jeugdreclassering nader te bepalen instelling/behandelaar. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die deze zorgverlener geeft voor de behandeling;
4. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van werk, opleiding of E25, met een vaste structuur.;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
- de veroordeelde verleent medewerking aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de jeugdreclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. A. Hello en A.L. Pöll, rechters,
in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 9 september 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
te weten het opzettelijk, meermalen, althans eenmaal (telkens), een ontploffing
teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar
voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen te duchten is (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157 Wetboek van
Strafrecht oplevert)
opzettelijk,
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- vijf literflessen gevuld met benzine, althans een brandbare stof en/of
- een plastic tas en/of
- een mobiele telefoon en/of
- een scooter
(kennelijk) bestemd tot het in vereniging, althans alleen, begaan van dat/die
misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.