Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-07
ECLI:NL:RBROT:2025:6193
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
739 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11155849 CV EXPL 24-14976
datum uitspraak: 7 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
het tussenvonnis van 15 november 2024;
de akte van Stedin;
de mondelinge reactie van [gedaagde] .
Beoordeling
Afwijzing eisen
2.1.
Stedin eist - kort gezegd - [gedaagde] te veroordelen zodat zij de mogelijkheid krijgt om de gasaansluiting af te sluiten op het adres [adres] te Rotterdam.
2.2.
In het tussenvonnis is erop gewezen dat [gedaagde] aanvoert geen gas te verbruiken, dat hij geen behoefte heeft aan een gasaansluiting, dat hij een schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij Stedin om het gas te laten afsluiten, en dat het laatste inmiddels gerealiseerd is. Stedin is gevraagd hierop te reageren en zich uit te laten over wat dit antwoord betekent voor haar eisen. Vervolgens heeft Stedin de hierboven genoemde akte genomen, waarin zij te kennen geeft haar eisen te handhaven, maar zonder in te gaan op het antwoord van [gedaagde] . Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van wat [gedaagde] aanvoert. Op de vraag wat dit betekent voor haar eisen is Stedin niet ingegaan. Gezien de inhoud van de akte, met de vermelding van zaaknummer 10981787, betreffende een eerdere procedure tussen partijen die is doorgehaald, lijkt aan de vraag in het tussenvonnis geen aandacht te zijn besteed door Stedin.
2.3.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de eisen worden afgewezen, omdat het gas inmiddels afgesloten is bij [gedaagde] , wat hij ook wilde, en dat deze procedure onnodig gevoerd is.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van Stedin, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Stedin aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eisen af;
3.2.
veroordeelt Stedin in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
465