Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-11
ECLI:NL:RBROT:2025:6196
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,652 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11269111 CV EXPL 24-20598
datum uitspraak: 11 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[persoon A] , die handelt onder de naam [handelsnaam A] ,
woonplaats: Rotterdam,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
gemachtigde: mr. E. van Sark,
tegen
SHS-Group B.V.,
vestigingsplaats: Bleiswijk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. J. van Sintemaartensdijk.
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘SHS-Group’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 1 augustus 2024, met bijlagen 1 tot en met 10;
het antwoord en eis in reconventie, met bijlagen 1 tot en met 18;
het antwoord in reconventie;
de brief van SHS-Group, met bijlagen 19 en 20.
1.2.
Op 5 februari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [persoon A] en
mr. Van Sark, en met [persoon B] , [naam functie] van SHS-Group, en mr. Van Sintemaartensdijk.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Deze zaak draait om de vraag of [persoon A] zijn werk als zelfstandig beveiliger goed heeft uitgevoerd en recht heeft op betaling van loon door zijn opdrachtgever SHS-Group. De kantonrechter beantwoord deze vraag ontkennend.
Wat is er gebeurd?
2.2.
SHS-Group exploiteert een onderneming die zich toelegt op beveiligings-werkzaamheden en het uitlenen van beveiligingspersoneel. [persoon A] is als zelfstandig ondernemer werkzaam in de beveiliging. In opdracht van SHS-Group heeft [persoon A] vanaf
5 december 2023 gewerkt als beveiliger bij [naam discotheek] , een discotheek te [plaats] . Aanleiding voor deze werkzaamheden was een eerdere explosie bij [naam discotheek] en het daaropvolgende voornemen van de gemeente om [naam discotheek] te sluiten, waarop de gemeente na heroverweging is teruggekomen onder de voorwaarde dat ’s nachts toezicht zou worden gehouden op het pand. [persoon A] heeft de instructie gekregen om hieraan uitvoering te geven vanuit een nabij het pand geparkeerde auto en door elk uur een buitenronde te lopen langs het gebouw waarin de discotheek zich bevindt. Op 11 december 2023 en 25 januari 2024 heeft de gemeente aan [naam discotheek] laten weten dat de afdeling cameratoezicht heeft waargenomen dat de beveiliger vooral in het pand plaatsneemt, terwijl afgesproken is dat hij vóór het pand moet plaatsnemen. Te kennen is gegeven dat alsnog tot sluiting van de discotheek kan worden overgegaan. Bij e-mailbericht van 27 januari 2024 heeft [naam discotheek] de samenwerking met SHS-Group per direct opgezegd. Als reden is gegeven dat de gemeente geconstateerd heeft dat [persoon A] zich merendeels in het pand van [naam discotheek] bevindt, op 16 december 2023 zelfs gedurende 5 uur, en dat [naam discotheek] zelf op camerabeelden van binnenin het pand gezien heeft dat [persoon A] tijdens zijn diensten in januari 2024 nauwelijks voor de deur van het pand is geweest. [naam discotheek] heeft aan SHS-Group te kennen gegeven dat sprake is van wanprestatie door [persoon A] en dat zij om die reden niet van plan is om te betalen voor de werkzaamheden in januari 2024. SHS-Group heeft bij brief en e-mail van 29 en 30 januari 2024 aan [persoon A] meegedeeld de samenwerking te beëindigen.
2.3.
[persoon A] heeft aan SHS-Group facturen gezonden, waarmee hij € 12.077,79 inclusief btw in rekening heeft gebracht voor door hem verrichte werkzaamheden in december 2023 en januari 2024. SHS-Group heeft de in rekening gebrachte bedragen niet betaald, ook niet na te zijn aangemaand.
2.4.
Daarom eist [persoon A] om SHS-Group, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan hem van € 12.077,79, met de handelsrente over de onderscheiden gefactureerde bedragen vanaf de vervaldata, en € 895,78 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. SHS-Group is het hiermee niet eens.
2.5.
SHS-Group eist om [persoon A] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan haar van € 2.575,- aan schadevergoeding in verband met winstderving, met de handelsrente over dat bedrag, en € 382,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, met rente. [persoon A] is het hiermee niet eens.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
In conventie
Afwijzing hoofdsom, toewijzing kleiner bedrag
2.6.
