Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-02
ECLI:NL:RBROT:2025:5089
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
949 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11519942 CV EXPL 25-1973
datum uitspraak: 2 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Eneco Services B.V., h.o.d.n. ‘Eneco’, als gevolmachtigde van Eneco Consumenten B.V. (voorheen genaamd Eneco Retail B.V.), Eneco Warmte en Koude Leveringsbedrijf B.V. en Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] .,
vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Eneco’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 24 januari 2025, met bijlagen;
de mail van [gedaagde] van 4 februari 2025 waarin zij verzoekt om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Partijen hebben met elkaar een overeenkomst gesloten op basis waarvan Eneco aan [gedaagde] energie heeft geleverd. Eneco stelt dat [gedaagde] de facturen daarvan ter hoogte van € 14.124,50 niet heeft betaald. Omdat zij de facturen niet op tijd heeft betaald, maakt Eneco ook aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten van € 903,52 en de wettelijke handelsrente die tot 24 januari 2025 € 972,95 bedraagt. Volgens Eneco is [gedaagde] een bedrag verschuldigd van in totaal € 16.000,97, met verdere rente en proceskosten. Eneco heeft in deze procedure haar vordering om proceseconomische redenen
echter beperkt tot € 500,-, onder reservering van haar rechten met betrekking tot het meerdere.
2.2.
[gedaagde] heeft, hoewel haar daartoe nader de gelegenheid is geboden, niet inhoudelijk gereageerd op de vordering, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat deze juist is. Gelet op de (beperking van de) vordering van Eneco wordt een bedrag van € 500,- aan hoofdsom, incassokosten en verschenen rente toegewezen onder reservering van het meerdere.
Proceskosten
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Eneco moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 150,- aan griffierecht, € 82,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 395,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Eneco dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco te betalen € 500,- met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 24 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Eneco worden begroot op € 395,35;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
53954