Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-27
ECLI:NL:RBROT:2025:4065
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
850 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/142
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2025 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres,
gemachtigde: mr. L.P.R. Gelissen,
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Met de uitspraak van 22 november 2024 (ROT 24/7828) heeft de rechtbank verweerder opgedragen een besluit te nemen op het verzoek van eiseres om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.
Eiseres heeft op 6 januari 2025 opnieuw beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 27 januari 2025 een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.
2. Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld voor herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.
3. In zijn verweerschrift geeft verweerder aan dat de definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag, met kenmerk UHT-DCHA en geadresseerd aan ‘bewindv. Sociaal bewindvoering, [postadres]’, op 27 juni 2023 bekend is gemaakt.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 6 januari 2025 beroep heeft ingesteld. Dat wil zeggen na de datum van de beschikking. Dit betekent dat het procesbelang van eiseres bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling niet aanwezig is.
De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Ter voorlichting aan partijen overweegt de rechtbank het volgende: In ROT 24/7828 heeft verweerder op 22 augustus 2024 een verweerschrift ingediend. Daarin verwijst verweerder, naar nu blijkt ten onrechte, niet naar de beschikking van 27 juni 2023. Verweerder gaf in die procedure aan dat eiseres gelijk had. Echter, nu blijkt dat ook ten tijde van de uitspraak in ROT 24/7828, gedaan op 22 november 2024, verweerder al een besluit had genomen op het verzoek van eiseres. Indien de rechtbank daarvan op de hoogte was gesteld, was ook dat (op 13 augustus 2024 ingestelde) beroep (zonder vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling) niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank stelt vast dat door partijen in die zaak geen verzet is ingesteld noch is verzocht om het herstel van de uitspraak.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in aanwezigheid van
A.R. de Groot, griffier.
De uitspraak is in het openbaar gedaan op 27 maart 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.