Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-25
ECLI:NL:RBROT:2025:8340
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,255 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11645970 VV EXPL 25-204
datum uitspraak: 25 juni 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde]
,
vestigingsplaats: [plaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 16 april 2025, met bijlagen en de aanvullende bijlagen 24 t/m 26 van [eiseres] .
1.2.
Op 11 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] bijgestaan door haar zus mevrouw [persoon A] en de heer [persoon B] namens [gedaagde] .
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[eiseres] heeft een tweedehands auto gekocht van [gedaagde] . Volgens [eiseres] is de auto non-conform omdat deze al kort na de aankoop diverse gebreken vertoonde, waarna [gedaagde] haar verplichting om de gebreken binnen een redelijke termijn te herstellen niet is nagekomen. [eiseres] heeft uiteindelijk per e-mail aan [gedaagde] te kennen gegeven dat zij zich genoodzaakt ziet de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, waarbij zij [gedaagde] onder meer heeft verzocht het aankoopbedrag van de auto aan haar terug te betalen.
In deze procedure vordert [eiseres] primair dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot betaling van
€ 31.095,11 (de aankoopsom), vermeerderd met rente, onderzoekskosten en de kosten voor schorsing van het kenteken. Ook eist zij dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot het overschrijven van het kenteken van de auto. Voor het geval de koopovereenkomst niet rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden eist [eiseres] subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld om aan [dealer] , dan wel een andere erkende Volvo-dealer, dan wel aan een ander RDW-erkend bedrijf de opdracht te geven de gebreken te herstellen en de auto weer in deugdelijke staat af te geven aan [eiseres] , op straffe van een dwangsom.
Zij eist ook, zowel primair als subsidiair, dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiseres] . [gedaagde] stelt dat de auto voorafgaand aan de verkoop is gecontroleerd door de vaste garage waarmee [gedaagde] altijd werkt. De auto vertoonde bij aflevering geen gebreken, aldus [gedaagde] .
Wat is er gebeurd?
2.2.
[eiseres] heeft op 21 juni 2024 een tweedehands auto van het merk Volvo model XC90 (hierna: de auto) van [gedaagde] gekocht. Partijen zijn het niet eens over de exacte koopprijs. [eiseres] stelt dat de koopprijs € 30.850,00 bedroeg. [gedaagde] stelt dat de koopprijs
€ 30.000,00 bedroeg. [eiseres] heeft bij het kopen van de Volvo een auto van het merk Audi ingeruild. Volgens [eiseres] was de waarde van de Audi € 16.800,00. Volgens [gedaagde] was de waarde van de Audi € 15.950,00.
2.3.
Op 21 juni 2024 werd de auto aan [eiseres] geleverd. Voorafgaand aan de levering was op advies van [gedaagde] groot onderhoud verricht aan de auto door [autogarage] , een autogarage in Sneek waar [gedaagde] mee samenwerkt. [eiseres] heeft een bedrag van € 475,00 betaald voor dit groot onderhoud.
2.4.
Op 31 juli 2024 ging voor het eerst het motormanagementlampje branden in de auto. De Volvo-dealer, waar [eiseres] naartoe is gereden met de auto, heeft deze storing de eerste keer kunnen wissen, maar deze storing kwam terug. Volgens [eiseres] constateerde ze op die dag ook dat de achterklep niet meer werkte, gaven de autosleutels storing en bleek de hybridemotor “op” te zijn. In november 2024 bleek dat er sprake was van waterlekkage in de auto (water druppelde op het hoofd van [eiseres] ) en werkte de airco van de auto niet meer. [eiseres] vermoedt dat dit laatste door de lekkage werd veroorzaakt. Volgens [eiseres] volgden daarna meerdere storingen. Op 10 december 2024 begon de auto te claxonneren bij het openen van het portier.
2.5.
[dealer] , de Volvo-dealer waar [eiseres] de auto vervolgens naartoe bracht, stelde op
12 december 2024 als diagnose dat het dakframe (panoramadak) verteerd en kapot was, waardoor lekkage in de auto was ontstaan, als gevolg waarvan alle elektronica was aangetast. De auto bleef bij voornoemde Volvo-dealer staan en [eiseres] stelde [gedaagde] per brief in de gelegenheid de gebreken in de auto binnen een redelijke termijn te herstellen.
2.6.
Uiteindelijk is de auto op 21 januari 2025 namens [gedaagde] opgehaald bij [dealer] en naar [gedaagde] getransporteerd. Volgens de medewerker van [autogarage] die de auto ophaalde stond de auto open en bloot en deels gedemonteerd bij [dealer] , waardoor onder meer de accu’s waren leeggelopen. De medewerker van [autogarage] moest eerst aan de auto sleutelen om de auto weer rijdend te kunnen krijgen, en er is geconstateerd dat de VCM-module kapot was gegaan. [gedaagde] stelt dat de auto schade heeft opgelopen door de wijze waarop [dealer] de auto heeft gestald.
2.7.
In haar e-mail van 24 februari 2025 heeft [eiseres] aan [gedaagde] geschreven de koopovereenkomst met betrekking tot de auto buitengerechtelijk te ontbinden waarbij zij [gedaagde] heeft verzocht het aankoopbedrag van € 30.850,00 binnen veertien dagen aan haar over te maken en mee te werken aan het overschrijven van het kenteken van de auto.
[gedaagde] vindt dat [eiseres] niet het recht had om de koopovereenkomst te ontbinden en heeft niet voldaan aan deze verzoeken van [eiseres] .
2.8.
[autogarage] heeft na het transport in opdracht van [gedaagde] de auto onderzocht. [gedaagde] stelt dat volgens [autogarage] de waterlekkage niet het gevolg is van een defect aan het panoramadak. De werkelijke oorzaak van de lekkage in de auto is volgens [autogarage] een scheur in het paravaan en bijtsporen aan kabelbomen onder het paravaan, aldus [gedaagde] .
2.9.
Partijen hebben sinds augustus 2024 contact met elkaar gehad naar aanleiding van de meldingen van [eiseres] over de problemen met de auto. Op enig moment heeft [gedaagde] voorgesteld dat [eiseres] de auto naar [plaats 2] zou brengen voor een oplossing. Als tweede optie stelde hij voor dat ze de auto naar een garage bij haar in de buurt zou brengen voor een diagnose. Volgens [eiseres] was het rijden in de auto toen al onveilig gebleken en koos ze er daarom voor om op zoek te gaan naar een Volvo-dealer die dichterbij gevestigd was ( [dealer] ).
Juridisch kader kort geding
2.10.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor de gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
De uitkomst
2.11.
De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen omdat deze niet toewijsbaar zijn in het kader van dit kort geding. De reden daarvoor is dat voor de beoordeling van de zaak nader onderzoek door een deskundige en/of bewijslevering noodzakelijk wordt geacht, terwijl een kort geding zich daarvoor niet leent. De kantonrechter licht hieronder toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Non-conformiteit?
2.12.
In de wet staat dat de afgeleverde zaak aan de koopovereenkomst moet beantwoorden (artikel 7:17 lid 1 BW). Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst, als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
757