Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-13
ECLI:NL:RBROT:2025:8736
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,862 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team jeugd
zaaknummer: C/10/691852 / JE RK 24-2789
datum uitspraak: 13 maart 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. H. Loonstein, kantoorhoudende te Amsterdam.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],
hierna te noemen de pleegouders, wonende in de [woonplaats 2] .
[naam opa]
hierna te noemen de opa moederszijde (mz), wonende te [woonplaats 3] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter van 8 januari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het briefrapport met bijlagen van de GI van 29 januari 2025.
1.2.
Op 13 maart 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon 1] ;
de pleegouders;
de opa mz.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [persoon 2] , werkzaam bij Enver.
1.4.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.5.
De kinderrechter stelt vast dat de advocaat van de moeder niet is opgeroepen.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot zijn uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 15 juli 2025.
2.4.
Tevens heeft de kinderrechter bij genoemde beschikking van 8 januari 2025 onderhavig verzoek afgewezen voor zover het betrof het inschakelen van een ondersteuningsteam bij [minderjarige] schoolgang. De behandeling is voor het overig verzochte aangehouden.
3Het aangehouden verzoek
3.1.
De GI heeft oorspronkelijke verzocht vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] . Deze medische behandelingen betreffen de betrokkenheid van het ondersteuningsteam bij [minderjarige] schoolgang, het inschakelen van een kinderpsycholoog en het aanmelden van [minderjarige] voor een persoonlijkheidsonderzoek. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op dit moment dient nog te worden beslist op het verzoek met betrekking tot het inschakelen van een kinderpsycholoog en het aanmelden van [minderjarige] voor een persoonlijkheidsonderzoek.
3.2.
De GI heeft het resterende deel van het verzoek ter zitting gehandhaafd. De aanmelding bij Basis Trust en Yulius valt onder de medische noemer wat maakt dat er toestemming moet komen van de gezaghebbende ouder. Indien er toestemming wordt verleend dan duurt het nog rond de acht weken voordat het kan starten. Aangezien de moeder eerder heeft aangegeven in contact te zijn met het Centrum voor Dienstverlening (CvD) heeft de GI contact opgenomen met deze organisatie. Er werd aangegeven dat de aanmelding is gedaan, maar niet is doorgevoerd. De moeder wilde namelijk niet dat het pleeggezin betrokken zou worden bij het traject, heeft de GI begrepen. De zorgaanbieder gaf echter aan dat het belangrijk is dat het pleeggezin wel zou worden betrokken. Op dit moment is er geen enkel contact met de moeder. De moeder houdt het contact af. Ook is er op dit moment geen contact tussen [minderjarige] en zijn moeder. Er was wel contact tussen hen, maar dat is gestopt vanwege een situatie die half januari 2025 heeft plaatsgevonden waarin de moeder behoorlijk bedreigend is geweest richting de pleegzorgwerker. De pleegzorgwerker heeft ervoor gekozen de omgang door te laten lopen in het belang van [minderjarige] , maar heeft daarbij wel een aantal voorwaarden opgelegd aan de moeder. Daar is echter vanuit de moeder nog geen reactie op gekomen. Het zou helpend zijn als er vandaag in ieder geval toestemming voor de wachtlijst voor Basic Trust en Yulius wordt gegeven.
4De standpunten
4.1.
De pleegouders hebben ter zitting verklaard dat het voor [minderjarige] heel erg belangrijk is dat er nu spoedig hulp voor hem komt. [minderjarige] ligt elke nacht wakker. Hij wordt gek van alle gedachtes en ligt te gillen in zijn bed. De pleegouders hebben van alles geprobeerd, maar [minderjarige] geeft aan dat het niet helpt. [minderjarige] smeekt zelf om hulp. Er is al teveel tijd verloren gegaan. Dat gaat ten koste van [minderjarige] en zijn prestaties op school. Voor de pleegouders is het ook heel zwaar. De verhouding met de opa mz is prima.
4.2.
Namens Enver is ter zitting aangegeven dat er uitnodigingen naar de moeder zijn gestuurd voor bezoeken met [minderjarige] . De moeder heeft laten weten niet aanwezig te zullen zijn tot de pleegzorgwerker en de jeugdbeschermer niet meer betrokken zijn.
4.3.
De opa mz is betrokken op [minderjarige] en de moeder. Hij ontvangt graag een uitnodiging voor de volgende zitting.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming
verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien
behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te
wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat het belangrijk is dat [minderjarige] zo snel mogelijk passende hulpverlening krijgt. De GI wil [minderjarige] aanmelden voor de wachtlijst bij Basic Trust en Yulius. Hiervoor is toestemming van de gezaghebbende ouder nodig, te weten van de moeder. Uit dat wat op de zitting van 8 januari 2025 is besproken blijkt dat de moeder over het inschakelen van een kinderpsycholoog en een persoonlijkheidsonderzoek in gesprek was met het CvD. Zij zou snel actie ondernemen om dat te regelen. Niet bekend is – twee maanden later – welke actie de moeder heeft ondernomen en waardoor het traject is gestagneerd. Duidelijk is wel dat [minderjarige] dringend specialistische hulp nodig heeft. Gelet hierop zal de kinderrechter op dit moment vervangende toestemming verlenen voor het aanmelden van [minderjarige] voor de wachtlijst van Basic Trust en Yulius.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
Gebleken is dat de advocaat van de moeder geen oproep voor de zitting heeft gekregen. De moeder behoort in de gelegenheid gesteld te worden om samen met haar advocaat haar mening ter zitting naar voren te brengen. Om die reden zal zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting worden bepaald, waarbij rekening zal worden gehouden met de verhinderdata van de betrokkenen en de zittingenagenda van de rechtbank. Doordat [minderjarige] voor dit moment enkel op de wachtlijst van Basis Trust en Yulius wordt geplaatst, vinden er tot aan de nieuwe zitting geen onomkeerbare acties plaats.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige] , vooralsnog inhoudende dat [minderjarige] door de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, wordt aangemeld voor de wachtlijst van Basic Trust en Yulius, in afwachting van de definitieve beslissing op het verzoek van het Leger des Heils;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de
moeder en haar advocaat mr. H. Loonstein op te verschijnen tijdens de zitting van de
rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein
100/ 125 te Rotterdam, op 23 april 2025 om 13.30 uur, teneinde nader op het verzoek
te worden gehoord;
6.4.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip. behoudens onvoorziene
omstandigheden. worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
6.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de
moeder en haar advocaat mr. H. Loonstein;
6.6.
gelast de oproeping van de pleegouders en de opa mz (als informanten) tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van M.L.G. van Mourik als griffier, en op schrift gesteld op 27 maart 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.