Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-13
ECLI:NL:RBROT:2025:4407
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
8,862 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/110232-24
Datum uitspraak: 13 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadsman mr. J. Looman, advocaat te Wassenaar.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. A.H.A. de Bruijne, heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
toepassing van het jeugdstrafrecht;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 80 dagen, met aftrekvan voorarrest, waarvan 35 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan begeleiding door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering), zal meewerken aan het volgen van dagbesteding c.q. leerwerktraject volgens het rooster en zich inspant om deze dagbesteding c.q. dit leerwerktraject te behouden en zal meewerken aan ambulante behandeling vanuit E25;
met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend en de verdediging heeft geen verweer gevoerd. Dit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 29 maart 2024 te Rotterdam
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de
vorm van een pistool van het merk Walther Model 5, kaliber 6.35mm, voorzien van
een patroonmagazijn en
- ( daarbij behorende) munitie, te wetenkogelpatronen van het kaliber
6.35mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
De eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op achttienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het op de openbare weg voorhanden hebben van een pistool met bijbehorende kogelpatronen. Op 29 maart 2024 droeg de verdachte het wapen bij zich in de buurt van een uitgaansgelegenheid in Rotterdam. Op camerabeelden van het gemeentelijk cameratoezicht wordt gezien dat de verdachte samen met een ander uit de omgeving van een oploop van personen komt en tweemaal een portiek ingaat. Vervolgens lopen zij weer terug in de richting van de oploop. De politie vermoedt dat sprake is van een ruzie. Als de politie hen aanspreekt en wilt controleren, rent de verdachte direct weg. Bij zijn aanhouding lag vlak naast de verdachte, onder een auto, een vuurwapen, waarvan de verdachte heeft toegegeven dat hij het daar heeft neergelegd. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt daarnaast gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee. Uit de verklaringen van de verdachte volgt dat hij in het geheel niet heeft stilgestaan bij de risico’s van het bij zich dragen van een vuurwapen en de ernstige gevolgen die hij daarmee had kunnen veroorzaken. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
15 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 4 juli 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Vanwege de leeftijd van de verdachte hebben wij het wegingskader adolescentenstrafrecht toegepast om te kunnen adviseren of het jeugdstrafrecht of het volwassenenstrafrecht moet worden toegepast. Op het gebied van handelingsvaardigheden worden meerdere indicaties gezien voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. Zo komt de verdachte kinderlijker over dan zijn kalenderleeftijd, lijkt hij de gevolgen van zijn handelen niet volledig te overzien, heeft hij gebrekkige plannings- en organisatievaardigheden vergeleken met leeftijdgenoten, is hij beïnvloedbaar en zijn er vermoedens van een verstandelijke beperking. Ook op het gebied van pedagogische beïnvloedingsmogelijkheden zijn er indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Zo is hij nog ontvankelijk voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning en beïnvloeding door volwassenen, woont hij nog bij zijn moeder en zussen en is het opnieuw opstarten van de schoolgang van belang. Het sociale netwerk en het psychosociaal functioneren van de verdachte worden gezien als delict-gerelateerde factoren. Het recidive risico wordt ingeschat op gemiddeld.
De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:
meldplicht bij de jeugdreclassering;
ambulante behandeling/begeleiding door E25 of een soortgelijke zorgverlener;
locatiegebod (met elektronische monitoring): [adres];
dagbesteding.
De jeugdreclassering heeft een briefrapportage over de verdachte opgemaakt, gedateerd
11 februari 2025. Deze briefrapportage houdt onder meer het volgende in. De jeugdreclassering ziet dat de verdachte zijn best doet en dat hij veel hulp heeft van zijn coach van E25 en hier ook van profiteert. Samen pakken zij zaken op zoals het vinden van een bijbaan en de coach begeleidt de verdachte in zijn leerwerktraject. De jeugdreclassering acht een jeugdreclasseringsmaatregel niet meer passend, omdat het bij de verdachte geen pedagogische meerwaarde heeft en verzoekt indien reclasseringstoezicht wordt opgelegd de maatregel door Reclassering Nederland te laten uitvoeren.
De jeugdreclassering adviseert een taakstaf in de vorm van een werkstraf en een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:
een dagbesteding c.q. leerwerktraject volgen volgens het rooster en inspannen om deze dagbesteding c.q. leerwerktraject te behouden;
medewerking verlenen aan de ambulante behandeling vanuit E25.
