Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-15
ECLI:NL:RBROT:2025:4802
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
919 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1975
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 april 2025 in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
de Minister van Economische Zaken (de minister)
(gemachtigden: mr. W.L. Heida en mr. E. Hofman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om handhavend op te treden tegen een storing die hij ondervindt van zonnepaneleninstallaties op het dak van zijn buren. De installaties zouden worden beheerd door Stichting Wocozon en zouden gebruik maken van omvormers van de fabrikant APsystems. De minister heeft deze aanvraag met een besluit van 10 januari 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. De minister heeft een verweerschrift ingediend waarop verzoeker heeft gereageerd. Voorts heeft verzoeker aangegeven geen prijs te stellen op een zitting.
3. Altenergy Power System Europa B.V. (APsystem) is in de gelegenheid gesteld als derde-partij aan de procedure deel te nemen, maar heeft van dat recht geen gebruikgemaakt.
4. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat spoedeisendheid ontbreekt en baseert dat oordeel op het volgende.
7. De onder de minister vallende Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) heeft onderzoek ingesteld naar storingen door de micro-omvormers van APsystem en heeft op 10 januari 2025 APsystem heeft aangeschreven met de mededeling dat is afgesproken dat APsystem de storingsmeldingen zal oplossen. Gelet op die afspraak heeft de minister het niet-opportuun geacht om direct handhavingsmaatregelen te treffen. Voorts heeft de minister verzoeker verzocht om toestemming zijn persoonsgegevens te delen met APsystem, zodat laatstgenoemde de eventuele storing die verzoeker ondervindt zou kunnen wegnemen. Omdat verzoeker hiervoor geen toestemming heeft verleend, is dit niet gebeurd. Deze opstelling van verzoeker, waardoor een oplossing van het door hem gestelde probleem wordt verhinderd, maakt dat spoedeisendheid ontbreekt.
Conclusie
8. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 april 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.