Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-21
ECLI:NL:RBROT:2025:4083
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,066 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11314347 CV EXPL 24-23794
datum uitspraak: 21 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Studentenhuisvesting Nederland,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘SSN’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 6 september 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de aanvullende producties van SSN, met bijlagen.
1.2.
Op 17 februari 2025 is de zaak tijdens een zitting met partijen en de gemachtigde besproken.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde vanaf 1 september 2021 van SSN de woning aan [adres] (hierna: de woning). De huurovereenkomst is beëindigd en [gedaagde] heeft in juni 2024 zonder opzegging de woning verlaten. Er is echter nog sprake van een betalingsachterstand. SSN eist dat [gedaagde] deze met rente en kosten betaalt. De vordering wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Betalingsachterstand
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 4.250,- te betalen. SSN heeft uitgelegd en onderbouwd dat dit de hoogte van de huurachterstand over de periode juli 2023 tot en met juni 2024 is. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Zij doet wel een beroep op opschorting. Volgens haar waren er veel problemen in en rondom de woning, waaronder problemen met de elektriciteit, wifi, ongewenste personen en ongedierte. SSN betwist dit en zegt niet bekend te zijn met enige klachten anders dan welke staan beschreven in de nieuwsbrieven die zij heeft overgelegd. Het had vervolgens op de weg van [gedaagde] gelegen om in ieder geval duidelijk te maken dat wel is geklaagd over gebreken met de betrekking tot de woning en dat daarmee niets is gedaan. Dat heeft zij echter niet gedaan. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat zij terecht haar betalingsverplichting heeft opgeschort, laat staan dat zij recht zou hebben op een huurprijsvermindering.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 614,08 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Ook de wettelijke rente wordt toegewezen, omdat SSN genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.4.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 BW). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant SSN op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.474,38. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat SSN dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan SSN te betalen € 5.120,73 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.250,- vanaf 3 september 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van SSN worden begroot op
€ 1.474,38;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914