Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-13
ECLI:NL:RBROT:2025:8638
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,835 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/296730-20
Datum uitspraak: 13 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1977,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. L. Verhoeven heeft gevorderd:
partiële vrijspraak van het onder feit 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen van het merk Glock (eerste gedachtestreepje) en een pistool van het merk Umarex Walther (tweede gedachtestreepje) en vrijspraak van het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde;
bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van een pistool van het merk Glock, type 19 Gen 4 (derde gedachtestreepje, hierna: de Glock 19) met bijbehorende munitie;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 157 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen van het merk Glock (eerste gedachtestreepje) en een pistool van het merk Umarex Walther (tweede gedachtestreepje) en het onder 2 en 3 ten laste gelegd niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte zal daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.
4.2.
Vrijspraak
4.2.1.
Standpunt officier van justitie
Bij de overval in de woning van de verdachte waren drie overvallers die een vuurwapen bij zich hadden, terwijl er in de woning en daarbuiten vier vuurwapens zijn aangetroffen. De Glock 19 is in de woonkamer aangetroffen en op dat vuurwapen is DNA van de verdachte aangetroffen. Geen van de in de woning aanwezige gasten heeft verklaard dat één van de overvallers twee vuurwapens bij zich had. Het kan dan ook niet anders zijn dan dat de Glock 19 al in de woning aanwezig en daarom van de verdachte was.
4.2.2.
Beoordeling
De Glock 19 is in de woonkamer aangetroffen. Op het vuurwapen is DNA aangetroffen van minimaal vier personen, waaronder [naam] (hierna: [naam]), de verdachte en twee andere personen. Op de patroonhouder van het magazijn van de Glock 19 is niet het DNA aangetroffen van de verdachte, maar wel van [naam]. Door de verdachte is ter zitting verklaard dat de Glock 19 door de overvallers op de grond is gegooid waarna hij het heeft weggeduwd. Gelet op deze omstandigheden kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de Glock 19 van de verdachte was. De Glock 19 kan namelijk ook door één van de andere aanwezige gasten of door één van de overvallers mee naar binnen zijn genomen. Dat geen van de aanwezige gasten heeft verklaard over een overvaller met twee wapens en dat het DNA van de verdachte op het vuurwapen is aangetroffen, maakt dat niet anders.
4.2.3.
Conclusie
Het onder 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van de Glock 19 is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt ook daarvan vrijgesproken.
5Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. J.F. Koekebakker en J.C. Oord, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.S. Beukema, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 21 november 2020 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
een of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III onder 1 van de
Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º
van die wet in de vorm van
- een vuurwapen, van het merk Glock en/of
- een pistool, van het merk Umarex Walther, type Pk380, kaliber 9mm en/of
- een pistool, van het merk Glock, type 19 Gen 4, kaliber 9mm
en/of
met bijbehorende munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en
munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie
II onder 1º te weten: één of meer kogelpatronen van het kaliber 9mm en/of 8mm
voorhanden heeft/hebben gehad;
( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )
2
hij op of omstreeks 21 november 2020 te Rotterdam tezamen en in vereniging met
een ander of anderen, althans alleen
(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens
en munitie gelet op gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te
weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een
wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een
nabootsing van een vuurwapen, te weten een alarmpistool met geluidsdemper
en/of met bijbehorende knalpatronen, welke door vorm en afmetingen een
sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een merk en model
Walther PPK, voorhanden heeft gehad;
( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )
3
hij op of omstreeks 21 november 2020 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk
aanwezig heeft gehad, meerdere dozen en/of tassen met daarin een grote
hoeveelheid (in elk geval ongeveer 84.467 gram) cocaïne, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )