Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-16
ECLI:NL:RBROT:2025:402
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Verzet
1,190 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/1049 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2025 op het verzet van
[opposante] ( [opposante] ), uit [plaats] , opposante
(gemachtigde: mr. J. van den Ende),
en uitspraak in de beroepszaak tussen
opposante, tevens eiseres
(gemachtigde: mr. J. van den Ende)
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van [opposante] gaat over de uitspraak van de rechtbank van 21 juli 2023 waarin de rechtbank het beroep wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het besluit van 24 juni 2022 tot afwijzing van compensatie van € 30.000 op basis van de zogenoemde lichte toets niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Omdat het verzet gegrond is, doet de rechtbank voorts uitspraak over het beroep van [opposante] . Omdat niet om een zitting is verzocht en een zitting niet nodig is, wordt die einduitspraak voorts vereenvoudigd afgedaan met toepassing van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling
3. Met de uitspraak van 21 juli 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het procesbelang is komen te vervallen. Verweerder heeft namelijk op 22 februari 2023 een besluit genomen over de herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank zag geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht en zag evenmin aanleiding voor de toekenning van een proceskostenveroordeling.
4. De gemachtigde van [opposante] heeft met twee e-mailberichten van 26 juli 2023 het volgende aangevoerd tegen deze uitspraak. Ten eerste is het beroep ingesteld op 16 februari 2023, dus voordat het besluit van 22 februari 2023 is genomen, zodat de rechtbank ten onrechte griffierechtvergoeding een proceskostenveroordeling achterwege heeft gelaten. Voorts is er op gewezen dat inzake de lichte toets pas op 6 juni 2023 een beslissing op bezwaar is genomen en inzake het verzoek om herbeoordeling afzonderlijk uitspraak is gedaan.
5. De rechtbank is van oordeel dat de aangevallen uitspraak onjuist is, omdat daarin ten onrechte de toepassing van de artikelen 8:74 en 8:75 van de Awb achterwege is gelaten. Het verzet is dus gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
Beoordeling
6. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat – hoewel het procesbelang is vervallen –
[opposante] recht heeft op vergoeding van het griffierecht en op een proceskostenveroordeling, omdat zij destijds op goede gronden beroep wegens niet tijdig beslissen heeft ingesteld. Gelet hierop zal de rechtbank opnieuw het beroep niet-ontvankelijk verklaren en toepassing geven aan de artikel 8:74 en 8:75 van de Awb.
7. In overeenstemming met de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht – met de daarin per 1 januari 2025 vermelde bedragen – stelt de rechtbank de hoogte van de proceskostenvergoeding vast. Voor het indienen van een beroepschrift wordt 1 procespunt toegekend en voor het indienen van een verzetschrift 0,5 punt. Per procespunt geldt een waarde van € 907. Omdat het gaat om een beroep niet tijdig beslissen geldt een wegingsfactor van 0,5 voor zowel het indienen van het beroepschrift als voor het indienen van een verzetschrift. Dit betekent dat verweerder tot een proceskostenvergoeding van
€ 680,25 wordt veroordeeld.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50 aan [opposante] moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van [opposante] tot een bedrag van € 680,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2025.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist op het verzet geen hoger beroep of verzet open. Tegen de einduitspraak staat binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden verzet open. De partij die verzet aantekent kan daarbij verzoeken om te worden gehoord.