Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-07
ECLI:NL:RBROT:2025:3493
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,006 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11031638 CV EXPL 24-9092
datum uitspraak: 7 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser]
,
woonplaats: Hellevoetsluis (gemeente Voorne aan Zee),
eiser,
die zelf procedeert,
tegen
Autobedrijf Noteboom Spijkenisse B.V.,
vestigingsplaats: Spijkenisse (gemeente Nissewaard),
gedaagde,
gemachtigde: mr. T. IJsenbrandt.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Noteboom’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 maart 2024, met bijlagen;
het antwoord van 15 mei 2024;
de repliek van 2 juli 2024;
het proces-verbaal van de zitting op 9 oktober 2024;
de brief met bijlagen van [eiser] van 30 oktober 2024;
de brief van [eiser] van 4 december 2024, met een wijziging van zijn eis;
de e-mail van [eiser] met bijlagen van 7 december 2024;
de akte van Noteboom van 8 januari 2025.
Geschil
2.1.
Noteboom is overgenomen door Zeeuw & Zeeuw Hyundai Spijkenisse B.V. Omdat [eiser] de auto waar het om gaat bij Noteboom heeft gekocht en Noteboom officieel de gedaagde is in deze zaak, wordt in dit vonnis over Noteboom gesproken. Aan de rechten en verplichtingen van [eiser] verandert niets door de overname.
2.2.
[eiser] heeft op 28 januari 2023 een nieuwe Hyundia van Noteboom gekocht, voor € 42.833,00. [eiser] stelt dat de auto niet voldoet aan wat hij daarvan op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Het gaat om portierbekleding die nat wordt als het regent. [eiser] vordert:
1. Noteboom te veroordelen de mankementen/gebreken (waterlekkages vanuit de portierbekleding van alle vier de portieren) kosteloos, deskundig en volledig te herstellen;
2. Noteboom te veroordelen een waardevermindering van € 5.300,00 te betalen, met rente vanaf 9 maart 2024;
3. Noteboom te veroordelen een gegarandeerde en schriftelijke verlenging van
de garantie te verlenen, van vijf jaar, te rekenen vanaf 27 januari 2028, met het recht tot overdracht van die verlengde garantie aan een nieuwe eigenaar van de auto, ten aanzien van alle storingen en gebreken die betrekking hebben op of verband houden met de te bedienen onderdelen waarvoor de elektrische componenten bestemd zijn dan wel de elektrische componenten;
4. Noteboom te veroordelen in de proceskosten.
2.3.
Noteboom voert verweer.
2.4.
Is dit voor de beoordeling van belang, dan wordt hierna ingegaan op wat partijen (verder) naar voren brengen.
Beoordeling
3.1.
Als [eiser] een auto koopt bij Noteboom moet deze auto ‘aan de overeenkomst beantwoorden’, aldus artikel 7:17 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Dit betekent in ieder geval dat de auto de eigenschappen moet bezitten die voor normaal gebruik nodig zijn.
3.2.
[eiser] klaagt over natte portierbekleding als het regent. Over dit probleem is uitgebreid contact geweest tussen partijen in de twee jaar dat [eiser] de auto nu heeft. Noteboom erkent dat bij hevige (kunstmatige) regen enkele druppels via de binnenzijde van de portier op de buitendorpel terecht komen. Dit staat volgens Noteboom normaal gebruik van de auto echter niet in de weg. Dat [eiser] de auto niet normaal kan gebruiken zegt hij ook niet. De kantonrechter begrijpt dat het [eiser] vooral om een ergernis gaat. En wat de door Noteboom gestelde kunstmatige regen betreft: een logboek van [eiser] waarin hij bijhoudt dat toen en toen, bij die hevige regenbui, de portierbekleding (heel) nat was, dat logboek is er niet. Het lijkt er inderdaad op dat [eiser] een probleem dat er op zich wel is, kunstmatig verder aan wil tonen.
3.3.
Op de zitting van 9 oktober 2024 is erover gesproken het probleem, als partijen daar samen niet uit zouden komen, voor te leggen aan Dekra. In zijn reactie van 30 oktober 2024 vraagt [eiser] echter, als een deskundige nodig is, Dekra níet te benoemen. In zijn brief van 4 december 2024 zegt [eiser] over een (vervolg)onderzoek:
Verder onderzoeken en repareren aan de auto lijkt uit te lopen op een mislukking, gelet op de uitspraken van gedaagde, en het herhaaldelijk demonteren en monteren van onderdelen komt de kwaliteit van de auto ook niet ten goede.
3.4.
De kantonrechter begrijpt uit deze opmerking dat [eiser] geen onderzoek aan de auto meer wil. Dit staat los van de vraag of onderzoek juridisch gezien überhaupt aan de orde is. Zoals gezegd, het probleem lijkt vooral een ergernis te zijn en niet een eigenschap van de auto die aan normaal gebruik van de auto in de weg staat.
3.5.
Noteboom schrijft in haar akte van 8 januari 2025:
Autobedrijf Noteboom merkt op dat zij het vervelend vindt dat het voor [eiser] zo’n belangrijke kwestie is. Het is echter wel goed om het in perspectief te zien. De klacht betreft er een in de categorie: 99 van de 100 eigenaren merken het niet eens op, 1 van de eigenaren valt er over.
3.6.
Het is ook vervelend. Als je voor € 42.833,00 een auto koopt, verwacht je niet dat bij hevige regenval enkele druppels via de binnenzijde van de portier op de buitendorpel terecht komen, ook niet als je de auto verder normaal kan gebruiken. En dat 99 van de 100 eigenaren dit niet als probleem ziet, betekent niet dat die 100e eigenaar er geen probleem van mag maken. De kantonrechter ziet daarom aanleiding [eiser] voor rekening van Noteboom enige compensatie voor de ergernis te bieden. Niet de € 5.300,00 waar hij om vraagt, maar een naar redelijkheid vastgesteld bedrag van € 4.250,00, afgerond 10% van wat voor de auto is betaald, met rente vanaf het uitbrengen van de dagvaarding. Voor toewijzing van de overige vorderingen bestaat geen aanleiding. Tot 2028 heeft [eiser] sowieso nog garantie.
3.7.
[eiser] krijgt weliswaar niet volledig, maar wel enigszins gelijk. Noteboom moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van [eiser] uit
€ 139,42 aan kosten voor de dagvaarding, € 218,00 aan griffierecht en € 75,00 voor het bijwonen van de zitting op 9 oktober 2024. Dit is bij elkaar € 432,42.
3.8.
Noteboom wordt ertoe veroordeeld de compensatie en de proceskosten te betalen aan [eiser] . De kantonrechter gaat ervan uit dat de naamswijziging van Noteboom (zie 2.1.) wat dit betreft geen probleem oplevert.
3.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat Noteboom aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Noteboom om € 4.250,00 aan [eiser] te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf het uitbrengen van de dagvaarding op 20 maart 2024 tot de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
4.2.
veroordeelt Noteboom in de proceskosten, aan de kant van [eiser] een bedrag van € 432,42;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
686