Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-17
ECLI:NL:RBROT:2025:501
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Vereenvoudigde behandeling
921 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 24/7679, ROT 24/8227
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaken tussen
[Naam] ([Naam]), uit [Plaats], eiser
en
de Raden van Bestuur van het Maastricht UMC+ en van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, verweerders.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van [Naam] tegen de bestreden besluiten van de Raden van Bestuur van 14 juni 2024.
2. [Naam] heeft zijn beroepen – in overeenstemming met de beroepsclausules in de brieven – ingediend bij respectievelijk de Rechtbank Limburg en de Rechtbank Midden-Nederland. De beroepschriften zijn doorgestuurd naar deze rechtbank met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.
Beoordeling
4. De openbaarmakingsverzoeken van [Naam] zien op incidenten bij vruchtbaarheidsbehandelingen. De Raden van Bestuur hebben die verzoeken afgewezen omdat de verzoeken geen betrekking hebben op de publieke taak van de Raden van Bestuur. Bij de brieven hebben verweerders vastgehouden aan hun standpunt.
5. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is kennis te nemen van de beroepen. Gelet op artikel 1.13, tweede, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en onderdeel j, onder 1, van de bijlage daarbij bezitten beide academische ziekenhuizen rechtspersoonlijkheid, wat wil zeggen dat zij krachtens publiekrecht zijn ingesteld. Dit betekent dat de Raden van Bestuur bestuursorganen zijn als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. Dit betekent dat de bestreden besluiten, besluiten zijn als bedoeld in artikel 7:1, tweede lid, van de Awb, dit ongeacht of de openbaarmakingsverzoeken zien op een publieke taak van de Raden van Bestuur (vgl. ECLI:NL:RVS:2019:1823).
6. Omdat [Naam] misbruik maakt van recht is zijn beroep op betalingsonmacht afgewezen. In dit verband overweegt de rechtbank dat [Naam] inmiddels duizenden openbaarmakingsverzoeken heeft gedaan en honderden uitspraken daarover heeft uitgelokt en daarbij telkens een beroep doet op betalingsonmacht (zie bijv. ECLI:NL:RBROT:2024:11383). Omdat [Naam] niet alsnog het griffierecht heeft betaald, is hij in verzuim het verschuldigde griffierecht te voldoen. Daarom zijn de beroepen niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2025.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.