Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-25
ECLI:NL:RBROT:2025:6550
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,059 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11498055 CV EXPL 25-1272
datum uitspraak: 25 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Ziggo Services B.V., voorheen UPC Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
oorspronkelijk eiseres,
gemachtigde: LAVG B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
oorspronkelijk gedaagde,
gemachtigde: mr. P.H.A. de Boer.
De partijen worden hierna ‘Ziggo’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 31 juli 2012, met bijlagen;
het verstekvonnis van deze rechtbank 14 september 2012 met zaaknummer 1376091 CV EXPL 12-42964;
de verzetdagvaarding van 30 december 2024, met bijlagen;
de repliek;
de dupliek.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] is bij verstekvonnis van 14 september 2012 veroordeeld om aan Ziggo (toen nog UPC geheten) te betalen € 930,09, vermeerderd met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 758,77 vanaf 11 juli 2012. De hoofdsom bestaat uit € 758,77 aan abonnementsgelden en gebruikskosten, vervallen rente van € 21,32 en buitengerechtelijke kosten van € 150,-.
2.2.
[gedaagde] is op 3 december 2024 bekend geraakt met het verstekvonnis van 14 september 2012 en heeft bij verzetdagvaarding van 30 december 2024 verzet ingesteld tegen het verstekvonnis. Zij vordert vernietiging van het vonnis en stelt dat zij nooit een overeenkomst met UPC heeft gehad.
2.3.
Ziggo refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Zij beschikt niet (meer) over bewijsstukken waaruit zou blijken dat [gedaagde] een overeenkomst met UPC heeft gehad.
Het verstekvonnis wordt vernietigd
2.4.
De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis van 14 september 2012. [gedaagde] heeft betwist dat zij een overeenkomst met UPC heeft gehad. De vordering van Ziggo (destijds UPC) was gebaseerd op de gestelde overeenkomst. Het is daarom aan Ziggo om aan te tonen dat er inderdaad een overeenkomst is geweest. Nu zij dat niet kan, staat de grondslag voor de oorspronkelijke vordering niet vast en zal deze alsnog worden afgewezen. Dat geldt dan ook voor de nevenvorderingen (wettelijke rente en incassokosten) en de proceskosten.
Ziggo moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten van de verzetprocedure komen voor rekening van Ziggo, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Ziggo aan [gedaagde] moet betalen op € 115,22 aan dagvaardingskosten en € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 452,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat eist en Ziggo daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het op 14 september 2012 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 1376091 CV EXPL 12-42964;
3.2.
wijst de vorderingen van Ziggo alsnog af;
3.3.
veroordeelt Ziggo in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 452,72;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
51909