Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-07
ECLI:NL:RBROT:2025:4205
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,683 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11462883 CV EXPL 24-32651
datum uitspraak: 7 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
NS Reizigers B.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘NS’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 14 november 2024, met bijlagen;
het antwoord.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft met NS een Flex-abonnement Altijd Voordeel gesloten. Hij heeft de facturen van juni en juli 2023 niet betaald. NS vordert betaling van de facturen, met rente en kosten. Tot slot vordert NS dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] erkent dat hij de facturen moet betalen en betwist dat hij de incassobrieven heeft ontvangen. Hij geeft aan dat de brieven mogelijk verloren zijn geraakt tijdens zijn verhuizing.
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van NS gedeeltelijk toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
Ambtshalve toetsing informatieverplichtingen NS
2.4.
De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of NS heeft voldaan aan haar verplichting om voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst bepaalde informatie te verstrekken aan [gedaagde] en die informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager. De kantonrechter zal alleen ten aanzien van de kosten voor het kortingsabonnement toetsen of aan de informatieplichten is voldaan. Het aangaan van een overeenkomst die inhoudt dat de consument recht krijgt op (volledige) korting bij daarna te sluiten reisovereenkomsten valt binnen het bereik van de Richtlijn Consumentenrechten.
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat NS niet aan al haar verplichtingen heeft voldaan en vermindert de betalingsverplichting van [gedaagde] daarom met 20%. Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet voldoende informatie over de wijze van betaling aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Daarbij is voldoende dat de wijze van betalen en de uiterste betaaltermijn wordt vermeld. Als de consument al iets heeft betaald, moet ook worden vermeld welk bedrag de consument al heeft betaald. NS heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
2.6.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending van de informatieverplichting de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn die de rechtbanken hiervoor hebben opgesteld gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] met betrekking tot de abonnementskosten wordt verminderd met 20%. Er is in dit geval namelijk sprake van één schending. De abonnementskosten zijn € 26,70 + € 26,70 - € 17,22 = € 36,18. Dat betekent dat € 28,94 (80% van € 36,18) van de gevorderde abonnementskosten toewijsbaar is.
De reiskosten worden toegewezen
2.7.
De kantonrechter wijst de gevorderde reiskosten toe. Op basis van de facturen is dit een bedrag van € 80,80 + € 39,60 + € 4,29 = € 124,69. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] deze kosten moet betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 40,00 betalen
2.8.
De incassokosten van € 40,00 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] geeft aan de aanmaningen niet te hebben ontvangen, maar benoemt ook dat post verloren is geraakt door zijn verhuizing. Het feit dat hij de aanmaningen niet heeft ontvangen, behoort dan ook voor zijn eigen rekening en risico te komen. Dit kan redelijkerwijs niet aan NS worden tegengeworpen. Daarnaast komt het adres op de incassobrief overeen met het adres waarop [gedaagde] op dat moment stond ingeschreven, waardoor als uitgangspunt heeft te gelden dat de incassobrieven wel door [gedaagde] zijn ontvangen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.9.
De rente wordt toegewezen, omdat NS genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan NS moet betalen op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 40,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 308,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat NS dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan NS te betalen € 193,63 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 153,63 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van NS worden begroot op € 308,54 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
64363
Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 maart 2020 (ECLI:EU:C:2020:199)