Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-22
ECLI:NL:RBROT:2025:6551
Civiel recht
Kort geding
2,883 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/697906 / KG ZA 25-331
Vonnis in kort geding van 22 mei 2025
in de zaak van
NOORD MACHINES B.V.,
vestigingsplaats: Marum,
eiseres,
advocaat mr. J.J. Gevers te Groningen,
tegen
[gedaagde]
,
statutaire vestigingsplaats: Groot-Ammers,
gedaagde,
vertegenwoordigd door [naam] (directeur-eigenaar).
Partijen worden hierna Noord Machines en [gedaagde] genoemd.
1De zaak in het kort
1.1.
Noord Machines heeft een hoogwerker bij [gedaagde] gekocht. De hoogwerker is op 27 juni 2023 afgeleverd. Partijen zijn een garantieperiode van twee jaren overeengekomen. De hoogwerker is op dit moment niet operationeel. Noord Machines wil dat [gedaagde] reparaties uitvoert aan de hoogwerker en de hoogwerker weer operationeel maakt. Noord Machines beroept zich daarbij op de afgegeven garantie. Volgens [gedaagde] voldoet Noord Machines echter niet aan de voorwaarden om zich op die garantie te beroepen en daarom weigert [gedaagde] om de hoogwerker te repareren. In deze zaak vordert Noord Machines, na wijziging van haar vordering, dat [gedaagde] onder druk van een dwangsom wordt veroordeeld om de hoogwerker op de locatie van Noord Machines te repareren en operationeel te maken onder de afgegeven (de voorzieningenrechter begrijpt: overeengekomen) garantie. Die vordering wordt grotendeels toegewezen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 28 april 2025, met bijlagen 1 tot en met 4;
de aanvullende bijlagen 5 en 6 van Noord Machines;
de conclusie van antwoord, met bijlagen 1 tot en met 3;
de aanvullende bijlage 4 van [gedaagde];
de mondelinge behandeling op 8 mei 2025;
de spreekaantekeningen van mr. Gevers;
de schriftelijke eiswijziging van Noord Machines, gedaan tijdens de mondelinge behandeling.
Beoordeling
3.1.
Het is tussen partijen niet in geschil dat de hoogwerker sinds 15 februari 2025 tot op dit moment niet operationeel is en dat de overeengekomen garantieperiode van twee jaren nog niet is verstreken. De vraag die partijen verdeeld houdt is of Noord Machines zich op de overeengekomen garantie kan beroepen. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend.
De toepasselijke garantievoorwaarden
3.2.
In de orderbevestiging van de hoogwerker (bijlage 1 van Noord Machines) staat “Garantie 2 jaar (zie voorwaarden)”. De enige voorwaarden waar vervolgens in de orderbevestiging naar wordt verwezen, en waarvan Noord Machines overigens ook niet heeft betwist dat die van toepassing zijn, zijn de Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van [gedaagde] (‘de AVL’). Bij gebreke van een verwijzing in de orderbevestiging naar andere voorwaarden en aangezien niet door [gedaagde] is gesteld dat én hoe eventuele andere voorwaarden tussen partijen zouden zijn overeengekomen, zijn de AVL in deze zaak de (enige) toepasselijke voorwaarden.
3.3.
De AVL bepalen – voor zover van belang – het volgende:
“(…) 13. Garantie
(…)
13.2
Verkoper garandeert wanneer een machine defect raakt binnen de afgesproken garantie periode het onderdeel, component of materiaal zal worden vervangen zonder kosten. Koper moet het geleverde product zelf aanbieden bij verkoper op de locatie van verkoper in Groot-Ammers.
13.3
Het product mag niet misbruikt of gemodificeerd zijn en moet regelmatig onderhouden zijn. De jaarlijkse keuring dient uitgevoerd te zijn door verkoper of door verkoper aangestelde dealer.
(…)
13.6
De garantie dekt alle constructieve, mechanische, hydraulische en elektrische onderdelen met uitzondering van slijtdelen en de volgende onderdelen: Zekeringen, remschoenen, wiellagers, velgen, banden, neuswiel, trekkoppeling, handrem, deksels, kabels, rupsen, glijblokken, stickers, luchtfilters, oliefilters, brandstoffilters, verlichting en accu’s. (…)”.
Het beroep van [gedaagde] op de AVL gaat niet op
3.4.
[gedaagde] beroept zich in het kader van haar weigering om de hoogwerker onder de overeengekomen garantie te repareren op de volgende zin uit artikel 13.3 van de AVL: “De jaarlijkse keuring dient uitgevoerd te zijn door verkoper of door verkoper aangestelde dealer.”. Dit verweer gaat echter niet op.
3.5.
In de eerste plaats bepalen de AVL niet wat de consequentie is als de jaarlijkse keuring niet door de verkoper of een door de door verkoper aangestelde dealer is uitgevoerd. Van een professionele partij – zoals [gedaagde], die naar eigen schrijven al rond de duizend machines heeft uitgeleverd aan klanten – mag worden verwacht dat zij een zo vergaande consequentie als het uitsluiten van de overeengekomen garantie, uitdrukkelijk in haar algemene voorwaarden vermeldt. Dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan, brengt mee dat zij zich nu niet op een dergelijk gevolg kan beroepen. [gedaagde] kan Noord Machines dus niet tegenwerpen dat de jaarlijkse keuring van de hoogwerker niet door [gedaagde] of een door haar aangestelde dealer is uitgevoerd.