Ter zitting is door de jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam], onder meer naar voren gebracht dat de begeleiding van de verdachte wisselend is verlopen, omdat de verdachte een beperkte intrinsieke motivatie toonde. School is niet helemaal goed gegaan, de verdachte kwam wel eens te laat of helemaal niet en melde zich ook niet af. Uiteindelijk is samen met de verdachte besloten om een leerwerktraject te volgen bij welzijnsorganisatie E25. De verdachte volgt hier het leerwerktraject voor schilder. Verdere begeleiding door de jeugdreclassering heeft geen pedagogische meerwaarde. De begeleiding wordt veelal opgepakt door zijn coach. De jeugdreclassering ziet evenmin meerwaarde in het opnieuw opleggen van een avondklok of een enkelband. Geadviseerd wordt om de begeleiding onder te brengen bij Reclassering Nederland. De jeugdreclassering heeft zich onthouden van een advies over toepassing van het jeugdstrafrecht.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de rapportage van Reclassering Nederland en de eigen waarneming van de rechtbank op zitting met betrekking tot de (jeugdige) persoonlijkheid van de verdachte zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Straffen
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie houdt de rechtbank er rekening mee dat het bezit van het pistool en het bezit van de kogelpatronen een zodanig samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend, feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken aan jeugdigen worden opgelegd. De rechtbank legt daarom een lagere straf op dan de officier van justitie heeft geëist.
Mede gelet op de rapportages, waarin een (deels) voorwaardelijke straf wordt geadviseerd, zal de rechtbank, naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie, een voorwaardelijke werkstraf van de hierna te melden duur opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Algemene afsluiting
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 55, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie;
bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd een dagbesteding/leerwerktraject zal volgen volgens het rooster en zich inspant om deze dagbesteding/leerwerktraject te behouden;
- zal meewerken aan ambulante behandeling vanuit E25;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. H. Biemond en T. Urbanus, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 februari 2025.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 maart 2024 te Rotterdam
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de
vorm van een pistool van het merk Walther Model 5, kaliber 6.35mm, voorzien van
een patroonmagazijn en/of
- ( daarbij behorende) munitie, te weten (een) kogelpatro(o)n(en) van het kaliber
6.35mm voorhanden heeft gehad.
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/110232-24
Datum uitspraak: 13 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadsman mr. J. Looman, advocaat te Wassenaar.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. A.H.A. de Bruijne, heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
toepassing van het jeugdstrafrecht;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 80 dagen, met aftrekvan voorarrest, waarvan 35 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan begeleiding door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering), zal meewerken aan het volgen van dagbesteding c.q. leerwerktraject volgens het rooster en zich inspant om deze dagbesteding c.q. dit leerwerktraject te behouden en zal meewerken aan ambulante behandeling vanuit E25;
met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend en de verdediging heeft geen verweer gevoerd. Dit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 29 maart 2024 te Rotterdam
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de
vorm van een pistool van het merk Walther Model 5, kaliber 6.35mm, voorzien van
een patroonmagazijn en
- ( daarbij behorende) munitie, te wetenkogelpatronen van het kaliber
6.35mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
De eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op achttienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het op de openbare weg voorhanden hebben van een pistool met bijbehorende kogelpatronen. Op 29 maart 2024 droeg de verdachte het wapen bij zich in de buurt van een uitgaansgelegenheid in Rotterdam. Op camerabeelden van het gemeentelijk cameratoezicht wordt gezien dat de verdachte samen met een ander uit de omgeving van een oploop van personen komt en tweemaal een portiek ingaat. Vervolgens lopen zij weer terug in de richting van de oploop. De politie vermoedt dat sprake is van een ruzie. Als de politie hen aanspreekt en wilt controleren, rent de verdachte direct weg. Bij zijn aanhouding lag vlak naast de verdachte, onder een auto, een vuurwapen, waarvan de verdachte heeft toegegeven dat hij het daar heeft neergelegd. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt daarnaast gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee. Uit de verklaringen van de verdachte volgt dat hij in het geheel niet heeft stilgestaan bij de risico’s van het bij zich dragen van een vuurwapen en de ernstige gevolgen die hij daarmee had kunnen veroorzaken. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
15 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 4 juli 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Vanwege de leeftijd van de verdachte hebben wij het wegingskader adolescentenstrafrecht toegepast om te kunnen adviseren of het jeugdstrafrecht of het volwassenenstrafrecht moet worden toegepast. Op het gebied van handelingsvaardigheden worden meerdere indicaties gezien voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. Zo komt de verdachte kinderlijker over dan zijn kalenderleeftijd, lijkt hij de gevolgen van zijn handelen niet volledig te overzien, heeft hij gebrekkige plannings- en organisatievaardigheden vergeleken met leeftijdgenoten, is hij beïnvloedbaar en zijn er vermoedens van een verstandelijke beperking. Ook op het gebied van pedagogische beïnvloedingsmogelijkheden zijn er indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Zo is hij nog ontvankelijk voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning en beïnvloeding door volwassenen, woont hij nog bij zijn moeder en zussen en is het opnieuw opstarten van de schoolgang van belang. Het sociale netwerk en het psychosociaal functioneren van de verdachte worden gezien als delict-gerelateerde factoren. Het recidive risico wordt ingeschat op gemiddeld.
