Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-22
ECLI:NL:RBROT:2025:8620
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,402 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11616405 \ CV EXPL 25-1237
datum uitspraak: 22 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
DHC Advocaten,
te Gorinchem,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.R. van Manen,
tegen
[gedaagde]
,
te Gorinchem,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft gedaagde op 18 maart 2025 gedagvaard.
1.2.
Tegen gedaagde is verstek verleend.
1.3.
Na de rolbeslissing van 10 april 2025 heeft eiseres een akte ingediend.
Beoordeling
2.1.
Eiseres heeft met gedaagde een overeenkomst van opdracht gesloten op grond waarvan eiseres juridische werkzaamheden voor gedaagde heeft verricht. Gedaagde is een consument. Eiseres eist dat gedaagde de door haar gezonden declaratie van € 1.487,82 betaalt, met rente en kosten.
2.2.
De rechter wijst de eis af. In de opdrachtbevestiging staat namelijk een oneerlijk kostenbeding. Omdat de overeenkomst niet kan voortbestaan zonder kostenbeding, vernietigt de rechter de overeenkomst tussen partijen. Daarom hoeft gedaagde geen vergoeding te betalen voor de werkzaamheden die eiseres voor hem heeft verricht. Hierna legt de rechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Het kostenbeding is een kernbeding, maar niet transparant
2.3.
Het kostenbeding staat in de opdrachtbevestiging van 9 april 2024. In de opdrachtbevestiging staat dat als gedaagde niet in aanmerking komt voor een toevoeging (gesubsidieerde rechtsbijstand vanuit de overheid), eiseres een uurtarief van € 290,- exclusief 6% kantoorkosten en 21% btw hanteert. Dit is een kernbeding in de zin van de Richtlijn 93/13, omdat het de kern van de contractuele verhouding bepaalt. De rechter toetst een kernbeding alleen op oneerlijkheid als het beding niet transparant genoeg is. Dat is hier het geval. Het beding noemt namelijk alleen een uurtarief en dat is onvoldoende voor een consument om alle financiële consequenties van de overeenkomst in te schatten. Eiseres had voor het sluiten van de overeenkomst informatie moeten verstrekken die gedaagde in staat stelt om met de nodige voorzichtigheid zijn beslissing te nemen. Dat is hier niet gebeurd.
Het kostenbeding is oneerlijk
2.4.
Dat het kostenbeding niet transparant genoeg is, betekent niet per definitie dat het beding ook oneerlijk is. Dat moet de rechter beoordelen aan de hand van alle omstandigheden, waarbij nagegaan moet worden of het vereiste van goede trouw is nageleefd en of sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in het nadeel van de consument. Dat is hier het geval. Op basis van het kostenbeding kon eiseres ongelimiteerd declareren op het moment dat gedaagde niet in aanmerking zou komen voor een toevoeging, wat kennelijk nog niet duidelijk was toen eiseres de overeenkomst met gedaagde aanging. Ook weegt mee dat eiseres op grond van artikel 17 van de Gedragsregels advocatuur van de Nederlandse Orde van Advocaten gedaagde een redelijke inschatting had moeten geven van de te verwachten tijdsbesteding en totale kosten. Dat heeft eiseres niet gedaan. De rechter realiseert zich dat het vaak moeilijk is om vooraf een goede inschatting te maken, maar het is aan eiseres als professional om de consument daar wel zo goed mogelijk over te informeren. In dit geval blijkt niet dat eiseres enige inschatting of informatie hierover heeft gegeven. Dat stelt eiseres overigens ook niet.
De overeenkomst wordt vernietigd
2.5.
Omdat het kostenbeding oneerlijk is, moet de situatie hersteld worden naar een situatie waarin de consument zich zou hebben bevonden zonder het oneerlijke beding. In dit geval betekent dit dat de hele overeenkomst door de rechter wordt vernietigd, omdat de overeenkomst zonder het kostenbeding niet in stand kan blijven (artikel 3:41 en artikel 7:405 BW). Gedaagde hoeft daarom geen vergoeding te betalen voor de werkzaamheden die eiseres heeft verricht. De eis wordt afgewezen.
Proceskosten
2.6.
Omdat de eis wordt afgewezen, moet eiseres de proceskosten van gedaagde betalen. Deze kosten worden aan de kant van gedaagde begroot op nul aangezien gedaagde niet in de procedure is verschenen.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van gedaagde begroot op nul.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
49039
Hof van Justitie EU 12 januari 2023, ECLI:NL:EU:C:2023:14.