3.6.
Ook los van het voorgaande heeft [gedaagde] onvoldoende uitgelegd waarom Noord Machines geen beroep meer zou kunnen doen op de overeengekomen garantie.
Vaststaat dat [gedaagde] in november/december 2024, bijna anderhalf jaar na de levering van de hoogwerker aan Noord Machines, wèl reparaties/onderhoud aan de hoogwerker van Noord Machines heeft uitgevoerd, onder garantie, nu uit de desbetreffende factuur blijkt dat een aantal kostenposten onder de noemer “GARANTIE” niet door [gedaagde] bij Noord Machines in rekening is gebracht. Noord Machines had ook toen geen jaarlijkse keuring van de hoogwerker laten uitvoeren door [gedaagde] of een door haar aangestelde dealer.
De stelling dat [gedaagde] dat toen nog niet wist, zoals haar directeur tijdens de mondelinge behandeling aanvoerde, wordt verworpen. Noord Machines had [gedaagde] niet gevraagd om bedoelde jaarlijkse keuring van de hoogwerker uit te (doen) voeren. De naam van de enige door [gedaagde] aangestelde dealer was bij Noord Machines niet bekend, zoals Noord Machines stelde op de zitting, en [gedaagde] toen bevestigde. [gedaagde] wist dus dat Noord Machines de jaarlijkse controle niet door haar had laten uitvoeren en ook niet kon hebben laten verrichten door die enige aangestelde dealer. Desondanks heeft [gedaagde] toen wel onder garantie werkzaamheden aan de hoogwerker verricht. Dat en waarom Noord Machines dan nu geen beroep meer op die garantie kan doen, heeft [gedaagde] niet uitgelegd.
3.7.
Dat [gedaagde] zich nu op het standpunt stelt dat Noord Machines geen beroep meer kan doen op de overeengekomen garantie, heeft er kennelijk (ook) mee te maken dat [gedaagde] de toonzetting van de schriftelijke communicatie vanuit Noord Machines op zaterdagmiddag 15 februari 2025 niet acceptabel vindt, nadat op die dag de hoogwerker in de tuin van een klant van Noord Machines (huurder van de hoogwerker) was stilgevallen en daar niet weg te krijgen was. Partijen hebben over die situatie die dag schriftelijk en telefonisch contact gehad. [gedaagde] heeft naar aanleiding van dat contact een toezegging om maandagochtend onmiddellijk met het probleem aan de slag te gaan, ingetrokken, en sedertdien geweigerd om mee te werken aan het maken van een afspraak om de hoogwerker af te laten leveren ter reparatie op [gedaagde]’s locatie, totdat de directeur van Noord Machines met de directeur van [gedaagde] in gesprek zou gaan en excuses zou aanbieden. Uit de conclusie van antwoord, de producties en het besprokene tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde] Noord Machines dit incident nog steeds kwalijk neemt en zich daarom – gelet op wat hiervoor in 3.5. en 3.6. is overwogen: ten onrechte – op het standpunt stelt dat Noord Machines geen beroep kan doen op de overeengekomen garantie. De argumenten van [gedaagde] snijden in een zakelijke relatie echter geen hout en kunnen geen reden vormen om een partij een beroep op een overeengekomen garantie te onthouden. De communicatieproblemen zitten overigens ook niet aan één kant: Noord Machines verwachtte op die zaterdagmiddag/-avond (al dan niet terecht) meer service van [gedaagde] dan [gedaagde] op dat moment bereid of in staat was te geven. Van [gedaagde] kon worden verwacht op dat moment wat begrip te (blijven) tonen voor de boosheid of frustraties van de klant over een dure hoogwerker ‘die hem voor de zoveelste keer in de steek laat’ en niet in de tuin van een klant kon blijven staan (en daar naderhand met behulp van een telekraan uit is gehaald door Noord Machines), maar dat begrip toonde [gedaagde] niet.
[gedaagde] moet de hoogwerker repareren en operationeel maken
3.8.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, wordt de vordering van Noord Machines om [gedaagde] te veroordelen om de hoogwerker onder de overeengekomen garantie te repareren en operationeel te maken, toegewezen. Daaraan wordt, zoals gevorderd, een termijn van veertien dagen na vandaag verbonden. [gedaagde] heeft niet gesteld dat die termijn onredelijk of onhaalbaar is.
3.9.
De vordering van Noord Machines om de reparatie van de hoogwerker op haar eigen locatie te laten plaatsvinden, wordt afgewezen. De AVL bepalen in artikel 13.2 uitdrukkelijk dat reparaties onder de overeengekomen garantie op de locatie van [gedaagde] plaatsvinden. Noord Machines heeft geen wettelijke grondslag gesteld op grond waarvan van deze bepaling zou moeten worden afgeweken.
Dictum
De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na vandaag de hoogwerker te herstellen en operationeel te maken onder de overeengekomen garantie;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Noord Machines een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag dat [gedaagde] in strijd handelt met de veroordeling onder 4.1., met dien verstande dat [gedaagde] maximaal € 25.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.729,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
3349 / 638