Het geëiste bedrag van € 12.077,79 aan hoofdsom wordt afgewezen. Slechts
€ 673,37 wordt toegewezen, met de rente zoals hieronder vermeld. Het bedrag betreft de som van € 181,50 en € 375,- exclusief 21% btw en € 219,62 en € 453,75 inclusief btw welke bedragen middels facturen met de vervaldata 21 februari 2024 en 16 maart 2024 bij SHS-Group in rekening zijn gebracht. De bedragen zien op werkzaamheden die [persoon A] niet heeft uitgevoerd bij [naam discotheek] maar elders, wat niet is betwist.
2.7.
De bedragen die [persoon A] in rekening heeft gebracht voor zijn werkzaamheden bij [naam discotheek] worden afgewezen, omdat vast is komen te staan dat [persoon A] bij deze werkzaamheden niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen (artikel 7:401 BW). Hij heeft de werkzaamheden bij [naam discotheek] niet verricht zoals dat van hem werd verlangd. SHS-Group heeft onderbouwd gesteld voor welke werkzaamheden [persoon A] is ingeschakeld. Kort gezegd komt dat neer op het aan de voorzijde van het pand van [naam discotheek] toezicht houden gedurende de nacht. SHS-Group heeft ook onderbouwd gesteld dat [persoon A] gedurende het overgrote deel van zijn dienst hieraan geen uitvoering heeft gegeven, omdat hij zich binnenin het pand bevond. Ter zitting heeft [persoon A] erkend dat hij voorafgaand aan zijn werkzaamheden instructie heeft gekregen van [naam discotheek] over de te verrichten werkzaamheden. Hij is zich een dag na aanvang van de werkzaamheden ook bewust geworden van de ernst van de situatie toen een tas bleek te zijn achtergelaten op de plek van de eerdere explosie, waarna in een mum van tijd de politie ter plaatse was. Ter zitting heeft [persoon A] ook verklaard geen toestemming te hebben gehad van [naam discotheek] om niet bij de hoofdentree van de discotheek te zijn. Tegen deze achtergrond heeft [persoon A] niet zijn post buiten voor de deur van [naam discotheek] mogen verlaten, afgezien van de noodzakelijke ronde om het gebouw en een korte drinkpauze en/of sanitaire stop bij [naam discotheek] binnen. Gelet op de onderbouwing door SHS-Group op dit punt staat vast dat [persoon A] hieraan niet heeft voldaan, omdat hij tussen 23:00 uur en 8:00 uur vooral binnenin het pand van [naam discotheek] is geweest en daar zelfs soms uren achtereen geslapen heeft. SHS-Group is om deze reden bevoegd geweest de opdracht op te zeggen. Ook is er goede grond geweest om de gefactureerde bedragen niet te betalen door SHS-Group, omdat geen uitvoering gegeven is aan de overeengekomen werkzaamheden.
2.7.1.
Anders dan [persoon A] stelt was hij niet vrij de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht uit te voeren. In dit verband is van belang dat in de raamovereenkomst tussen partijen verwezen wordt naar de zorgplicht van artikel 7:401 BW en naar de behoefte van de klant, in dit geval [naam discotheek] . Zoals vermeld heeft [naam discotheek] instructie gegeven aan [persoon A] en die is niet (correct) uitgevoerd.
2.7.2.
Het is voorstelbaar dat [persoon A] het koud had tijdens de werkzaamheden in de winternacht en te kampen had met andere fysieke ongemakken. Het kan ook zijn dat [persoon A] vanuit zijn voor de deur van [naam discotheek] geparkeerde auto niet goed toezicht kon houden op de discotheek omdat de autoruiten bevroren wat het zicht belemmerde. Dat [persoon A] echter in verband hiermee besloten heeft om vooral binnenin het pand te zijn, levert bevestiging op van zijn tekortschieten in de uitvoering van zijn werkzaamheden als opdrachtnemer.
Verrekening?
2.8.
Het beroep van SHS-Group op verrekening wordt afgewezen om de redenen hieronder vermeld bij de reconventie.
Afwijzing incassokosten
2.9.
Het geëiste bedrag van € 895,78 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, gezien het lot van de gevorderde hoofdsom waarop de incassokosten zijn gebaseerd.
In reconventie
Afwijzing schadevergoeding
2.10.
Het geëiste bedrag van € 2.575,- aan schadevergoeding in verband met winstderving wordt afgewezen, omdat het bedrag onvoldoende is onderbouwd, gelet op de betwisting op dit punt.
Dictum
De kantonrechter:
In conventie
3.1.
veroordeelt SHS-Group om aan [persoon A] te betalen € 673,37 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 219,62 vanaf 21 februari 2024 en over € 453,75 vanaf 16 maart 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
In reconventie
3.2.
wijst de eis af;
In conventie en in reconventie
3.3.
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van SHS-Group worden begroot op € 828,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.2.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
465