Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-02
ECLI:NL:RBROT:2025:8629
Civiel recht
Kort geding
4,038 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/696979 / KG ZA 25-266
Vonnis in kort geding van 2 mei 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
V&R GROEP B.V., tevens handelend onder de naam V&R TECHNIEK,
gevestigd te Monster,
eiseres,
advocaat: mr. C. Erasmus te Amsterdam-Duivendrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VR TECHNIEK B.V.,
gevestigd te Klaaswaal,
gedaagde,
advocaat: mr. M.J.F. van den Berg te Loenen.
Partijen worden hierna V&R Groep en VR Techniek genoemd.
De zaak in het kort
V&R Groep en VR Techniek exploiteren beide een elektrotechnisch installatiebedrijf. V&R Groep handelt sinds 2011 onder de naam V&R Techniek. VR Techniek heeft haar statutaire naam in 2023 gewijzigd in VR Techniek en is deze naam in de loop van 2024 als handelsnaam gaan gebruiken. V&R Groep vordert in dit kort geding dat VR Techniek het gebruik van de handelsnaam VR Techniek (B.V.) en de domeinnaam vr-techniek.nl staakt. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe, omdat het op grond van de wet verboden is om een handelsnaam te voeren die nagenoeg gelijk is aan een reeds bestaande handelsnaam en, in verband met de aard van de ondernemingen en hun vestigingsplaats, sprake is van gevaar voor verwarring van de ondernemingen.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 9 april 2025, met producties 1 tot en met 13,
de aanvullende producties 14 tot en met 18 van V&R Groep,
de producties 1 tot en met 7 van VR Techniek,
de spreekaantekeningen van mr. Erasmus,
de pleitnota van mr. Van den Berg.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 april 2025.
Feiten
2.1.
V&R Groep is op 2 mei 2011 opgericht en drijft blijkens het handelsregister van de Kamers van Koophandel onder de naam V&R Techniek een onderneming die zich bezighoudt met het uitvoeren van (totaal)projecten op het gebied van elektrotechniek, beveiliging en ICT. De onderneming van V&R Groep komt voort uit het in 1973 opgerichte [naam bedrijf 1] , dat haar bedrijfsnaam in 2005 heeft veranderd in V&R Techniek (een afkorting van [naam bedrijf 2] ).
2.2.
V&R Groep is houdster van de domeinnaam vrtechniek.nl. Zij gebruikt de domeinnaam voor haar website en als e-maildomein.
2.3.
Op de website van V&R Groep en op haar bedrijfsauto’s wordt het volgende logo afgebeeld:
Op de website van V&R Groep worden de letters ‘V’ en ‘R’ en de subdiensten ‘elektrotechniek’, ‘beveiligingstechniek’ en ‘ICT’ bij de informatie over die verschillende subdiensten afgebeeld in de kleuren groen, rood of oranje.
2.4.
VR Techniek is op 14 juli 1972 opgericht en exploiteert blijkens het handelsregister van de Kamers van Koophandel een elektrotechnisch installatiebedrijf. Daarnaast verricht zij werkzaamheden op het gebied van de meet- en regeltechniek, panelenbouw, automatisering van productieprocessen en logistieke systemen, legt zij telefoon- en datanetwerken aan en ontwerpt, installeert en onderhoudt zij beveiligingssystemen. VR Techniek heeft haar statutaire naam op 29 juni 2023 gewijzigd van [naam bedrijf 3] . in VR Techniek. In de loop van 2024 is zij haar statutaire naam als handelsnaam gaan gebruiken.
2.5.
VR Techniek is houdster van de domeinnaam vr-techniek.nl. Zij gebruikt de domeinnaam voor haar website en als e-maildomein.
2.6.
Op de website van VR Techniek en op haar bedrijfsauto’s wordt het volgende logo afgebeeld:
2.7.
Bij brief van 13 februari 2025 heeft mr. Erasmus namens V&R Groep aan VR Techniek laten weten dat V&R Groep had ontdekt dat VR Techniek nagenoeg dezelfde handelsnaam is gaan gebruiken doordat er bij V&R Groep meerdere telefoontjes, e-mails en facturen binnenkomen die niet voor haar maar voor VR Techniek bedoeld zijn. Daarnaast heeft hij erop gewezen dat de domeinnamen van V&R Groep en VR Techniek nagenoeg hetzelfde zijn. Mr. Erasmus schrijft dat V&R Groep vindt dat VR Techniek hiermee inbreuk op haar handelsnaamrechten maakt en verzoekt VR Techniek om ieder gebruik van de handelsnaam VR Techniek (B.V.) en de domeinnaam vr-techniek.nl te staken.
2.8.
Op 18 februari 2025 heeft mr. Erasmus zijn brief van 13 februari 2025 per e-mail aan VR Techniek gezonden. Bij e-mail van dezelfde dag heeft de receptioniste van VR Techniek daar als volgt op gereageerd:
“Deze correspondentie is niet voor ons bestemd, maar voor V&R Techniek.”