De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:
meldplicht bij de jeugdreclassering;
ambulante behandeling/begeleiding door E25 of een soortgelijke zorgverlener;
locatiegebod (met elektronische monitoring): [adres];
dagbesteding.
De jeugdreclassering heeft een briefrapportage over de verdachte opgemaakt, gedateerd
11 februari 2025. Deze briefrapportage houdt onder meer het volgende in. De jeugdreclassering ziet dat de verdachte zijn best doet en dat hij veel hulp heeft van zijn coach van E25 en hier ook van profiteert. Samen pakken zij zaken op zoals het vinden van een bijbaan en de coach begeleidt de verdachte in zijn leerwerktraject. De jeugdreclassering acht een jeugdreclasseringsmaatregel niet meer passend, omdat het bij de verdachte geen pedagogische meerwaarde heeft en verzoekt indien reclasseringstoezicht wordt opgelegd de maatregel door Reclassering Nederland te laten uitvoeren.
De jeugdreclassering adviseert een taakstaf in de vorm van een werkstraf en een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:
een dagbesteding c.q. leerwerktraject volgen volgens het rooster en inspannen om deze dagbesteding c.q. leerwerktraject te behouden;
medewerking verlenen aan de ambulante behandeling vanuit E25.
Ter zitting is door de jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam], onder meer naar voren gebracht dat de begeleiding van de verdachte wisselend is verlopen, omdat de verdachte een beperkte intrinsieke motivatie toonde. School is niet helemaal goed gegaan, de verdachte kwam wel eens te laat of helemaal niet en melde zich ook niet af. Uiteindelijk is samen met de verdachte besloten om een leerwerktraject te volgen bij welzijnsorganisatie E25. De verdachte volgt hier het leerwerktraject voor schilder. Verdere begeleiding door de jeugdreclassering heeft geen pedagogische meerwaarde. De begeleiding wordt veelal opgepakt door zijn coach. De jeugdreclassering ziet evenmin meerwaarde in het opnieuw opleggen van een avondklok of een enkelband. Geadviseerd wordt om de begeleiding onder te brengen bij Reclassering Nederland. De jeugdreclassering heeft zich onthouden van een advies over toepassing van het jeugdstrafrecht.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de rapportage van Reclassering Nederland en de eigen waarneming van de rechtbank op zitting met betrekking tot de (jeugdige) persoonlijkheid van de verdachte zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Straffen
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie houdt de rechtbank er rekening mee dat het bezit van het pistool en het bezit van de kogelpatronen een zodanig samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend, feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken aan jeugdigen worden opgelegd. De rechtbank legt daarom een lagere straf op dan de officier van justitie heeft geëist.
Mede gelet op de rapportages, waarin een (deels) voorwaardelijke straf wordt geadviseerd, zal de rechtbank, naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie, een voorwaardelijke werkstraf van de hierna te melden duur opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Algemene afsluiting
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 55, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie;
bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd een dagbesteding/leerwerktraject zal volgen volgens het rooster en zich inspant om deze dagbesteding/leerwerktraject te behouden;
- zal meewerken aan ambulante behandeling vanuit E25;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. H. Biemond en T. Urbanus, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 februari 2025.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 maart 2024 te Rotterdam
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de
vorm van een pistool van het merk Walther Model 5, kaliber 6.35mm, voorzien van
een patroonmagazijn en/of
- ( daarbij behorende) munitie, te weten (een) kogelpatro(o)n(en) van het kaliber
6.35mm voorhanden heeft gehad.