Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-30
ECLI:NL:RBROT:2025:6850
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,728 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11561629 CV EXPL 25-4282
datum uitspraak: 30 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Alektum Capital II AG,
vestigingsplaats: Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 februari 2025, met bijlagen;
het antwoord (de e-mail van [gedaagde] van 11 februari 2025);
het aanvullend antwoord (de e-mail van [gedaagde] van 2 maart 2025);
de repliek, met bijlagen;
de dupliek.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Alektum stelt dat [gedaagde] op of omstreeks 16 december 2018 een legging en een trui heeft besteld via de webshop van Large voor een totaalbedrag van € 52,98. Volgens Alektum heeft [gedaagde] er daarbij voor gekozen de koopprijs achteraf (in één keer) te betalen aan Klarna, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Direct na het sluiten van de koopovereenkomst heeft Large haar vordering op [gedaagde] middels cessie aan Klarna overgedragen. Klarna heeft op haar beurt de vordering op [gedaagde] middels cessie overgedragen aan Alektum. Alektum stelt dat [gedaagde] de factuur voor bovenstaande bestelling niet heeft betaald, terwijl de kledingstukken wel aan haar zijn geleverd. Alektum eist daarom dat [gedaagde] € 52,98 aan haar moet betalen. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, eist Alektum dat zij ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente aan haar moet betalen.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van Alektum. [gedaagde] betwist dat zij de koopovereenkomst waarvan Alektum nakoming eist met Large heeft gesloten. Volgens [gedaagde] heeft zij namelijk nooit een legging en trui bij Large besteld. Wel heeft zij ruim 6 jaar geleden een paar laarzen bij Large besteld, die zij na ontvangst heeft geretourneerd. Volgens [gedaagde] heeft ze sindsdien, tot aan de dagvaarding, nooit iets van Alektum (of Large) vernomen. [gedaagde] vindt het absurd dat Alektum na ruim zes jaar de onderhavige vordering heeft ingesteld.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van Alektum af. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.4.
Omdat Alektum gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Allereerst moet daarom beoordeeld worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering van Alektum kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.
2.5.
Vervolgens moet beoordeeld worden welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 14 lid 2 van de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum en [gedaagde] beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 Verordening Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
De kantonrechter wijst de eis van Alektum af omdat een eventuele vordering verjaard is
2.6.
De kantonrechter begrijpt uit hetgeen [gedaagde] naar voren heeft gebracht dat zij een beroep doet op verjaring als meest verstrekkend verweer. Voor zover al vast zou komen te staan dat [gedaagde] een legging en trui van Large heeft gekocht, dient die koopovereenkomst aangemerkt te worden als een consumentenkoop (artikel 7:5 BW). Op grond van artikel 7:28 BW verjaart de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop door verloop van twee jaren. Wanneer de consument door de verkoper schriftelijk wordt aangemaand tot betaling van de koopprijs, wordt de verjaring gestuit en gaat een nieuwe verjaringstermijn lopen (artikel 3:319 BW).
2.7.
De factuur waarvan Alektum betaling eist, dateert uit 2018. Alektum stelt dat zij, nadat betaling van de factuur uitbleef, [gedaagde] verschillende aanmaningen heeft gestuurd. Alektum heeft ter onderbouwing van die stelling een aantal aanmaningen uit 2019 overgelegd. Het is niet gesteld of gebleken dat Alektum ook nadien nog aanmaningen naar [gedaagde] heeft gestuurd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat Alektum na 2019 geen aanmaningen meer naar [gedaagde] heeft gestuurd. Nog los van de vraag of de overgelegde aanmaningen uit 2019 door [gedaagde] zijn ontvangen, betekent het voorgaande dat, voor zover Alektum een vordering op [gedaagde] heeft, de verjaring daarvan voor het laatst in 2019 is gestuit. Een eventuele vordering op [gedaagde] uit hoofde van de door Alektum gestelde koopovereenkomst, is derhalve inmiddels verjaard. De kantonrechter wijst daarom de eis van Alektum af. Nu de eis van Alektum reeds om die reden wordt afgewezen, komt de kantonrechter niet meer toe aan de beoordeling van de vraag of [gedaagde] en Large een koopovereenkomst hebben gesloten ten aanzien van een legging en trui en – in het verlengde daarvan – of Alektum een vordering op [gedaagde] had.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
2.8.
Omdat de door Alektum gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, bestaat er geen aanleiding voor toewijzing van de daaraan gekoppelde rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook dit deel van de eis van Alektum wordt daarom afgewezen.
Alektum moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van Alektum, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Nu [gedaagde] geen gemachtigde heeft en derhalve geen salariskosten heeft gemaakt, begroot de kantonrechter de kosten die Alektum aan [gedaagde] moet betalen op nihil.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van Alektum af;
3.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
62828