Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-28
ECLI:NL:RBROT:2025:7559
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Verzet
663 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/698795 / HA ZA 25-369
Vonnis in verzet van 28 mei 2025
in de zaak van
LINK ENGINEERS BOUW B.V.,
gevestigd te Woerden,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. E.M. Hetterscheidt te Utrecht,
tegen
[gedaagde]
,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
eiser in het verzet,
advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Link en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de verzetdagvaarding van 9 april 2025, met producties;
de mail van de rechtbank aan partijen van 7 mei 2025;
de mail van mr. Visser van 16 mei 2025;
de mail van mr. Hetterscheidt van 20 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
[gedaagde] is in verzet gekomen tegen het vonnis van deze rechtbank van 27 maart 2024 met nummer 652775 / HA ZA 23-150. Dit vonnis is gewezen in het geschil tussen Link als eiseres en Svea Finans Nederland B.V. (hierna: Svea) en [gedaagde] als gedaagden. In die procedure heeft [gedaagde] verstek laten gaan. Svea is wel verschenen.
2.2.
Op grond van artikel 140 lid 3 Rv geldt het vonnis van 27 maart 2024 daarom als vonnis op tegenspraak. Tegen een dergelijk vonnis staat geen verzet maar (slechts) hoger beroep open.
2.3.
Het voorgaande brengt mee dat [gedaagde] niet-ontvankelijk is in zijn verzet. De rechtbank heeft partijen tevoren op de hoogte gesteld van het voornemen om [gedaagde] niet-ontvankelijk te verklaren. [gedaagde] heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.
2.4.
[gedaagde] wordt in de proceskosten van Link veroordeeld. Deze worden begroot op nihil, omdat in deze verzetprocedure geen proceshandelingen zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De rechtbank
3.1.
verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in het verzet;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Link, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
1980/3455