2.9.
Op 24 maart 2025 heeft via Teams een gesprek plaatsgevonden tussen V&R Groep en VR Techniek. Daarin zijn partijen niet tot elkaar gekomen.
Geschil
3.1.
V&R Groep vordert, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
VR Techniek veroordeelt om binnen vier weken ieder gebruik van de handelsnaam 'VR Techniek' en 'VR Techniek B.V.' te staken en gestaakt te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, met een maximum van € 250.000,00,
VR Techniek veroordeelt om binnen vier weken de domeinnaam vr-techniek.nl te staken en gestaakt te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, met een maximum van € 250.000,00,
bepaalt dat de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden wordt gesteld,
VR Techniek op grond van 1019h Rv veroordeelt in de volledige kosten van deze procedure.
3.2.
VR Techniek voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering althans het niet-ontvankelijk verklaren van V&R Groep in haar vordering, met veroordeling van V&R Groep in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Beoordeling
4.1.
V&R Groep heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, nu zij stelt dat zij wekelijks geconfronteerd wordt met klanten die de ondernemingen van partijen verwarren en vreest dat zij als gevolg daarvan klanten verliest en misloopt. De enkele stelling van VR Techniek dat geen sprake zou zijn van (relevante) schade bij V&R Groep betekent niet dat een spoedeisend belang aan de zijde van V&R Groep ontbreekt.
4.2.
Artikel 5 Handelsnaamwet (Hnw) bepaalt dat het verboden is om een handelsnaam te voeren die gelijk is aan of slechts in geringe mate afwijkt van een reeds bestaande handelsnaam, een en ander voor zover daardoor, in verband met de aard van de ondernemingen en hun vestigingsplaats, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Daarbij kan het gaan om directe verwarring (het publiek houdt de ene onderneming voor de andere) of indirecte verwarring (het publiek neemt aan dat de beide ondernemingen economisch met elkaar verbonden zijn). Of verwarring te duchten valt, moet worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Daarbij komt het aan op een globale beoordeling van de volledige handelsnamen wat betreft hun visuele, auditieve en begripsmatige kenmerken in relatie tot de aard van de ondernemingen en alle overige omstandigheden van het geval. Tot de visuele kenmerken behoren ook gebruikte logo’s en eventuele andere visuele vormgeving. Voorts dient de vraag of verwarring te duchten valt, te worden beoordeeld vanuit het perspectief van het normaal oplettende publiek en zijn eventuele (specialistische) kennis van het desbetreffende marktsegment. Een louter beschrijvende handelsnaam heeft in beginsel geen of weinig onderscheidend vermogen.
Artikel 5 Hnw biedt ook de gebruiker van een domeinnaam bescherming, voor zover die domeinnaam tevens als handelsnaam wordt gebruikt. Niet ter discussie staat dat partijen hun domeinnaam tevens als handelsnaam gebruiken (zie 2.2. en 2.5.).
4.3.
Niet in geschil is dat V&R Groep haar handelsnaam eerder voerde dan VR Techniek en V&R Groep dus over een oudere handelsnaam beschikt.
De handelsnaam V&R Techniek bestaat voor een deel uit het beschrijvende woord ‘techniek’. Aan dat woord komt nauwelijks onderscheidend vermogen toe. Het publiek zal dit woord vooral zien als een algemene verwijzing naar de activiteiten van de onderneming. Er is echter, anders dan VR Techniek betoogt, geen sprake van een louter beschrijvende naam en aan de handelsnaam V&R Techniek komt wel enig onderscheidend vermogen toe, vanwege de combinatie van Techniek met de afkorting V&R. V&R Groep kan zich dus beroepen op de bescherming van artikel 5 Hnw.
4.4.
V&R Groep stelt dat de aard van de ondernemingen van partijen hetzelfde is. Volgens V&R Groep bieden zij gelijke diensten aan en is de klantenkring grotendeels hetzelfde. Dat wordt door VR Techniek betwist. VR Techniek heeft erop gewezen dat zij, anders dan V&R Groep, ook loodgieterswerk doet en, anders dan V&R Groep, ook warmtepompen aanbiedt. Daarnaast heeft zij veel meer werknemers in dienst, doet zij grotere en duurdere projecten en bedient zij mede daardoor een andere klantenkring. De middellijk bestuurder van V&R Groep, de heer [persoon A] , heeft ter zitting verklaard dat de onderneming van VR Techniek weliswaar groter is, maar dat de markt waarop beide partijen actief zijn en de aangeboden diensten hetzelfde zijn, met uitzondering van loodgieterswerk en het aanbieden van warmtepompen. Daarbij heeft hij opgemerkt dat V&R Groep, net als VR Techniek, totaalinstallaties voor bedrijven aanbiedt, maar voor de uitvoering daarvan anderen inschakelt. De klant merkt daar niets van omdat de totaalinstallatie volledig onder de handelsnaam V&R Techniek wordt uitgevoerd. Dat is door VR Techniek niet weersproken.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft V&R Groep hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de ondernemingen van partijen nagenoeg dezelfde diensten aanbieden. Beide bedrijven doen vrijwel alle installaties die nodig kunnen zijn in een pand, bieden dit ook aan als totaalpakket en bedienen daarbij hoofdzakelijk de zakelijke markt. Dat VR Techniek ook andere diensten aanbiedt (loodgieterswerk en warmtepompinstallatie) doet daaraan niet af, nu dat niet haar hoofdbezigheden zijn. VR Techniek heeft toegelicht dat zij geen particuliere klanten heeft en V&R Groep heeft medegedeeld dat 80% van haar klanten zakelijke klanten zijn.
Hoewel partijen landelijk opereren, is verder van belang dat zij beide in de nabijheid van Rotterdam zijn gevestigd. Zij zijn dus in dezelfde regio actief.
4.5.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of aannemelijk is dat door het gebruik van de handelsnaam VR Techniek bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen van V&R Groep en VR Techniek te duchten is. Het gaat hier om het normaal oplettende publiek, specialistische kennis is niet aan de orde.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit het geval.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de handelsnaam VR Techniek slechts in zeer geringe mate afwijkt van de handelsnaam V&R Techniek: de handelsnamen op schrift zijn gelijk behoudens het (naar omvang en betekenis onbelangrijke) koppelteken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de namen voor het publiek ook in auditief opzicht vrijwel identiek; het koppelteken wordt als het niet beklemtoonde woordje “en” uitgesproken. Datzelfde geldt voor de betekenis. De afkortingen zijn niet algemeen bekend, ze bestaan uit losse letters zonder duidelijke connectie met de namen waarnaar zij volgens partijen verwijzen en hebben voor het publiek geen eigen betekenis.
Verder speelt een rol dat de logo’s van de ondernemingen op elkaar lijken. Zo is er een zekere overeenkomst in kleurstelling en zijn de letters ‘V’ en ‘R’ in beide logo’s groter dan het woord ‘techniek’. De logo’s verminderen aldus in visueel opzicht het verwarringsgevaar tussen de ondernemingen niet. Dat V&R Groep op haar website bij het aanduiden van haar subdiensten haar logo in een andere kleur afbeeldt, leidt niet tot een afname van het verwarringsgevaar. Aannemelijk is immers dat alleen het hiervoor in 2.3. weergegeven logo gebruikt wordt ter promotie van haar onderneming. Dit logo wordt bijvoorbeeld afgebeeld op de bedrijfsauto’s van V&R Groep.
4.6.
Nu door het voeren van de handelsnamen V&R Techniek en VR Techniek bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen van partijen te duchten is, liggen de vorderingen van V&R Groep voor toewijzing gereed. Een belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst. VR Techniek gebruikt de handelsnaam pas kort en het enige belang dat zij genoemd heeft zijn de kosten die samenhangen met een wijziging van haar handelsnaam. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de middellijk bestuurder van VR Techniek, de heer [persoon B] , verklaard dat hij bij de overname van het bedrijf in 2023 de naam in VR Techniek heeft gewijzigd en daaraan voorafgaand geen onderzoek heeft gedaan naar en geen aandacht heeft besteed aan de handelsnamen van gelijksoortige bedrijven in de regio. Er is gekozen voor een afkorting van de naam [naam] omdat de zoon van de oorspronkelijke eigenaar nog in het bedrijf werkzaam was. Dat VR Techniek geen onderzoek heeft verricht, dient voor haar rekening en risico te komen. Van een onderneming, zeker een grotere onderneming zoals VR Techniek, mag immers worden verwacht dat zij voorafgaand aan een handelsnaamswijziging onderzoek doet naar de handelsnamen die in haar branche en regio reeds in gebruik zijn.
Daarbij komt dat, hoewel het aankomt op het verwarringsgevaar en daadwerkelijke verwarring niet vereist is, in dit geval is gebleken dat door het gebruik van de betrokken handelsnamen de onderneming van V&R Groep daadwerkelijk verward wordt met die van VR Techniek. Een voorbeeld daarvan betreft VR Techniek zelf.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt VR Techniek om binnen zes weken na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de handelsnaam ‘VR Techniek’ en ‘VR Techniek B.V.’ te staken en gestaakt te houden,
5.2.
veroordeelt VR Techniek om aan V&R Groep een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt VR Techniek om binnen zes weken na betekening van dit vonnis elk gebruik van de domeinnaam vr-techniek.nl te staken en gestaakt te houden,
5.4.
veroordeelt VR Techniek in de proceskosten van € 7.014,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als VR Techniek niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet zij € 92,00 extra betalen plus de kosten van betekening,
5.5.
stelt de termijn als bedoeld in 1019i Rv op zes maanden na dit vonnis,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025. [2971/106]